Komrij in VN: kunst moet weer net zo zijn als ademhalen

Cohen is vertrokken, nieuwe leiders hebben zich gemeld, Prins Friso is uit het nieuws, VUmc besproken. Wat staat er op de omslag bij opiniebladen in een week dat het grote nieuws al geweest is?

HP/De Tijd toetst de mythes over vrouwenemancipatie .

Opinietijdschrift HP/De Tijd haakt in op Internationale Vrouwendag van 8 maart. Twintig vooroordelen over vrouwen en werk worden getoetst. Zitten vrouwen liever thuis dan carrière te maken (klopt grotendeels), verdienen mannen en vrouwen evenveel (nee) en zijn posities over dertig jaar gelijk bekleed (de voortekenen zijn goed)? Aan tien vooroordelen hadden we ook genoeg gehad, vooral omdat de meeste punten al vaker voorbij komen in een gemiddeld damesblad.

Op de meeste punten wordt antwoord gegeven aan de hand van onderzoek, maar bij sommige lijkt journaliste Karen Geurtsen los te raken van feit en wellicht realiteit. Op de vraag of dure kinderopvang vrouwen verhindert om aan de top te komen, antwoordt ze dat vrouwen aan de top een dusdanig salaris hebben dat dure opvang ze niet hindert. Maar naar de top willen, betekent toch niet dat je daar al bent? Dat het een voordeel is dat vrouwen er niet op worden afgerekend als ze vier dagen werken, en mannen wel wanneer ze een ‘pappadag’ opnemen, lijkt me ook een vreemde constatering – feminisme betekent niet dat de man in het nadeel moet zijn.

Dat het onderwerp wel interessant kan zijn, tonen de portretten ernaast van bekende Nederlandse vrouwen in het emancipatiedebat.

De Groene Amsterdammer zoekt meer de marge op met een special over de toekomst van het museum. Het thema omvat een interview met museumdirecteuren Charles Esche (Van Abbemuseum) en Ann Goldstein (Stedelijk Museum), en artikelen over de zoektocht van musea naar publiek en over het Nationaal Museum van China.

Esche en Goldstein geven de verwachte kritiek op de overheid en het kapitalisme en voegen toe dat „het gevecht dat de musea voeren betekenisvol en van vitaal belang is”. De Groene biedt grotendeels een overzicht van de discussie. Degenen die het niet interesseert, zal het nog steeds niet interesseren, en degenen die zich er graag in verdiepen, krijgen te weinig nieuws.

Maar de laatste twee artikelen bieden wel nieuwe inzichten. De recensie van het Nationaal Museum in China bespreekt mooi de weggeschreven jaren uit de Chinese geschiedenis in het museum. Dat had inzicht kunnen bieden in ons eigen mislukte Nationaal Museum. Jammer dat juist die analyse ontbreekt. Zo blijft het een recensie van een plek waar we hoogstwaarschijnlijk nooit zullen komen.

Vrij Nederland heeft de meest spraakmakende cover, met schrijver Gerrit Komrij: „Was er nog maar een zwijgende meerderheid” en „het verraad van links”. Het interview biedt zinvol inzicht in de ideeën van Komrij, terwijl ook wordt gereflecteerd op populisme („het echte monster”) en verwende Nederlanders („dat soort mensheid, daar moet de bezem door”).

Het tijdschrift kiest hiermee niet voor een uitgesproken thema, maar schrijft meer dan de anderen iets wat het lezen waard is. Wat Charles Esche en Goldstein niet duidelijk kunnen maken, zegt Komrij in een paar woorden: „Als mensen niet meer lezen, geen schilderijen meer bekijken, geen muziek meer beluisteren, dan heeft dit leven nog bitter weinig zin. Dus moet je weer je best doen om duidelijk te maken waarom kunst zoiets hoort te zijn als ademhalen.” Het stuk stemt tot nadenken in plaats van alleen een mening te geven; een taak die andere opiniebladen ook niet moeten vergeten.