Het verlangen naar vrijheid van crimineel en kunstenaar

Barbara Visser maakte C.K., een film over de man die miljoenen ontvreemdde bij het cultuurfonds BKVB. Ze vermengde feiten en fictie om de veronderstelde drijfveren van Clemens K. te schetsen. „Waarom ging hij niet bij een bank werken? Was hij jaloers op kunstenaars?”

Clemens K. verduisterde in 2009 bijna 16 miljoen euro van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst (BKVB), waar hij al acht jaar werkte als hoofd financiën. Dit bedrag sluisde hij weg in tranches van 50.000 euro naar verschillende bankrekeningen in het buitenland.

K. viel door de mand toen handlangers van hem in één keer miljoenen euro’s probeerden op te nemen bij een bankfiliaal in Oostenrijk. Hij vluchtte halsoverkop naar het buitenland, met zijn twee tienerzonen, twee vriendinnen en een peuter. Van het gestolen geld is nog altijd 3,8 miljoen euro zoek.

Beeldend kunstenaar Barbara Visser was ten tijde van de virtuele ramkraak van Clemens K. commissielid bij het fonds. Het verhaal intrigeerde haar zo dat ze besloot er een film over te maken: C.K.. Het is de eerste documentaire voor Visser. Haar andere werk bestaat uit videokunst, installaties, beeldend werk en performances.

De film is geen gewone documentaire, maar een mengeling tussen feiten en fictie. Het is een zoektocht naar de vraag wie Clemens K. is en wat hem dreef, verteld vanuit twee gezichtspunten: de dader zelf en de filmmaakster.

„In eerste instantie bleef ik zelf buiten schot en ging het verhaal over de boekhouder versus zijn ex-collega’s bij het fonds”, zegt Visser.

„Pas later ontstond het idee om het verhaal ook te vertellen vanuit Clemens K.” Dat idee kwam van de Ierse schrijfster Aifric Campbell. Visser had haar thriller The semantics of murder gelezen, gebaseerd op een onopgeloste moord op een Amerikaanse linguïst. Campbell is zowel psycholoog als taalkundige en werkte lang in de financiële wereld. Visser vroeg Campbell of zij de teksten voor de voice-over wilde schrijven.

Campbell stemde in en stelde voor om het verhaal te vertellen vanuit Clemens K. Ze maakte een persoonlijkheidsprofiel van K.: volgens Campbell is hij een klassieke narcist, een onbetrouwbare fantast waar je wisselend sympathie en antipathie voor voelt.

De uiteindelijke tekst van de voiceover bestaat uit gefictionaliseerde bespiegelingen over wat er gebeurt vanuit Visser en Clemens K. Zo ontstaat een indirecte dialoog tussen een beeldend kunstenaar en een crimineel.

Visser wilde een persoonlijke film maken „zonder dat het een egotrip zou worden”. „Het moest fictie worden, gebaseerd op wat we wisten.” De feiten voor de film haalde Visser uit de rechtbankzittingen en gefilmde interviews met slachtoffers – de oud-collega’s van het BKVB die Clemens K. verbijsterd achterliet.

Visser geeft in de film ook ruimte aan kunstbeelden. Zo is een fragment uit een film van Jeroen Eisinga waarin hij bedekt is met bijen, een prachtige, wandvullende houtskooltekening van Erik Odijk aan de muur bij het Fonds BKVB, een videofragment van Erik Wesselo die zichzelf heeft vastgebonden op een ronddraaiende molenwiek. Daarmee laat ze de verschillen en overeenkomsten zien tussen kunstenaar en crimineel: beiden zijn op zoek naar het verleggen van grenzen, nemen risico’s, hebben arrogantie nodig om te overleven en wanen zich onaantastbaar, zegt Visser. Maar voor kunstenaars is geld geen doel op zich, terwijl de crimineel het daar juist om te doen is.

De film onderzoekt het idee van vrijheid, zegt Visser. „Kunstenaars en criminelen verlangen beiden naar vrijheid, maar kiezen andere methodes. Je vraagt je af waarom Clemens K. niet bij een bank is gaan werken, maar in de culturele sector. Was hij jaloers op kunstenaars?”

Visser houdt zich ook in haar andere kunstwerken bezig met de scheidslijn tussen werkelijkheid en fictie. In de film C.K. maakt ze die grenzen zichtbaar: aan het begin is te zien hoe ze acteur Jacob Derwig regieaanwijzingen geeft over het inspreken van de voice-over van Clemens K. Zo laat ze zien dat de interne dialogen van Visser en K. op fictie berusten en de documentaire is geënsceneerd.

Toch is het voor de kijker moeilijk om onderscheid te maken tussen feiten en fictie. De interviews met de medewerkers van het fonds zijn echt, net als de rechtbankscènes. Maar welke elementen van het verhaal dat de voice-over vertelt zijn waar en welke zijn niet waar?

Visser vertelt ook niet het héle verhaal over Clemens K. De fraudezaak bij de Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR), waar K. tonnen verduisterde, komt niet in de film aan de orde. Evenmin bespreekt ze de moord op een mogelijke handlanger, die zonder handen en hoofd in België werd gevonden. „We moesten keuzes maken”, zegt Visser. „Het verhaal is complex, met veel losse eindjes. Voor mij is de waarheid niet iets dat voortkomt uit de optelsom van de feiten, maar ligt die juist in de interpretatie. Zo’n moord, hoe sappig ook, voegt niets toe aan het verhaal dat ik wilde vertellen, dus die moest eruit.”

Clemens K. komt binnenkort mogelijk naar Nederland om door justitie te worden gehoord. Visser: „Ik hoorde dat Clemens terug wil komen met het verhaal ‘ik ben berooid en misbruikt’. Dat is misschien deels zo, maar hij zal toch verantwoordelijkheid moeten nemen. Je kinderen meenemen op je vlucht voor justitie is ook niet niks. Volgens rechercheurs die ik sprak, komen mensen die met kinderen vluchtten naar het buitenland vrijwel altijd binnen een jaar weer terug. In dat licht heeft hij het nog lang uitgehouden.”

Holland Doc: C.K. Ned. 2., 22.55 - 23.55 uur.