Uw aangifte ligt nog wel ergens op een plank

Politie en justitie werken slecht samen. De Algemene Rekenkamer bracht gisteren een vernietigend rapport uit. Hoe vaak en waarom is er niet vervolgd?

Een criminele daad wordt in Nederland niet automatisch vervolgd. Met een aangifte wordt niet per definitie iets gedaan. En criminelen die een straf hebben gekregen van de rechter, zitten die niet altijd uit.

De Algemene Rekenkamer presenteerde gisteren een zeer kritisch rapport over de prestaties in de strafrechtketen. Ofwel: hoe goed werken politie, Openbaar Ministerie (OM) en het gevangeniswezen samen? Daar blijkt „ruimte voor verbetering” te zijn, subtiel gezegd.

1Wat zijn de belangrijkste conclusies?Politie en OM weten niet hoeveel aangiften van vermogens- en geweldsdelicten er tegen de regels op de plank blijven liggen. Tussen oktober 2009 en oktober 2010, het jaar dat de Rekenkamer onderzocht, kwamen ruim 1 miljoen aangiftes binnen. Een groot deel daarvan werd direct en terecht terzijde gelegd, omdat geen sprake was van een strafbaar feit – een burenruzie bijvoorbeeld, zonder lichamelijk geweld. Maar er waren ook zaken die wél vervolging moesten krijgen, wat niet gebeurde. Hoe vaak dat voorkomt, is niet duidelijk, omdat de cijfers van politie en OM niet op elkaar aansluiten. Zo rekent justitie in verdachten, en de politie in zaken. En als het OM zaken terugstuurt wegens gebrek aan bewijs, wordt dat ook niet bijgehouden.

Daar valt verbetering te behalen, zegt bestuurder Kees Vendrik van de Algemene Rekenkamer: „De politie, noch het OM heeft in beeld waarom die zaken teruggaan. Dat is lastig, omdat je juist daar veel van kunt leren, die informatie waaróm die zaken teruggaan, is cruciaal.”

2Hoe zit het met veroordeelden die hun straf niet uitzitten?

Daarover bestaan wel cijfers, al legt de Rekenkamer uit hoe complex het is om na te gaan hoe groot de ‘ongewenste uitstroom’ is – jargon voor mensen die hun straf ontlopen. Er zijn veel verschillende soorten sancties: van taakstraffen via boetes tot celstraffen. En bij al die straffen zijn weer verschillende organisaties betrokken: van de reclassering tot Bureau Halt tot de Dienst Justitiële Inrichtingen.

In de onderzochte periode zaten 2.460 mensen een vrijheidsstraf niet uit, 16 procent van alle opgelegde vrijheidsstraffen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door verjaring. Van de mensen die een boete kregen, betaalde 14 procent niet. Ook bij Bureau Halt, dat alternatieve straffen oplegt aan jongeren, ontliep 8 procent zijn straf.

3 Wat beveelt de Rekenkamer aan om dit te verbeteren?

Ten eerste moet minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) de regie in handen nemen. Nu de politie ook bij het ministerie van Justitie is ondergebracht, zou dat mogelijk moeten zijn – vroeger ressorteerde de politie onder Binnenlandse Zaken. Opstelten moet ervoor zorgen dat politie en Openbaar Ministerie heldere afspraken maken over hoe ze de opsporing van criminelen precies invullen, en duidelijk maken waarom in sommige zaken géén, en andere zaken wél energie en geld gestoken wordt. Lang niet altijd is het namelijk zo dat als de politie en OM achter een zaak aangaan, die zaak automatisch voor de rechter komt. Goede afspraken over of het wel of niet zou lonen om mensen op een opsporing te zetten, zouden tijd en geld schelen, schrijft de Rekenkamer.

4 En neemt minister Opstelten die kritiek serieus?

In het rapport heeft de Rekenkamer hem al de gelegenheid gegeven om te reageren. Hij neemt de aanbevelingen serieus, zegt hij, maar zegt ook dat zijn ministerie al stappen onderneemt om de strafrechtketen effectiever te laten werken. Bijvoorbeeld de vorming van de nationale politie moet al voor meer eenheid zorgen in de opsporing. Nu bepaalt elk regiokorps zelf waar de prioriteiten liggen, en of bijvoorbeeld internetfraude wel of niet opgespoord wordt. Dat is een probleem voor de rechtsgelijkheid. Eén korps moet die prioriteiten ook weer op één lijn brengen.

Annemarie Kas