Het strafrecht is een vergiet

Politie en strafrechtspraak in Nederland hebben een zeer ernstig probleem. Een opzienbarend Rekenkamerrapport bracht gisteren grote interne verspilling van capaciteit, geld en tijd aan het licht. Veroorzaakt door slechte organisatie, bestuurlijk mismanagement en politiek wanbeheer. De Tweede Kamer toonde zich geschrokken en minister Opstelten was (zeldzaam) deemoedig. Hij accepteert de „volle verantwoordelijkheid”, zei hij plechtig en overigens volledig ten overvloede.

Er is nu bewezen dat de belastingbetaler voor de 6,2 miljard euro aan politie en justitie uitgaven te weinig terugkrijgt. Het zogeheten handhavingstekort heeft een nieuw gezicht gekregen: mogelijk ligt dat ook op straat, maar in ieder geval op het bureau. Politie, Openbaar Ministerie en strafrechtspraak blijken hun organisatie niet op orde te hebben. Er wordt veel tijd en moeite besteed die niets opleveren. Zestien procent van opgelegde celstraffen wordt niet uitgevoerd. 14 procent van de boetes wordt niet geïnd. De oorzaak ligt in verjaring, veroorzaakt door te laat aanleveren, niet goed selecteren van zaken, slecht plannen, organiseren en controleren.

Het Rekenkamerrapport staat vol met half verbijsterde constateringen over de „onbekende uitstroom” van zaken. Dan wel grote hoeveelheden zaken die door „onbekende oorzaak” tussen politie en Openbaar Ministerie zoekraken, blijven liggen, verstoffen en dan worden afgedankt. Dit verlies aan zaken is „nergens zichtbaar en wordt niet bewaakt”. Het dynamisch bedoelde begrip ‘strafrechtketen’ kan daarom beter worden geschrapt. De Rekenkamer schetst een beeld van een losse federatie van strafrechtelijke instanties met ieder een eigen bestuurlijke werkelijkheid. Een wat vrijblijvend reisgezelschap dat min of meer in hetzelfde domein actief is. Een droge constatering van de Rekenkamer luidt dat de „sturing van en binnen de strafrechtketen niet is gericht op het optimaliseren van de gewenste prestaties”. Wat zouden ze dan doen? Zowel de politieke als de ambtelijke leiding faalt dus.

De burger kan alleen droevig vaststellen dat alle strafrechtuitvoerders dus niet eendrachtig aan de rechtshandhaving werken. De Rekenkamer constateert ook dat er voor de schokkende ondoelmatigheid bestuurlijk geen aandacht is. De leidinggevenden van politie, parket of rechtbank zijn er „nauwelijks van op de hoogte”, hoeven er geen verantwoording over af te leggen en sturen ook niet op het voorkomen ervan.

De politieke leiding moet dit rapport als een ‘alle hens aan dek’ signaal opvatten. Er is kennelijk een gebrek aan coördinatie, aan gezamenlijke prioritering, aan sluitende informatiesystemen, aan consistente uitvoering en aan coherente leiding. Een zeldzaam bewijs van armoede.