Patstelling in Amerikaanse politiek houdt aan

Het aftreden van senator Olympia Snowe uit Maine gooit roet in het eten van de Republikeinse plannen om de macht in het Amerikaanse Congres naar zich toe te trekken. Hoewel de privésector dikwijls blij is met een patstelling in de politiek, zou de mogelijkheid dat het gedrag van de politici in Washington van de afgelopen twee jaar van blijvende aard is wel eens tot andere inzichten kunnen leiden.

In theorie betekent een impasse in de wetgeving dat er minder nieuwe regels worden ingevoerd. Bij investeringsbeslissingen hoeft er dan minder rekening te worden gehouden met bepaalde politieke risico’s. Volgens Deutsche Bank is het rendement van de S&P 500 in de zes maanden na een tussentijdse Congresverkiezing doorgaans hoger. Dat komt doordat de partij van de zittende president dan meestal zetels verliest, waardoor het moeilijker wordt er voorstellen doorheen te drukken die schadelijk kunnen zijn voor het bedrijfsleven.

Het besluit van Snowe om af te treden zorgt ervoor dat de kans op een patstelling in het Congres groter wordt. De Republikeinen hebben vier extra Senaatszetels nodig voor een meerderheid – precies het aantal zetels dat de Democraten bij de vorige verkiezingen met minder dan 15 procent verschil in de wacht hebben gesleept. De zetel van Snowe werd als veilig gezien. Ze is populair bij haar kiezers, maar omdat ze een gematigde Republikein is, zouden de inwoners van Maine ook een Democraat in haar plaats kunnen kiezen.

Zelfs als de Republikeinen erin slagen een meerderheid van 51 zetels te behalen, zijn dat nog lang niet de 60 zetels die nodig zijn om ‘filibusters’ te voorkomen – de procedurele tactiek van ellenlange redevoeringen die kan worden ingezet om wetgeving te blokkeren. De kans dat de Republikeinen zoveel zetels halen is klein, maar omdat ze waarschijnlijk de meerderheid zullen krijgen in het Huis van Afgevaardigden, is een patstelling zo goed als zeker – wie er ook president wordt.

Dat is slecht nieuws voor de privésector. Impasses in Washington hebben de afgelopen jaren niet tot een vermindering, maar juist tot een toename van de risico’s geleid. Het duidelijkste voorbeeld is het getouwtrek over het schuldenplafond van 2011. Die episode heeft beleggers wereldwijd de stuipen op het lijf gejaagd. En dat debat zal vroeg of laat weer oplaaien. De onvermijdelijke strijd over belastingverlagingen zal alleen nog maar voor meer problemen zorgen.

Intussen dringen sommige bedrijven er bij de Republikeinen op aan bepaalde wetgeving van de regering-Obama terug te draaien, zowel op het gebied van de gezondheidszorg als op dat van het toezicht op de financiële sector. De politieke patstelling maakt het onwaarschijnlijk dat deze doelstellingen zullen worden verwezenlijkt. Het lijkt er niet op dat het na 2012 makkelijker zal worden om vruchtbare compromissen te sluiten.

Vertaling Menno Grootveld