'Ik ben geen EU-helpdesk voor subsidie'

Brussel wil 1,8 miljard uittrekken voor cultuur. Maar dat is geen oplossing voor de Nederlandse bezuinigingen, zegt Marietje Schaake, de enige Nederlander in de cultuurcommissie van de EU.

Nederland, Amsterdam, 17-02-2012 Marietje Schaake europarlementarier voor D66 en het enige nederlandse lid van de cultuur commissie van het europees parlement. Op een door haar gekozen culturele plek in Amsterdam bij het nieuwe gebouw van het filmmuseum eye. foto: Bram Budel Bram Budel

N og voordat Marietje Schaake gaat zitten, heeft ze haar smartphone in het stopcontact geplugd en staat haar laptop op tafel. ‘Europe’s most wired politician’ is de bijnaam die The Wall Street Journal haar gaf. De politicus die internet het best begrijpt. Ze kreeg voor elkaar dat er een Europees fonds van 125 miljoen euro kwam voor internet en sinds kort leidt ze een onderzoek in het Europees Parlement naar internetvrijheid.

Marietje Schaake (33), die al op CNN verscheen en voor The Huffington Post schrijft, is de enige Nederlander in de Commissie Onderwijs, Cultuur en Media van het Europees Parlement. Het komende jaar zal de D66-politicus met haar collega’s gaan bedenken hoe de 1,8 miljard euro die Europa beschikbaar wil stellen voor cultuur het beste gebruikt kan worden – waardoor misschien ook de 27 EU-landen overtuigd kunnen worden dat het dringend nodig is geld aan cultuur te besteden, juist in tijden van crisis.

We spreken haar in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, waar ze daarna zal optreden op een congres over internetvrijheid. De nacht ervoor was ze bij het radioprogramma Casa Luna. Steeds maar weer kreeg ze de vraag waarom Europa eigenlijk belangrijk is. De mensen willen het toch niet? Marietje Schaake antwoordde steeds maar dat Europa in ons eigen belang is. „De EU is geen luxe, maar noodzaak. Er zijn steeds meer wereldspelers waar Europa mee concurreert, dan red je het alleen door samenwerken.”

Schaake woont in Brussel en Amsterdam en reist geregeld naar Straatsburg. Cultuur heeft haar belangstelling, maar ze heeft „verdacht weinig tijd” er zelf aan te doen. „Ik ben een nieuwsgierig mens en vind het leuk naar het museum te gaan, naar theater, concerten. Maar sinds ik politicus ben, ben ik een slechte cultuurconsument.” Nu is ze druk met e-mails uit de Nederlandse culturele wereld. Toen onlangs bekend werd dat Brussel 1,8 miljard euro wil uittrekken voor cultuur, in de periode 2014-2020, kreeg ze een stroom vragen van instellingen die alternatieven zoeken nu er in Nederland wordt bezuinigd.

Wat antwoordt u ze?

„Dat ik geen expert ben op het gebied van subsidies. Ik ben geen subsidiehelpdesk. Politieke lijnen, dat is mijn verantwoordelijkheid. Maar het geeft wel aan dat er behoefte is aan meer informatie. Mensen klampen zich vast aan de enige Nederlander in de cultuurcommissie.”

Is het Europese plan een alternatief voor de Nederlandse wegbezuinigde subsidies?

„Ik merk dat instellingen het zo zien. De bezuiniging kost banen, dat is heftig, dus ze proberen het op een andere manier op te lossen. Maar dit is een plan apart. Europa bemoeit zich nauwelijks met cultuur binnen de landen. Het geld is bedoeld voor grensoverschrijdende zaken als: hoe bevorder je culturele uitwisseling over grenzen heen? Hoe kan je digitalisering bevorderen? Dan heb je het bijvoorbeeld over digitale distributie van Europese films op online fora of het digitaliseren van cultureel erfgoed. Soms gaat het ook om vertalingen. Zodat een goeie film uit Finland gemakkelijker te zien is door veel mensen.”

Kan een Nederlands orkest straks subsidie aanvragen in Brussel?

„Misschien als drie orkesten uit drie landen dat samen doen.”

Krijg je dan niet een Europese eenheidssoep?

„Maar het gebeurt al. In voetbalteams, in orkesten spelen niet alleen Nederlanders. Orkesten zijn meer merknamen geworden, die overigens in Nederland erg goed zijn.”

Het voorstel van de commissie moet nog worden goedgekeurd door de lidstaten. Die zullen het totaalbedrag nog omlaag brengen, verwacht Schaake. Zij zal het plan verdedigen. De injectie is nodig, vindt ze, omdat Europa anders achterop komt te liggen in de wereld.

Hoe leg je uit dat in een tijd van crisis 1,8 miljard moet worden uitgetrokken voor kunst en cultuur?

„Misschien is het goed dat bedrag af te zetten tegen het totaal. Voor de periode 2007-2013 is het totale budget 994 miljard en gaat er 1,2 miljard naar kunst, cultuur en de audiovisuele sector. Dus het budget voor kunst en cultuur is echt heel erg beperkt. Voor dit plan is het verhoogd tot 1,8 miljard en zijn bestaande programma’s samengevoegd. Dat moet leiden tot efficiënter werken. De bedoeling is ook om banen te scheppen, er wordt gekeken naar het economische nut van investeringen in jonge mensen. Cultuur heeft een intrinsieke waarde, maar als je kijkt wat we daaraan hebben, zie je dat de creatieve industrie voor Europa belangrijk is. We exporteren veel. Nederland bijvoorbeeld dance: Nederlandse dj’s zijn wereldberoemd. Maar ook design. De creatieve sector is aanjager van meer economische ontwikkeling. En we maken met cultuur mogelijk dat toeristen graag naar Europa komen.”

