540.000 O.T. Theater vraagt ruim de helft minder aan en zet Die Zauberflöte op programma

Tot dinsdagavond was het stressen bij het Rotterdamse gezelschap O.T. Theater. Zakelijk directeur Corry Prinsen wilde per se uiterlijk die dag de aanvraag indienen voor de subsidie van het Fonds Podiumkunsten. „Zodat we zeker op tijd zouden zijn.”

Voor O.T. hangt er veel vanaf. Het gezelschap, dat ook al niet zeker is van zijn gemeentesubsidie, vraagt het fonds 540.000 euro per jaar. Beduidend minder dan nu: 1,3 miljoen. Het bedrag is zoveel lager omdat er nieuwe regels gelden. Voortaan zijn subsidies niet meer gekoppeld aan instellingen maar aan prestaties en gelden er maximumbedragen.

Voor de directie van O.T. betekent dit dat ze nu al moet aangeven hoeveel voorstellingen ze de komende twee jaar denkt te maken en wat die kosten. Ze gaan er van uit dat ze het eerste jaar tachtig voorstellingen van 6.000 euro maken in een middelgrote zaal, zoals De donkere kamer van Damokles naar de roman van Hermans. Het jaar erna rekent O.T. op twintig extra schouwburgvoorstellingen en komt het uit op 600.000 euro.

Onzeker is of ze het geld ook krijgen. De consequentie van die onzekerheid is dat het gezelschap voorzichtig is met plannen voor het komende jaar. Prinsen: „De acteurs met wie we graag willen werken kunnen alleen onder voorbehoud worden aangenomen.”

De O.T.-directie had in november een gesprek bij het Fonds Podiumkunsten. „Daar werd duidelijk dat het fonds 120 aanvragen verwacht terwijl er maar 25 zullen worden gehonoreerd”, zegt Prinsen. „Het voelt als een loterij. Toch vragen we subsidie aan omdat we bewezen hebben kwaliteit te brengen en door willen gaan met het maken van veelzijdig theater, dat inspeelt op de groeiende behoefte van het publiek aan reflectie en inhoudelijke verdieping in combinatie met ontspanning.”