We kopen weinig maar we gluren ons suf

De huizenmarkt zit in het slop, maar Funda trekt meer bezoekers dan ooit. Er staan ook meer huizen dan ooit op: 256.000. Een feest voor gluurders.

Er is een Funda voor de koper. Maar die groep is klein, in deze huizencrisistijd. Funda is nu vooral voor de gluurder. Voor wie wil weten hoe Nederlanders wonen. Waar ze slapen, douchen en ruziemaken. Waar ze werken, eten en in joggingpak lopen. Je tikt de woonplaats in, de straat. Na een paar muisklikken sta je binnen. Je kunt schaamteloos gniffelen om steriele hotelinterieurs en Playboy-badkamers met verzonken jacuzzi, om fantasieloze inbouwkeukens en dwangmatige woonmagazine-ideeën.

De huizenmarkt zit in het slop, maar verkoopsite Funda trekt meer bezoekers dan ooit: 400.000 per dag. Samen bekijken ze dan ruim 10 miljoen pagina’s. Vorig jaar werden in totaal 121.000 woningen verkocht. Op de site staan 256.000 huizen te koop, het hoogste aantal in het bestaan van Funda.

Maar wat krijgt de gluurder er voorgeschoteld?

Een huis dat voor hem zo aantrekkelijk mogelijk is gemaakt. Jeroen Wildvank is woningfotograaf. Hij fotografeert huizen voor verkoopsites als Funda. Hij wéét wat in beeld moet en wat niet.

In de smalle huiskamer van een rijtjeshuis in Amersfoort – de verkopers wonen er nog – wijst hij om zich heen: de kinderstoeltjes moeten weg, de spullen bovenop de keukenkastjes opgeruimd, de afwas van het aanrecht. Er mag maximaal één drankfles in beeld, de handdoeken moeten van de verwarming. En een duur schilderij of een kostbare Friese staartklok zet hij liever ook niet op internet, vanwege inbrekers.

Wildvank vindt dat een foto „naar waarheid” moet zijn. Maar hij gebruikt wel trucs. Hij fotografeert de woonkamer diagonaal, „voor de langste zichtlijn”. Het kleine halletje slaat hij over. Lampen blijven uit, anders denken mensen dat het een donker huis is. Hij gebruikt een groothoeklens voor het ruimtelijk effect. Donker en licht schaaft hij later op de computer bij. Een kabel op de vloer poetst hij weg.

Sfeer is ook belangrijk, zegt Wildvank.

Vers fruit in de fruitmand.

Een Nespresso-machine op het aanrecht betekent: „Deze mensen hebben smaak en ze kunnen het betalen.”

Een bloemetje op tafel mag, „als maar niet dezelfde bos tulpen in drie verschillende kamers opduikt. Stylisten doen dat wel eens. Die nemen ook van die potjes van Ikea mee, met dat nepgroen. Die duiken overal op.”

Het gaat er niet om dat zijn foto’s mooi zijn. „Natuurlijk is zonlicht dat door glas-in-lood valt prachtig. Maar op Funda? Nee.” Te veel van het goede, bedoelt hij. Lang niet iedere verkoper huurt een woningfotograaf in. Negen van de tien keer maakt de makelaar de foto’s of levert de verkoper zelf iets aan. „Ze vergeten dat de beelden niet te persoonlijk moeten zijn. De foto’s moeten zeggen: dit is een huis voor iedereen.”

Die spanning op Funda tussen voorstelling en werkelijkheid maakt het gluren juist zo verslavend. Want je ziet er ook de mislukkingen. Mensen doen hun best. Ze zetten een fles champagne op de badrand. Ze zoomen in op een wijnrek. Ze ruimen de woonkamer op maar vergeten de lege flessen in de gang.

Onbeschaamd gluren is ook wat fotograaf en schrijver Hans Aarsman op Funda doet. Voor dit gesprek bladerde hij door een stapel Fundafoto’s. „Die badkamer! Daar kun je geen kat aan zijn staart naar binnen trekken. Het lijkt net grotverlichting. En zo’n slaapkamer, treurig toch? Daar lig je dan met z’n tweeën. Hier ga je dood, dat denk ik dan.”

Foto’s op Funda gaan over hoe mensen leven, zegt Aarsman, maar óók over hoe mensen hun leven publiek willen maken.

En dan op zo’n manier dat anderen zich daar prettig in voelen. Aarsman wijst op een foto van een chic huis met een vleugel in de hoek van de woonkamer. „Aan beelden zitten afspraken. Dit betekent: hier wonen geen aso’s.” Op de foto erna is alleen de vleugel te zien. „Ze moeten het er nou ook weer niet te dik er bovenop leggen. Het werkt het sterkste als je het zelf ontdekt.”

Probleem is dat wat de één prettig vindt – twee identieke potten in de vensterbank, twee identieke schilderijen aan de muur, twee dezelfde stoeltjes tegen de muur – de ander als dwangmatig bestempelt. En dat maakt het kijken juist zo leuk. Vinden ze dát mooi?

Dat wordt extra benadrukt doordat mensen hun eigen huis aan het presenteren zijn, zegt Aarsman. „Fotograferen maakt bewust, omdat je de tijd eruit haalt. Dingen krijgen een soort ‘expresheid’, die voel je als kijker. Net als bij een auditie. Dan weet je dat er over de kleren is nagedacht.”

Maar ook als het huis gelikt gepresenteerd is, valt genoeg te zeggen over de bewoners. Psycholoog Sam Gosling van de Universiteit van Texas onderzocht systematisch welke persoonlijkheidskenmerken goed zijn af te lezen aan iemands interieur. Hij gebruikte daarvoor het bekende Big Five-model met vijf persoonlijkheidskenmerken: extraversie, meegaandheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor ervaringen.

Sommige kenmerken zijn betrouwbaar te herleiden uit iemands huis, zegt hij aan de telefoon. Zoals ‘openstaan voor nieuwe ervaringen’. Als iemand in een heel onderscheidend huis woont, zoals een oude windmolen of een bunker, dan scoort hij hoog op deze eigenschap. Ook kun je het zien aan ongewone schilderijen aan de muur, veel soorten kruiden in de keuken, een boekencollectie, of gekke ontwerpen. Maar als een bepaald gek ontwerp mode is, zegt Gosling, telt dat niet meer.

Wie wil weten of iemand extravert is moet goed letten op de aanwezigheid van gezelschapspelletjes, gezellig opgestelde zitmeubels, foto’s van mensen aan de muur, een snoeppot of een uitgebreide set cocktailglazen. „Extraverte mensen zijn dol op mensen. Ze willen dat hun huis er uitnodigend uitziet.”

Meegaandheid (tegenover wantrouwen) is daarentegen nauwelijks te achterhalen. Gosling: „Mensen maken vaak de fout dat als een plek netjes is, de persoon wel meegaand zal zijn. Maar dat is niet correct.” Neuroticisme, de eigenschap dat je snel gestresst en angstig raakt, is ook niet goed te zien. Het huis van een neuroot kan net zo goed kil als warm zijn ingericht.

Maar zorgvuldigheid, met onder meer het vermogen om planmatig te kunnen denken, kun je weer wel goed zien. „Is de keuken netjes opgeruimd, is de boekenkast gesorteerd, hangt er een kalender?”

Maar mensen hebben hun huizen toch juist opgeruimd? Gosling: „Netjes zijn is structureel. Als je geen kasten en lades hebt om dingen in op te bergen, kun je ze ook niet opbergen. Je blijft het zien als mensen diep chaotisch zijn.”