Succes gebouwd op cement en zout

In deze serie doet de krant van dichtbij verslag van een grote buitenlandse ontwikkeling. De groeiende instabiliteit in Nigeria geldt als een bedreiging voor West-Afrika. Een van de breuklijnen loopt tussen arm en rijk. Deel drie: Cementkoning Aliko Dangote, de rijkste man van Afrika, leeft van politieke contacten.

V rijwel de gehele politieke elite van Nigeria is begin februari uitgelopen voor de opening van zijn nieuwe cementfabriek. Iedereen wil vereenzelvigd worden met het succes van zakenman Aliko Dangote. Gouverneurs en senatoren zitten in een grote tent aan sjiek gedekte tafels. De glazen zijn gepoetst, de borden van zilver. De meeste zijn gekleed in kleurige dansiki’s (gewaden) en aso oke’s (hoeden). Ook hun echtgenotes hebben zich opgedoft voor dit uitje. In stijlvolle jurken en behangen met gouden sieraden spelen ze met hun telefoon. Zien en gezien worden bij een cementfabriek.

„Dit is een historisch moment”, zegt Dangote in een toespraak tijdens de ceremonie, die live op televisie wordt uitgezonden. „Met de oplevering van de fabriek in Ibese is Nigeria veranderd van een grote importeur van cement naar een zelfvoorzienende en exporterende natie.”

Hij onderstreept dat de fabriek, met een productie van zes miljoen ton cement per jaar de grootste van sub-Sahara Afrika, het gevolg is van regeringsbeleid. Dan krijgt de eregast het woord: president Goodluck Jonathan. Vol trots onderstreept hij dat de fabriek 7.000 nieuwe banen oplevert. De boodschap is duidelijk: het succes van Dangote is het succes van Nigeria.

Daar is wat voor te zeggen. Buiten de olie-industrie is de Nigeriaanse economie enorm inefficiënt. De oliehausse in de jaren zeventig heeft geleid tot de instorting van de landbouw en de lichte industrie. Door een gebrek aan investeringen is de infrastructuur in verval geraakt, de stroomvoorziening onbetrouwbaar en bestaat er een gebrek aan goed geschoold personeel. Het gevolg is dat Nigeria grote hoeveelheden voedsel en goederen importeert in plaats van exporteert. Zelfs tandenstokers komen uit het buitenland.

Dangote laat zien dat het anders kan. De Dangote Group is een van de grootste industriële conglomeraten van Afrika met een jaaromzet van 3 miljard dollar. De groep heeft dertien dochterondernemingen die samen 25.000 mensen in dienst hebben. De nadruk ligt op cement, met fabrieken en terminals in veertien Afrikaanse landen. Maar het bedrijf is ook een grote producent en distributeur van zout, suiker, bloem, pasta, vruchtensap, staal en kunstmest. Dangote is er de rijkste man van Afrika mee geworden, met een geschat vermogen van 13,8 miljard dollar.

Hoe is Dangote erin geslaagd in zo’n succesvol bedrijf op te bouwen in een kreupele economie?

Het antwoord ligt, zoals zo vaak in Nigeria, deels bij de politiek. De Amerikaanse regering gelooft dat Dangote oneigenlijke steun heeft gekregen van de Nigeriaanse regering, zo blijkt uit een ambtsbericht van de ambassade uit 2007 dat door WikiLeaks naar buiten is gebracht. „Voor sommigen heeft hij het aura van een economische volksheld, voor anderen is hij een schurk. Voor aanhangers symboliseert hij dat Nigeria meer kan dan ruilen en handelen. Het kan produceren. Voor tegenstanders is hij een roofdier dat zijn relaties in een corrupte politieke economie gebruikt om het speelveld in zijn voordeel te veranderen en potentiële concurrenten op een zijspoor te zetten. De waarheid ligt ergens tussen deze twee karikaturen.”

Alhaji Aliko Dangote (55) is een telg van de rijkste familie van Kano, een eeuwenoude handelsstad in het noorden van Nigeria. Zijn familie heeft haar fortuin verdiend met de karavaanhandel in de Sahara. Dangote’s vader was politicus en zakenman en zijn grootvader was de pindahandelaar Alhassan Dantata, die in de jaren vijftig de beroemde pindapiramides van Kano liet bouwen, een manier om het enorme overschot aan pinda’s op te slaan. Toen Dantata in 1955 overleed, was hij de rijkste man van Nigeria.

