Voorgekookte benoeming symptoom van handjeklap

Maar 2,1 procent van de kiesgerechtigde Nederlanders is lid van een politieke partij. Om precies te zijn waren dat er 312.981, per 1 januari 2012. Wie bij benoemingen in belangrijke, meestal ambtelijke functies slechts uit dit zeer selecte gezelschap wenst te kiezen, legt zichzelf dus grote beperkingen op. Temeer daar de keuzes bij zulke politieke benoemingen in de praktijk tot een nog veel kleinere kring worden beperkt: de leden die op een of andere wijze ook activiteiten voor of mede namens hun partij ontplooien.

De Nationale ombudsman heeft een gisteren gepubliceerde analyse gemaakt over de recente benoeming van de vicepresident van de Raad van State, voormalig minister Donner, lid van het CDA. Dat had transparanter gekund, meldt de ombudsman, niet zonder gevoel voor understatement. Hij had ook kunnen schrijven: hier was sprake van schijntransparantie. Nimmer heeft het kabinet de indruk kunnen wegnemen dat deze benoeming, ondanks de openbare sollicitatieprocedure, was voorgekookt; premier Rutte heeft er zijn geloofwaardigheid mee op het spel gezet.

Deze benoeming was symptoom voor het handjeklap waarmee zulke benoemingen in achterkamers doorgaans worden begeleid. Als partij A functie B krijgt, heeft partij C recht op benoeming D, enzovoorts.

Vooropgesteld: voor tal van functies geldt dat kennis van het openbaar bestuur en politieke mores een pré is. Partijlidmaatschap kan daarbij helpen, politieke ervaring ook, maar noodzakelijk is het niet. Belangrijker zijn de onafhankelijkheid en onbevangenheid waarmee instituten als de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en het Centraal Planbureau politici adviseren of anderszins van dienst zijn. Dat geldt ook voor de ambtelijke top op ministeries.

Bij benoemingen in dergelijke functies moeten de deskundigheid en de expertise van een kandidaat leidend zijn. Partijlidmaatschap hoort bezwaar noch voorwaarde te zijn.

Als toch sprake is van een benoeming waarbij lidmaatschap van een politieke partij zwaarwegend of doorslaggevend is, wees daar dan open over, bepleitte de Nationale ombudsman gisteren. Hij heeft gelijk, maar of hij het krijgt, is zeer twijfelachtig, zo valt te vrezen. Hij hoopt dat de minister van Binnenlandse Zaken een standpunt inneemt en met de Tweede Kamer een dialoog aangaat over de wijze van benoemen. Dat is wel het minste wat van politiek Den Haag mag worden verwacht.

Commentaren geven het standpunt van de krant, op basis van discussies tussen commentatoren.