Malema is uitgespeeld, onvrede blijft

Zuid-Afrika’s regeringspartij ANC heeft jeugdleider Julius Malema gisteren geroyeerd. Met uitspraken over armoede raakte hij een open zenuw. Het wachten is op een opvolger.

Het doek is gevallen voor Julius Malema. Gisteren royeerde het in Zuid-Afrika regerende ANC de jeugdleider omdat hij met zijn polariserende uitspraken tweespalt zou hebben gezaaid. Hij heeft nog een laatste beroepsmogelijkheid, maar zijn politieke rol lijkt uitgespeeld. De door hem blootgelegde onvrede van de zwarte onderklasse heeft het politieke debat in Zuid-Afrika echter voor altijd veranderd.

Nergens ter wereld is de kloof tussen arm en rijk zo groot als in Zuid-Afrika, becijferden wetenschappers van de Universiteit van de West-Kaap vorig jaar. En nergens is de kloof door de erfenis van de apartheid nog zo zwart-wit als in Kaapstad, doorkliefd door de Tafelberg.

Het uitzicht op de berg is magnifiek vanuit de golfplaten hut van Judith Mgqolozana. „Soms droom ik weg, dan kijk ik door mijn wimpers en bedenk ik hoe het zou zijn als ik aan de andere kant zou wonen”, bekent ze. Met haar ogen open ziet ze vooral dicht op elkaar gebouwde krotten. Tientallen kilometers ver reiken ze, een kleurige schandvlek langs de snelweg die de luchthaven verbindt met het rijke toeristenmekka aan gene zijde van de berg.

Mgqolozana is 32 jaar oud en tien jaar werkloos, zoals officieel ruim een kwart van de Zuid-Afrikaanse bevolking. Maar zelfs in de statistieken telt ze niet mee. Die registreren alleen actief werkzoekenden. Judith Mgqolozana heeft het zoeken opgegeven. „De hele straat hier leeft van uitkeringen, waarom zou juist ik dan nog een baan vinden?”

Kinderen spelen blootsvoets met draadstalen autootjes van de Novib-kalender, een buurman gooit naast zijn vervaarlijk vlammende barbecue een zak dampende schapenkoppen leeg. „De witten zijn rijk en de zwarten zijn arm”, concludeert Mgqolozana. „En dat zal altijd zo blijven.”

Het was Julius Malema die beloofde daar iets aan te doen. Onder zijn leiding kwam binnen het sinds 1994 regerende ANC een campagne op gang tegen wat hij „economische apartheid” noemde. Zwarte Zuid-Afrikanen zijn vaker werkloos en verdienen gemiddeld nog altijd aanzienlijk minder dan hun witte landgenoten. Het bedrijfsleven is stevig in witte handen. „Wat is politieke vrijheid zonder economische vrijheid?”, oreerde Malema.

Met wisselend succes probeerde hij de zwarte massa te mobiliseren. Malema is met afstand de beste spreker van het land, een volksmenner eerste klas. Maar door zijn exuberante levensstijl en zijn vaak wat al te eenvoudige oplossingen nam niet iedereen hem even serieus. „Julius? Julius…?”Ook Judith Mgqolozana kan haar lach niet bedwingen. „Geen beschaafde jongen”, vindt de buurman met de schapenkoppen. „Maar hij heeft natuurlijk wel gelijk.”

Niet omdat hij zei namens de armen te spreken, maar omdat hij zich tegen president Zuma keerde en met drieste uitlatingen over Botswana de partij „in diskrediet” bracht, is Malema uit de partij gezet. Een van zijn meest omstreden plannen tegen de armoede, de nationalisatie van het Zuid-Afrikaanse mijnwezen, werd door het ANC eerder deze maand op sterkwater gezet. Mijnbedrijven gaan mogelijk wat meer belasting betalen en de regering heeft beloofd haast te maken met de landhervorming, een ander stokpaardje van Malema. Maar het ANC toornt niet aan de pragmatische economische afspraken die Nelson Mandela in 1994 met de witte minderheid maakte over behoud van rijkdom en land.

Het zijn precies die afspraken die Malema ter discussie stelde. Daarmee raakte hij in Zuid-Afrika een open zenuw. Bij blanken die bang zijn dat de magie van opperverzoener Mandela is uitgewerkt en de zwarte massa op een dag kwaadschiks zijn aandeel in de welvaart komt opeisen. En bij zwarten die achttien jaar na de apartheid ongeduldig worden en zich dansend rond brandende autobanden afvragen of het ANC ze niet vergeten is.

„Voor de grote meerderheid is tenslotte weinig veranderd sinds het eind van de apartheid”, zegt Fiona Forde, die onlangs het boek An Inconvenient Youth over Malema publiceerde. „De diepgewortelde armoede is schokkend. De mensen die in die armoede vastzitten, beginnen zich te realiseren dat ze er niet meer uitkomen.” Het is Malema die deze gevoelens vakkundig heeft uitgespeeld.

Want ondanks zijn protserige horloges, dure auto’s en de corruptiebeschuldigingen is Malema „de enige politicus in Zuid-Afrika die over armoede en ongelijkheid durft de spreken”, zei de activistische filmmaker Eric Miyeni onlangs. „Het ANC bevoordeelt blanken”, voegde hij er in een open brief aan de partij aan toe. Critici zijn bang dat de partijtop inmiddels zoveel rijkdom heeft vergaard, dat een radicale ommezwaai in de economie ten faveure van de zwarte massa niet in hun belang is.

De geroyeerde jeugdleider heeft een „litteken” op de Zuid-Afrikaanse ziel achtergelaten, analyseerde de schrijver Jonny Steinberg onlangs in The Guardian. De samenleving bleek minder maakbaar dan het ANC dacht in 1994. De partij voerde alle westerse economische recepten door, maar de werkloosheid groeide en ondanks een kleine nieuwe zwarte elite bleef de kloof tussen arm en rijk langs apartheidslijnen intact. Malema hield het ANC aan beloftes uit de tijd dat er nog niet geregeerd werd en de toekomst zo eenvoudig leek.

Dat kwam de partij niet ongelegen, totdat Malema niet meer in toom te houden was. „Hij is een ondeugend kind dat zijn ouders niet meer in bedwang konden houden”, vindt Elizabeth Thandiwe, op straat in Khayelitsha. „Maar zijn ouders wisten natuurlijk dat hij gelijk had.” Het wachten is op een opvolger, zegt Fiona Forde. „Malema liet de geest uit de fles en de massa luisterde. Zij wachten op iemand die zijn rol overneemt en de discussie voortzet.”