Huiveringwekkend tienerleed

De eerste albums van Cloud Nothings waren niet om aan te horen. Maar het nieuwe Attack on Memory is misschien wel de rockplaat van het jaar. Met dank aan de man die ook Nirvana produceerde.

Stel je het meest verwende snertventje voor uit een slaperige suburb in Cleveland. Een beetje zo’n verveelde betweter, met te dikke brillenglazen op de neus en zijn ziel onder de arm. Kijk hem daar eens onbegrepen zitten te wezen in de kelder van zijn ouders. Daar heeft hij zichzelf opgesloten, samen met zijn enige vrienden: gitaar, bas, drumstel en microfoon. En jengelen maar.

Aangenaam. Dylan Baldi is de naam. Twintig lentes jong, gesjeesd student en doodongelukkig. Tenminste, als je zijn wanhoopskreten moet geloven. „I know my life’s not gonna change”, jammert hij. „And I’ll live through all these wasted days.” Vanuit zijn ouderlijk huis levert Baldi het tienerleed per strekkende meter. Onder de naam Cloud Nothings bracht hij in minder dan anderhalf jaar tijd drie albums uit.

De eerste twee kluste hij laagje voor laagje in elkaar als eenmansband. Het moet gezegd: het zijn draken van platen, gevuld met mislukte lofi, kauwgomballenrock, Disney-indie en andere kleuterzondes. Het is negentien keer hetzelfde liedje. Baldi zingt hoe zijn hormoonhuishouding op hol is geslagen en klinkt als een Chipmunk op een heliumdieet. Het is niet om aan te horen.

Maar dan. Deze maand verschijnt Attack on Memory. Baldi heeft het slot van de kelderdeur gegooid en zowaar drie bandleden – met wie hij wel al live optrad – toegelaten tot zijn emo-laboratorium. Door al het verse bloed is het daar gaan broeien. Opeens is Cloud Nothings een echte band geworden. De acht nummers duren samen 33 minuten en zijn in vier dagen opgenomen door lofi-goeroe Steve Albini. De man die Nirvana na Nevermind op In Utero weer levensecht liet knarsen, rekent genadeloos af met Baldi’s eerdere megalomane metselwerk. Alles wordt live ingespeeld, waardoor de nummers gaan ademen, of beter: hijgen. Het schuurt en scheurt, net als Baldi’s kapotte keel. Het mag dan vroeg in het jaar zijn, dit kon wel eens de rockplaat van 2012 worden.

1 No Future/No Past

De kern van Baldi’s oeuvre is te vangen in vier woorden: is dit het nou? Eerlijk gezegd overvalt die gedachte je ook bij de openingstonen. Dat lome pianoloopje, het onbestendige gitaargepingel, het quasi-depressieve gemurmel („Give up”) – is dat het nou? Tot het dreinende deuntje ontaardt in een uitbarsting, waarbij Baldi zijn stembanden (niet voor de laatste keer) naar de verdommenis schreeuwt. Zijn kreten „NO FUTURE!” klinken huiveringwekkender dan die uit de Sex Pistols-klassieker God Save The Queen. Om dat nog even te bevestigen brult Baldi er nog „NO PAST!” achteraan. Dit is het dus.

2 Wasted Days

Na deze snelcursus rampspoed volgt zowaar het vrolijkste intro uit de recente rockgeschiedenis. De heldere akkoordenreeks doet in de verte denken aan Everlong van de Foo Fighters. Maar waar Dave Grohl doorgaans roept om zijn meisje, brult Baldi vooral dat hij zichzelf niet begrijpt. „I thought I would be more than this.” De boodschap is er niet opbeurender op geworden, maar de muziek weet dat verdomd goed te verhullen. Wasted Days is hét rocknummer van 2012. Dat het dankzij een extra ingelast noise-intermezzo, waarin ook de gitaren radeloos krijsen, bijna negen minuten duurt, doet daar niets aan af.

3 Fall In

Hoe begin je een nummer over de uitzichtloosheid van het bestaan? Met een prachtig meerstemmig koortje dat scandeert: „Fall In. Fall In. Fall In.” Even lijkt het of The Strokes eindelijk weer eens een nummer van betekenis hebben gemaakt. Bij hen keken Baldi en medegitarist Joe Boyer de truc van de zogeheten klittenband-riff af. Men neme: twee gitaren die exact dezelfde partij heel staccato spelen, één met clean en één met een (licht) overstuurd geluid. Vervolgens: allebei in een andere speaker mixen. Eenmaal vermengd in het hoofd van de luisteraar blijven de zachte en stekelige klanken perfect in elkaar haken.

4 Stay Useless

En over blijven hangen gesproken: in ieder nummer is er, meestal in het refrein, die ene hook: dat stukje dat zich onherroepelijk in je brein nestelt. Hoe hard Baldi ook blijft zeuren („I’m stuck in here”), telkens weer is het de melodie die hem uit het moeras trekt.

5 Separation

Even raggen nu. Baldi heeft het eerlijk toegegeven: hij had geen flauw idee wat hij moest zingen en dus bleef Separation instrumentaal. Dat is een goed moment om het even over de drummer te hebben. De volwassenwording van Cloud Nothings is namelijk voor een groot gedeelte aan hem te danken. Jayson Gerycz mept rechttoe-rechtaan en geeft de nummers een enorme vaart en gedrevenheid. Vergeleken met de meeste skinny tie-dragende generatiegenoten, die nog steeds zijn vastgeroest aan de jarentachtigdiscodrums, is hij een verademing.

6 No Sentiment

Wie de hand van de meesterproducer Albini nog niet had vermoed, moet halverwege even naar de ontploffende opera van feedback luisteren. Nee, er mankeert niets aan uw toestel: dat zijn gitaren.

7 Our plans

Wederom wordt vreugde vakkundig met droefenis vermengd. En dankzij de dubbele snare-dreunen swingt het refrein als een surfklassieker.

8 Cut you

Nee maar. Exit gemijmer over de onbegrepenheid en eenzaamheid. Enter liefdesverdriet. Of is het ziekelijke jaloezie? „Does he hurt you like I do?’’ Welke emotie ook: hopelijk kan hij nog lang op zijn vers gedolven ongeluk teren. Als hij maar wel eerst op de Nederlandse (festival)podia zijn oude leed eruit komt schreeuwen.