Is het onderzocht dat dat geld oplevert?

„Voor de creatieve industrie is becijferd wat dat uitmaakt voor het inkomen van Europa. Voor sommige industrieën is het belangrijk dat er veel cultuur omheen zit. Voor ICT in Amsterdam bijvoorbeeld. Kijk naar een opkomende economie als China, dat probeert nu ook met een mooi cultureel verhaal mensen aan te trekken.

„Er is wereldwijd een moordende concurrentie om talent. We waren als Europa zo lang vanzelfsprekend een leider in de wereld dat we ons onaantastbaar hebben gewaand. We raken onze voorsprong snel kwijt. Het probleem is dat je met bezuinigingen op cultuur, net als op onderwijs, niet meteen ziet wat de gevolgen zijn. Maar als je het na tien jaar wel ziet, doe je er ook tien jaar over om het recht te zetten.”

Anders dan in de Commissie Cultuur zitten in de Commissie Buitenland van het Europees Parlement liefst acht Nederlanders. „Net kluitjesvoetbal”, zegt Schaake.

Zijn er landen waar de cultuurcommissie wel populair is?

„Heel veel Duitsers zitten erin, vooral omdat omroepenbeleid voor hen interessant is. En veel Italianen, omdat cultuur in Italië een behoorlijke kracht is. De PVV zit er niet in, of een Europese equivalent die ook de boel wil afschaffen. Waarschijnlijk omdat het Europees cultuurbeleid niet zo grootschalig is.”

U ziet dat het belang van Europa in de wereld kleiner wordt. Is cultuur iets waarmee Europa zich meer kan profileren?

„Jazeker, en ook dat hoeft niet meer geld te kosten. Als je kijkt hoe de Europese Unie buiten Europa vertegenwoordigd is, zie je dat lidstaten eigen ambassades hebben op veel plekken in de wereld. Daar wordt dubbel werk gedaan en er wordt niet gecoördineerd. Zou het niet jammer zijn als het North Sea Jazz Festival in dezelfde week is als het Antwerpse jazzfestival? Ga je op een afstand van 80 kilometer concurreren om een wereldwijd publiek?”

Een Europese cultuurkalender?

„Ja, die kun je dan als één geheel onder de aandacht brengen. Een goeie website om mee te beginnen. Ik denk ook dat het goed is dat één iemand in de EU-ambassades het coördineert. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de uniekheid van landen, het gaat om afstemmen. Waar worden bepaalde fresco’s gemaakt, waar zijn bepaalde streekgerechten te proeven.”

En het geld dat je daarmee bespaart kan dan in de cultuurpot?

„Van mij mag het, maar er zullen meer gegadigden zijn. Ook digitalisering is noodzakelijk om cultuur toegankelijk te maken. Veel cultureel erfgoed zit nog gevangen in archieven, bibliotheken.”

Hoort digitalisering bij het plan van de Europese commissie?

„Niet als speerpunt, maar ik zal er wel de aandacht op vestigen. Door alle wetgeving gaat digitalisering zo langzaam dat bijvoorbeeld Google Books ons aan alle kanten inhaalt. Dan zie je dat Amerikaanse bedrijven iets doen wat Europa eigenlijk zelf moet regelen.”

Welke risico’s heeft zo’n cultuurproject?

„De bureaucratie. We moeten ervoor zorgen dat het zo toegankelijk mogelijk is. Je ziet vaak bij Europese subsidies dat grote spelers het trucje van aanvragen goed kennen terwijl ook kleine organisaties een kans verdienen.”

Europa mag in Nederland niet populair zijn, Nederlanders weten wel hoe ze er moeten lobbyen, merkt Schaake. In 2018 is Nederland aan de beurt om de culturele hoofdstad te leveren en de lobby is al volop bezig. Alle kandidaten, van Brabant Stad tot Den Haag, hebben zich al bij haar gemeld. Ze presenteren wat ze willen gaan doen en hopen dat Schaake zich voor hen uitspreekt. „Nederlanders weten de weg in Europa”, zegt ze. „Die kijken goed vooruit en zijn daar slim in. Er gaat veel subsidie uit Europa naar Nederland, omdat Nederlanders goed snappen hoe je dat voor elkaar moet krijgen en we spreken onze talen goed.”

Dat is nog een reden, vindt ze, dat het Europese cultuurplan erdoor moet komen. Uiteindelijk komt er toch weer veel van in Nederland terecht. „We zijn slim met geld en hebben een georganiseerde samenleving met structuren, aanvragen en afrekeningen. Wat Brussel van je vraagt, is hetzelfde als wat in Nederland gevraagd wordt. In andere landen is een aanvraagtraject veel korter en dan is het een hele berg als je ziet wat je voor Brussel moet doen. Daar zie je culturele verschillen.”

In een rapport voor het Europees Parlement heeft u buitenlands beleid en cultuur met elkaar verbonden. Kunstenaars moeten van u een soort ambassadeur zijn?

„Het was meer een constatering dat ze dat al zijn. Dat ze vaak de kern raken van de kritiek op een samenleving of de essentie laten zien van wat er speelt. Ik geloof dat er lastige relaties tussen overheden kunnen zijn, terwijl je toch via maatschappelijke en culturele organisaties, dus ook via kunstenaars, contact kunt blijven maken. Die contacten gaan gek genoeg vaak het langst door. Dat zag je vorig jaar toen ondanks de enorme problemen met de relaties met de Iraanse regering er in Londen een grote tentoonstelling Perzische kunst was. Cultuur is soms een manier om via een omweg een verhaal over een land te vertellen dat verder gaat dan de politieke dynamiek.”