Scheerschuim en mes in ere herstellen

Jongen mensen maken oude ambachten hip. Bertus en Leen werken als barbier. Bart Duivenvoorden maakt maatschoenen, Emmie Wolting naait korsetten.

Stap de winkel van Bertus en Leen in Rotterdam binnen en je waant je in de jaren 20 van de vorige eeuw: mannen met klodders schuim op de wangen, scherpe scheermessen. Vorig jaar besloten de twee vrienden eigenhandig het bijna uitgestorven ambacht van barbier nieuw leven in te blazen. Bij Schorem Haarsnijder en Barbier geen modern gedoe met tondeuses en scheerapparaten, er wordt ouderwets geknipt en geschoren.

Bertus (37) was vastbesloten het ambacht van barbier in ere te herstellen. „Het ging met het kappersvak de verkeerde kant op. Kappers zijn geen kappers meer, maar haarstylisten. Ze kijken meer naar zichzelf in de spiegel dan naar de klant. En voor mannen was het vreselijk, ze krijgen allemaal hetzelfde quasihippe kapsel aangemeten, met zo’n vreselijke spuuglok voor de ogen.”

Bertus en Leen, geschoolde kappers, stortten zich op het vergeten ambacht, maar dat bleek nog niet zo makkelijk. Met vergeelde schoolboeken en een studiereis naar een oude traditionele barbier in Ierland maakten de mannen zichzelf het vak eigen. „Niemand wist meer hoe je een handdoek omknoopt, een open mes hanteert of scheerschuim maakt.”

Nu leiden de Rotterdammers zelf een nieuwe generatie barbiers op. „Een ambacht leer je in de praktijk, van een leermeester.” De zaak loopt goed en Bertus en Leen kunnen de drukte naar eigen zeggen bijna niet aan. „In het begin vonden klanten het vervelend om lang te wachten. Maar inmiddels zijn ze eraan gewend dat het bij ons zo werkt. Wij nemen de tijd voor elke klant, dat hoort erbij, handwerk kost tijd.”

Ook de 29-jarige Bart Duivenvoorden blaast een vergeten ambacht nieuw leven in. Als derde generatie in een familie van schoenmakers wist hij de volgens aloude methode vervaardigde maatschoen weer trendy te maken. Duivenvoordens opa maakte maatschoenen, zijn vader en oom stapten over op schoenreparaties. Zelf werkte hij in zijn vaders winkel tot hij besloot het ambacht van zijn grootvader op te pakken. „Ik wilde niet dat het vak helemaal zou verdwijnen.” Twee jaar geleden begon hij zijn eigen maatschoenenatelier Duivshoes in Haarlem. „Ik had al veel ervaring uit de zaak van mijn vader en met de kennis die mijn opa zijn zoons had bijgebracht, heb ik me het vak eigen gemaakt.”

Het liep niet direct storm. „Mensen wisten niet dat het nog kon, maatschoenen laten maken. Dankzij mond-tot-mondreclame ging het langzaam maar zeker lopen.” Nu hoort Duivenvoorden volgens kenners bij de beste maatschoenenmakers van Nederland, hippe BN’ers onder wie Maik de Boer en Jack Spijkerman laten hun schoeisel door hem ontwerpen. Ook geeft hij les aan de opleiding ambachtelijk schoenmaken in Utrecht. „Als je kwaliteit levert, gaat het vanzelf goed.”

Emmie Wolting (30) keek als kind uren naar ‘mooiejurkenfilms’ als Sissi „Toen besloot ik: als ik leer naaien, ga ik Victoriaanse korsetten maken.” Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. „Het met de hand maken van korsetten is echt een verloren vak.” Het was moeilijk aan de juiste informatie en materialen te komen. „De baleinen bijvoorbeeld waren vroeger van walvisbot. Dat kun je nergens meer krijgen.” Uiteindelijk kon Wolting in de leer bij een kleermaker en wist ze een patroon uit 1890 op de kop te tikken.

Vijf jaar geleden begon ze in Kortenhoef haar eigen atelier Tante Emmie. Haar passie is geen goudmijn. „Een handgemaakt korset is kostbaar. Daar komen geen massa’s vrouwen op af. Maar ik hou van dit ambacht en wil het graag in leven houden.” Vooralsnog leeft Wolting van het ontwerpen van theaterkostuums en het geven van naaicursussen.

Trendwatcher Hilde Roothart van Trendslator signaleert al een aantal jaar een groeiende vraag naar ambachtelijk vervaardigde producten. „Er is zo veel overvloed, alles is te koop. De interesse van de consument verschuift naar producten die uniek en persoonlijk zijn. Mensen willen zich onderscheiden met producten die ambachtelijk zijn vervaardigd, waar veel tijd en aandacht aan is besteed.” Ook bij de producenten bemerkt ze die verschuiving. „Ontwerpers voelen zich miskend, ze willen meer nadruk op hun ambacht. Steeds meer initiatieven dwingen ons oog te hebben voor de kwaliteit van producten en het vakwerk waarmee het is gemaakt.” Dat blijkt volgens Roothart ook uit de opkomst van ambachtsscholen, die de laatste jaren bezig zijn aan een comeback.

De jonge ambachtslieden herkennen zich in het beeld van de trendwatcher. Bertus: „Consumenten willen de persoonlijke winkeltjes terug. Geen eenheidsworst meer, maar origineel, traditioneel handwerk.”