Niets mogen vrouwen in Gaza, zeker niet zingen

Hamas verbiedt vrouwen te zingen in de Gazastrook. Maar de zedenpolitie hoeft weinig te doen, het conservatisme zit in de mensen zelf.

Correspondent Israël

Gaza. Na drie lange uithalen wisselt hij verschrikt een blik met zijn zwager, die daarop onmiddellijk de ramen sluit. Dan zingt Mohammed Assaf zo hartstochtelijk verder dat de hele familie in de huiskamer in Khan Younis meewiegt.

Assaf (22) is naar eigen zeggen de beroemdste Palestijnse zanger in de Gazastrook. Zijn grootste hit had hij in 2005, met een nationalistisch lied. Sindsdien wordt Assaf op straat herkend. Vorig jaar was hij nog op televisie, als enige Gazaanse kandidaat van de Palestijnse zangtalentenjacht New Star.

Omdat Assaf Gaza niet uit mag, deed hij mee via een videoverbinding. Hij verloor omdat te weinig kennissen per sms op hem stemden, zegt hij. Het programma is in Gaza lang niet zo populair als op de bezette Palestijnse Westelijke Jordaanoever. „Wegens de situatie”, denkt Assaf.

De door Israël geblokkeerde Gazastrook wordt sinds 2007 volledig gecontroleerd door de fundamentalistisch-islamitische beweging Hamas, die de bevolking strenge zedenregels oplegt. Zo verbood Hamas dit jaar deelname aan het tweede seizoen van New Star. Het zangprogramma was „onfatsoenlijk”, aldus de regering, en vormde een aanval op de tradities van de gemeenschap.

Voor Hamas met geweld de macht greep waren tv-talentenjachten als New Star in Gaza zeer populair.

Nu is Assaf veroordeeld tot besloten bruiloften, huiskamers en verzoeknummers van vrienden. Hij vindt het verbod onrechtvaardig. „Het verbod doodt onze ambities. Als je niet op de tv komt, word je nooit bekend.”

Assaf droomt van wereldroem en grote zalen. Maar het blijft vaak bij de spiegel. „Echt optreden kan niet. Op bruiloften ben ik altijd bang dat Hamas me komt arresteren.” Het laatste concert dat hij zag was dat van een groep rappers, in 2010. Hoewel ze toestemming van Hamas hadden gekregen, werd de show na tien minuten afgebroken en werden de rappers opgepakt.

Assaf heeft nooit met zoveel woorden te horen gekregen dat hij niet mag zingen. Maar hij is wel door Hamas-leden die hem herkenden in elkaar geslagen. „Ze zeggen het nooit expliciet, maar ze geven je het gevoel, het bange gevoel dat je beter kunt stoppen”, zegt Assaf. Zo zeiden Hamas-leden hem: denk aan je leven, hou je gedeisd.

Hamas staat vrouwen nog veel minder toe dan mannen. Als ze alleen reizen wordt ze gevraagd of ze toestemming hebben van hun ouders of echtgenoot. Vrouwen kunnen niet over straat met een man die geen naaste familie is. Niet onbedekt zwemmen. Niet in het donker naar buiten. Niet naar feestjes waar ook mannen zijn. Niet roken. Zingen is al helemaal uit den boze. Een zangeres is voor groot deel van de gemeenschap in Gaza, en voor de overheid, een hoer. Gezichtssluiers zijn steeds gangbaarder in Gaza.

Samah Kassab (31) draagt pas een hoofddoek sinds Hamas aan de macht is. Hij is zo zwart als haar haren die er onderuitkomen, en daarom bijna niet te zien. Kassab is atheïst, maar haar man en haar ouders laten haar niet zonder hoofddoek naar buiten gaan. „Ze zijn bang voor praatjes.”

Met Hamas heeft Kassab nooit een confrontatie gehad. „Hamas hoeft geen kuisheidspolitie te sturen als in Iran, het conservatisme zit hier in de mensen zelf. Zelfs collega’s zullen me kritiseren als ik geen hoofddoek draag, terwijl ik voor een mensenrechtenorganisatie werk.”

Vrouwen zijn vaak nog strenger dan mannen, is Kassabs ervaring. Ze zag eens hoe een gesluierde vrouw op straat de haren van een vreemd meisje hardhandig onder haar doek duwde. Zelf neemt Kassab ook reflexen over. Als ze bij hoge uitzondering met vriendinnen op stap is, kijkt ze voortdurend naar de klok. „Ik kan niet eens meer genieten van een beetje vrijheid.” Toch wil ze niet klagen, zegt ze. „Ik draag spijkerbroeken. Vergeleken met de meeste vrouwen heb ik het goed.”

Mariam Abuamer (18) klaagt wel. „Ik sterf van binnen”, fluistert ze door haar tranen heen. Abuamer zingt sinds haar zesde. Ze was op de Palestijnse televisie met een romantisch lied van Celine Dion. Maar sinds een lerares vertelde dat vrouwen niet mogen zingen omdat dat mannen opwindt, wil Abuamer niet meer zingen over de liefde. „Ik droom er niet van mijn lichaam te laten zien op de tv. Ik wil een respectabele zangeres zijn.” Ze wil zingen over vrede, in traditionele Palestijnse kleren.

Na de machtsovername van Hamas verbood haar vader haar te zingen. „Hij zei: denk aan je toekomst. Je bent een Palestijn. Zingen wordt niet gerespecteerd.” Ze mag alleen thuis zingen, zonder publiek en heel zacht, zegt Abuamer. „Mijn vader is bang voor zijn reputatie. Voor wat de mensen denken. Mijn vader kijkt niet naar de Koran, maar naar de buren.”

Net als de vader van popster Mohammad Assaf. Jabar Assaf noemt zich liberaal. „We zijn een gelovige familie, maar ik zie geen conflict tussen geloven en zingen, wat Hamas ook zegt.” De zangcarrière van zijn zoon heeft hij altijd gesteund, zegt hij. „Mohammad maakt me trots.”

Zijn dochter zong vroeger ook goed. Maar sinds ze achttien is mag dat niet meer van haar vader. „Wegens de situatie. Als we buiten Gaza hadden geleefd, had ze van mij mogen zingen.”

Wat vindt de dochter er zelf van? „Het is oké”, zegt ze zacht. Ze zingt al jaren niet meer. Maar na enig aandringen brengt ze vanaf de bank een meeslepend lied van de Libanese zangeres Fairuz ten gehore. Haar zwager sluit snel de gordijnen.