Dangote blijkt al vroeg ook over een zakeninstinct te beschikken. Op school verdient hij geld door snoep te verkopen aan klasgenoten. Na een studie bedrijfskunde aan de Al-Azhar Universiteit in de Egyptische hoofdstad Kairo, begint hij in 1977 voor zichzelf. Van een oom leent hij 500.000 naira, waarmee hij in Lagos een handelsbedrijfje opzet. Hij koopt in Lagos goederen als suiker, meel en plantaardige olie en verkoopt ze in Kano aan handelaren uit Noord-Nigeria en omringende landen als Tsjaad, Kameroen en Niger.

„Zijn ambitie dreef hem uit Kano”, zegt Lawan Habib Yahya, econoom aan de Bayero Universiteit van Kano. „Hij vertelde me ooit dat hij naar Lagos is verhuisd zodat hij niet op zijn familiebanden kon terugvallen. Hij wilde zelf slagen. Als je buiten je vertrouwde omgeving bent, krijg je niet veel kansen. Die moet je zelf creëren. En dat is wat hij heeft gedaan.”

Nadat hij miljonair is geworden met zijn handelbedrijf, waagt Dangote eind jaren negentig de stap naar productie. „Het was een moedig besluit”, zegt Shuaibu Idris, van 2002 tot 2010 directeur van de van Dangote Flour. „Nigeria heeft een overvloed aan kalksteen, de belangrijkste grondstof voor cement. Maar veel ondernemers waren bang om fabrieken te bouwen, vanwege de slechte infrastructuur en het gebrek aan elektriciteit. Om verzekerd te zijn van stroom heeft Dangote eigen elektriciteitscentrales gebouwd, die draaien op ruwe olie. Dat is goedkoper.”

De overstap naar eigen productie wordt in de hand gewerkt door het bezuinigingsbeleid van president Olusegun Obasanjo, met wie Dangote nauwe banden onderhoudt. Als Obasanjo in 1999 presidentskandidaat wordt van de Democratische Volkspartij (PDP), is Dangote een de belangrijkste financiers van zijn campagne. Als dank kan hij enkele staatsbedrijven, die worden geprivatiseerd, onder de marktprijs kopen: Nigerian Textile Mills, Savanah Sugar Company en Benue Cement Company.

Het gebeurt vaker dat Dangote zijn relaties in de politiek efficiënt benut voor zakelijk voordeel. „Hoge tariefmuren of een totaal verbod op de import van producten begunstigen de groep in bijna alle sectoren waarin het zaken doet, zoals meel, cement, bepaalde soorten textiel, suiker en pasta”, staat in het ambtsbericht van de Amerikaanse ambassade.

„Je kunt in Nigeria niet succesvol zijn zonder goede politieke contacten”, zegt Yahya. „Zo kun je gunsten krijgen en beleid in je voordeel veranderen. Maar het werkt ook de andere kant op. Dangote doet dingen die de regering graag ziet. Ze hebben dezelfde droom: zoveel mogelijk producten in Nigeria te produceren.”

Dat bleek in november weer, toen Dangote aankondigde dat hij in Nigeria de grootste mestfabriek van Afrika gaat bouwen. Hiermee wil hij de kwijnende landbouwsector weer op gang helpen en zo de voedseltekorten verminderen. Het succes van Dangote is het succes van Nigeria.

Vorig jaar benoemt president Jonathan Dangote tot Groot Commandant van de Orde van de Niger, de op een na grootste eer van het land. Dangote is de eerste zakenman met deze onderscheiding, die voorheen was voorbehouden aan vicepresidenten, voorzitters van de Senaat en opperrechters. Het leidt tot speculaties dat de PDP hem in de coulissen voorbereidt op het presidentschap in 2015.

Maar volgens Yahya en Idris heeft Dangote geen politieke ambities. „Hij heeft weinig interesse in politiek” , zegt Idris, „behalve als het om zaken gaat. Hij is een echte zakenman, die het gelukkigst wordt van het uitbouwen van zijn bedrijf.”

Toon Beemsterboer