Naar Malema luistert de massa wel

Gisteren werd Julius Malema uit het ANC gezet. Hij liet de geest uit de fles, maar ging te ver.

Miners, who are on strike, wait for suspended ANC Youth League President Julius Malema to address them outside the Impala platinum mine in Rustenburg, 120 km (75 miles) northwest of Johannesburg, February 28 2012. South Africa's National Union of Mineworkers (NUM) urged its members on Monday to accept an offer by Impala Platinum to rehire miners at its Rustenburg operation, the scene of a violent illegal strike that has pushed platinum prices higher. REUTERS/Siphiwe Sibeko (SOUTH AFRICA - Tags: BUSINESS COMMODITIES EMPLOYMENT POLITICS CIVIL UNREST TPX IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Correspondent Zuidelijk Afrika

Khayelitsha. Het doek is gevallen voor Julius Malema. Gisteren zette het in Zuid-Afrika regerende ANC de jeugdleider uit de partij, omdat hij met zijn polariserende uitspraken tweespalt zou hebben gezaaid. Zijn rol lijkt voorlopig uitgespeeld, maar de door hem verwoorde onvrede van de zwarte onderklasse heeft het politieke debat voor altijd veranderd.

Nergens in de wereld is de kloof tussen arm en rijk zo groot als in Zuid-Afrika, becijferde een Kaapse universiteit, en nergens is de kloof door de apartheid nog zo zwart-wit als in Kaapstad.

Het uitzicht op de Tafelberg is magnifiek vanuit de golfplaten hut van Judith Mgqolozana. „Soms droom ik weg, dan kijk ik door mijn wimpers en bedenk ik hoe het zou zijn als ik aan de andere kant zou wonen”, bekent ze. Met open ogen ziet ze vooral dicht op elkaar gebouwde krotten. Tientallen kilometers ver reiken ze, een kleurige schandvlek langs de weg die het vliegveld verbindt met het stinkend rijke toeristenmekka aan gene zijde van de berg.

Mgqolozana is 32 jaar oud en tien jaar werkloos, zoals officieel een kwart van de Zuid-Afrikaanse bevolking. Maar zelfs in de statistieken telt ze niet mee. Die registreren alleen actief werkzoekenden. Mgqolozana heeft het zoeken opgegeven. „De hele straat leeft van uitkeringen, waarom zou ik dan nog een baan vinden?”

Kinderen spelen blootsvoets met draadstalen autootjes van de Novib-kalender, een buurman gooit naast een vervaarlijk vlammende barbecue net een zak dampende schapenkoppen leeg. Ook armoede stinkt. Ruik maar in Khayelitsha. „De witten zijn rijk en de zwarten zijn arm”, concludeert Mgqolozana. „En dat zal altijd zo blijven.”

Het was Julius Malema die beloofde iets te doen. Onder zijn leiding kwam in het sinds 1994 regerende ANC een campagne op gang tegen wat hij „economische apartheid” noemde. Zwarte Zuid-Afrikanen zijn vaker werkloos en verdienen gemiddeld nog altijd aanzienlijk minder dan hun witte landgenoten. De economie is stevig in witte handen. „Wat is politieke vrijheid zonder economische vrijheid?” oreerde Malema.

Met wisselend succes probeerde hij de zwarte massa te mobiliseren. Malema is met afstand de beste spreker van het land, een volksmenner eerste klas. Maar door zijn exuberante levensstijl en zijn vaak wat al te eenvoudige oplossingen nam niet iedereen hem even serieus. „Julius? Julius…?” Ook Judith Mgqolozana kan haar lach niet bedwingen. „Geen beschaafde jongen”, vindt de buurman met de schapenkoppen. „Maar hij heeft natuurlijk wel gelijk.”

Niet omdat hij zei namens de armen te spreken, maar omdat hij zich tegen president Zuma keerde en met drieste uitlatingen over Botswana de partij „in diskrediet” bracht, is Malema geroyeerd. Een van zijn meest omstreden plannen tegen de armoede, de nationalisatie van het Zuid-Afrikaanse mijnwezen, werd door het ANC al eerder deze maand op sterk water gezet. Mijnbedrijven gaan mogelijk wat meer belasting betalen en de regering wil haast maken met de landhervorming, maar het ANC tornt niet aan de pragmatische, economische afspraken die Nelson Mandela met de witte minderheid maakte over behoud van rijkdom en land.

Het zijn precies die afspraken die Malema ter discussie stelde. Daarmee raakte hij in Zuid-Afrika een open zenuw. Bij blanken die bang zijn dat de magie van opperverzoener Mandela is uitgewerkt en de zwarte massa op een dag kwaadschiks zijn aandeel in de welvaart komt opeisen. En bij zwarten die achttien jaar na de apartheid ongeduldig worden en zich dansend rond brandende autobanden afvragen of het ANC ze niet vergeten is.

„Voor de grote meerderheid is tenslotte weinig veranderd sinds het einde van de apartheid”, zegt Fiona Forde, die onlangs het boek An Inconvenient Youth over Malema publiceerde. „De mensen die in die armoede vastzitten, beginnen zich te realiseren dat ze er niet meer uitkomen.” Het is Malema die deze gevoelens vakkundig heeft uitgespeeld.

Want ondanks zijn protserige horloges, dure auto’s en beschuldigingen van corruptie is Malema „de enige politicus in Zuid-Afrika die over armoede en ongelijkheid durft de spreken”, zei de activistische filmmaker Eric Miyeni onlangs. „Het ANC bevoordeelt blanken”, voegde hij er in een open brief aan toe. De jeugdleider heeft een „litteken” op de Zuid-Afrikaanse ziel achtergelaten, analyseerde de schrijver Jonny Steinberg onlangs in The Guardian. De samenleving bleek minder maakbaar dan het ANC in 1994 dacht. Malema hield de partij aan beloftes uit de tijd dat de toekomst nog zo eenvoudig leek.

Dat kwam het ANC niet ongelegen, totdat Malema niet meer in toom te houden was. Het wachten is op een opvolger, zegt Forde. „Malema liet de geest uit de fles en de massa luisterde. Zij wachten op iemand die zijn rol overneemt en de discussie voortzet.”