Pritzker Prijs verrast met keuze Wang Shu

De Pritzker Prijs 2012, de zelfbenoemde ‘Nobelprijs voor de architectuur’, gaat naar de Chinese architect Wang Shu. De prijs van 100.000 dollar, die sinds 1979 jaarlijks wordt toegekend door de Pritzker Stichting, wordt op 25 mei uitgereikt. Eerdere prijswinnaars waren onder anderen Philip Johnson, Zaha Hadid en Rem Koolhaas.

Voor het eerst is de Pritzker Prijs voor een Chinese architect. De toekenning van de prijs aan de in het Westen vrij onbekende Wang Shu moet worden beschouwd als een erkenning van en een kritiek op China en de Chinese bouwkunst. In zijn rapport erkent de jury dat China een prominent land van moderne architectuur is waar sterarchitecten als Rem Koolhaas, de architect van het hoofdkwartier van de Chinese staatstelevisie in Peking en de Zwitsers Herzog & De Meuron, de ontwerpers van het Olympisch Stadion, veel ruimte krijgen. Maar het rapport bevat ook kritiek op de razendsnelle bouw van miljoenensteden in China die er meestal op neerkomt dat dorpjes en oude wijken worden weggevaagd voor hoogbouw in een anonieme, internationale stijl. „China’s ongekende mogelijkheden tot het plannen en ontwerpen zullen in harmonie moeten zijn met de lange en unieke Chinese traditie en met de toekomstige behoeften aan duurzame ontwikkeling”, aldus de jury.

Wang Shu is een van de weinige Chinese architecten met oog voor traditie en duurzaamheid. Na de voltooiing van zijn architectuurstudie deed hij onderzoek naar de renovatie van oude gebouwen. Vervolgens werkte hij jarenlang met ambachtslieden om het traditionele Chinese bouwen te leren kennen.

Soms krijgt de geschiedenis heel letterlijk een plaats in Wang Shu’s werk. Zo redde hij in 2004 meer dan twee miljoen tegels uit gesloopte traditionele Chinese huizen, door ze te hergebruiken in de nieuwe gebouwen op de campus van de kunstacademie in zijn thuisstad Hangzhou. Hier gebruikte hij ook overvloedig het traditionele Chinese bouwmateriaal bamboe.

Ook in zijn eerste project, de in 2000 voltooide bibliotheek van het Wenzheng College in Suzhou, komt het respect voor de traditie tot uitdrukking. Overeenkomstig de oude Chinese opvatting dat een gebouw dat tussen water en bergen komt te staan, niet te prominent moet worden, kwam de helft van dit gebouw ondergronds. Zijn historisch museum in Ningbo uit 2008 verwijst met zijn gesloten gevels van ruwe stenen waarin spleetvormige ramen zijn uitgebikt, als een oud Chinees fort.

Tegelijkertijd kent het werk van Wang Shu ook moderne kanten. De hagelwitte bibliotheek van het Wenzheng College staat in de traditie van het Nieuwe Bouwen en is verwant aan het werk van de Amerikaan Richard Meier. Zijn ‘verticale hofappartementen’ in Hangzhou uit 2007 ogen als een slordige opeenstapeling van betonnen dozen die net zo goed door het Nederlandse MVRDV ontworpen hadden kunnen zijn.

De afgelopen jaren krijgt het werk van Wang Shu ook in het Westen erkenning. Hij kreeg verschillende architectuurprijzen en is geregeld gastdocent aan Amerikaanse universiteiten, waaronder die van Harvard.