'Wijzen' weren verleden uit wet

Een wet die het ontkennen van de Armeense genocide verbiedt, blijkt in strijd met de Franse grondwet. Nu is er debat over het ‘vastleggen’ van het verleden via de wet.

Dat de Franse Constitutionele Raad dinsdag de wet op de Armeense genocide heeft afgekeurd, betekent niet dat de problemen hierover tussen Frankrijk en Turkije voorbij zijn.

President Sarkozy heeft al aangekondigd dat hij het nog een keer wil proberen, met andere bewoordingen. Ook zijn socialistische tegenspeler in de presidentsverkiezingen, François Hollande, wil „dit dossier weer oppakken”. En Turkse reacties bieden munitie aan Fransen die roepen dat Parijs niet had moet buigen voor Ankara. Minister van Buitenlandse zaken Davutoglu hoopt „dat iedereen de noodzakelijke les hieruit heeft geleerd.”

Het wetsvoorstel maakte een boete van 45.000 euro en/of een jaar gevangenisstraf mogelijk voor wie genocide ontkent (lees: de door de Turken georganiseerde moord op honderdduizenden Armenen in 1915). Maar volgens de ‘wijzen’, zoals de leden van de Constitutionele Raad worden genoemd, is het in strijd met de grondwet. Er kunnen redenen zijn, schrijft de raad, voor beperking van de vrijheid van meningsuiting en communicatie, het relevante juridische begrippenpaar in Frankrijk. Maar die moeten „noodzakelijk en toepasbaar (zijn) en in verhouding staan tot het beoogde doel.”

Enkele tientallen parlementariërs, van uiteenlopende politieke snit, hadden bij de raad beroep aangetekend tegen het wetsvoorstel nadat dat was aangenomen door de Nationale Assemblée en de Senaat. Het had in hun ogen niet de urgentie die nodig is om vrijheid van meningsuiting in te perken. Jurist Dominique Chagnollaud wijst op een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens. Dat bepaalde in 2003 dat ontkenning van de massamoord op joden door de nazi’s een bedreiging vormt voor fundamentele waarden als de strijd tegen racisme en antisemitisme. Maar wie kan in alle ernst volhouden, schrijft Chagnollaud op de Franse Huffingtonpost-site, dat ontkenning van de Armeense genocide zulke fundamentele waarden in gevaar brengt?

De Constitutionele Raad had nog een bezwaar. Je kunt niet als wetgever eerst de geschiedenis op een bepaalde manier interpreteren en daarna een afwijkende interpretatie strafbaar stellen. Dat is een verwijzing naar een wetje uit 2001. Daarin wordt het verdrijven en vermoorden van honderdduizenden Armenen in 1915 bestempeld als een genocide.

Met een schuin oog op de ongeveer 500.000 kiezers van Armeense afkomst vonden politici van Sarkozy’s partij UMP en uit het linkse kamp elkaar vorig jaar in een wetsvoorstel om ontkenning van die genocide ook strafbaar te stellen.

Maar Robert Badinter, de socialistische oud-minister van Justitie, zei gisteren dat de Constitutionele Raad terecht de geschiedenis wil overlaten aan historici.

President Sarkozy, die op afstand het wetsvoorstel steunde, toonde meteen begrip voor „de immense teleurstelling en de diepe bedroefdheid’’ van de voorstanders. Hij wil op korte termijn hierover in gesprek gaan met de Armeense gemeenschap. Dat zal een pittig gesprek worden, want onder Franse Armenen galmen kwalificaties als „capitulatie voor de inmenging van Turkije” en „De leugen en de ontkenning mogen het niet winnen van de waarheid.”

De Armeense genocide zal naar verwachting geen thema worden in de verkiezingscampagne. Het Sarkozykamp heeft al laten weten dat een nieuw wetsvoorstel vóór de verkiezingen onwaarschijnlijk is. En François Hollande is voorzichtig. Hij sprak zijn „solidariteit met de Armenen van Frankrijk” uit, hield de Turken in Frankrijk voor dat het wetsvoorstel niet tegen hen was gericht, en verplichtte zich het wetsvoorstel op te pakken, als hij tot president wordt gekozen, in een sfeer van „geruststelling en verzoening”.

Turkije kijkt het aan, vooralsnog tevreden. Toen het wetsvoorstel in december was aangenomen, bevroor Turkije de politieke en militaire samenwerking. Nu zei vicepremier Arinc dat „een ernstige crisis” tussen Frankrijk en Turkije is voorkomen en dat de Constitutionele raad de voorstanders van het wetsvoorstel „een juridisch lesje heeft geleerd”. In een geschreven verklaring merkte minister van Buitenlandse Zaken Davutoglu op dat „een ernstige fout” is rechtgezet. Bij controversiële historische thema’s, aldus die verklaring, valt een onpartijdige benadering gebaseerd op dialoog, te prefereren boven „onverstandige en vooringenomen interventies”.