Bijvangst vis wordt hoofdvangst

Vissen op meer soorten tegelijk is beter voor de natuur dan alleen op haring of schol. Dat vindt een groep biologen die zich tegen de bestaande EU-regels verzet.

Nderland, Noordzee, 09/06/2010, 18.22u, Bijvangst spoelt over het dek. foto Jan de Groen / Hollandse Hoogte Onderdeel van een serie Jan de Groen/Hollandse Hoogte

Verantwoord vissen, dat gebeurt door alleen verkoopbare soorten te vangen en de ongewenste bijvangst tot een minimum te beperken. Dat is al decennialang wereldwijd de basis het visserijbeleid. Ten onrechte, schrijft een internationaal team van experts samengebracht door het International Union for Conservation of Nature in een opinieartikel in Science van vandaag. Zij vinden dat het basisprincipe van de visserij, selectiviteit, op de schop moet. De reden: selectief vissen heeft haar belofte niet waargemaakt. Het doet ecosystemen meer kwaad dan goed.

Neem de Noordzee. Daar bestaat een systeem van vangstquota: iedere schipper mag per jaar in een bepaald gebied een vastgestelde hoeveelheid vis van een bepaalde soort met een minimumlengte vangen. De quota moeten duurzame visvangst waarborgen, maar in werkelijkheid zorgen ze voor ongewenste effecten. Dat schreven die deskundigen al in 2010 in de Proceedings of the National Academy of Sciences. Het selectief wegvangen van soorten verstoort het evenwicht tussen de soorten, vinden ze. Zo is de garnalenpopulatie in de Noordzee omhoog geschoten doordat er nauwelijks meer kabeljauw zwemt. Maar ook andere vormen van selectie hebben ongewenste effecten: vangst van alleen grote vis heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat vissen zich sneller gaan voortplanten en minder groot worden.

Daar komt bij dat pogingen om de selectiviteit te verhogen slechts beperkt succes hebben opgeleverd. Nog altijd ligt de bijvangst vaak rond de vijftig procent, wat betekent dat per kilo gevangen vis een halve kilo ongewenste vis dood over beschadigd overboord gaat, omdat de regels verbieden dat die aan land gebracht mag worden.

De auteurs pleiten ervoor van elke soort zo veel te vangen dat de verhoudingen tussen de soorten gelijk blijven en de structuur van het ecosysteem in stand blijft. In Science onderbouwen de biologen hun betoog met ecosysteemmodellen. Dat zijn rekenmodellen waarmee ze op basis van populatiegrootte, voedselinname en voedselvoorkeuren voorspellen hoe ecosystemen zich ontwikkelen en welke invloed verschillende vormen van visserij daarop hebben.

„Gebalanceerd oogsten is een logische uitwerking van de ecosysteembenadering van het visserijbeheer die de laatste jaren in opkomst is”, zegt Adriaan Rijnsdorp. Hij is hoogleraar duurzaam visserijbeheer aan het Institute for Marine Resources and Ecosystem Studies (Wageningen-UR) en een van de auteurs van de publicatie. „Wat je wilt is evenwicht, geen chaotische dynamiek. Logischerwijs bereik je dat eerder wanneer je van alle soorten een evenredig deel wegvangt.”

In theorie is er dan ook weinig in te brengen tegen gebalanceerd oogsten, beaamt Daniel Pauly. Hij is een vooraanstaand zeebioloog van de universiteit van British Colombia. Toch heeft hij zijn bedenkingen. „Het probleem is dat we niet weten hoe we gebalanceerd moeten oogsten. Er is geen ervaring mee en belangrijker nog, het vergt regulering die veel ingewikkelder is dan nu, zo niet onuitvoerbaar.”

Rijnsdorp geeft toe dat het plan nog lang niet klaar is voor de praktijk. Het nieuwe systeem gaat bovendien op sommige punten lijnrecht in tegen het nieuwe gemeenschappelijke Europese visserijbeleid dat in 2013 moet ingaan. Dat is volledig gebaseerd op de maximaal duurzame vangst per soort. Ook voor vissers zou het een flinke omslag vergen in het denken en doen. Zij vangen nu de soorten die het meest opleveren. Kleinere vis en andere soorten zijn vrijwel waardeloos. De onderzoekers suggereren dat er vanzelf een markt zal ontstaan, bijvoorbeeld voor vismeel.

Juist die ontwikkeling baart Pauly zorgen. „Het risico bestaat dat vissers massaal op het vissen voor surimi en vismeel overstappen. Er zullen dus wel degelijk quota gesteld moeten worden om overbevissing te voorkomen.”

De kans dat de quota volledig zullen verdwijnen acht ook Rijnsdorp klein. „Hoe ik het in het geval van de Noordzee voor me zie, is dat je eerst de visserij in kaart brengt en onderzoekt in hoeverre het ecosysteem uit balans is. Vervolgens kijk je welke ecosysteemcomponenten je met behulp van quota extra moet ontzien.”