Had een langere tbs dit kunnen voorkomen?

Stanley A. kwam vrij, omdat zijn ‘jeugd-tbs’ erop zat. Nu wordt hij verdacht van moord op Ximena (15). Krijgt Teeven gelijk? Hij wil ‘jeugd-tbs’ kunnen omzetten in reguliere tbs. Die kent geen maximumtermijn.

Politiek redacteur

Den Haag. Valt te voorkomen dat jongens als Stanley A. na een eerder misdrijf opnieuw de fout in gaan? Ook als dat járen later gebeurt?

Rond dit specifieke geval, de jongen die heeft bekend het vijftienjarige meisje Ximena te hebben vermoord, is nog veel onduidelijk. Niet voor niets vroegen PvdA en CDA dinsdag aan staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) om een brief met een feitenrelaas over het incident.

Stanley A. (25) werd tien jaar geleden al eens veroordeeld, omdat hij iemand had neergestoken. A. was toen vijftien en had een PIJ-maatregel opgelegd gekregen. PIJ staat voor ‘plaatsing in een inrichting voor jeugdigen’, ook wel jeugd-tbs genoemd.

Tussen een PIJ-maatregel en reguliere tbs bestaan belangrijke verschillen. PIJ is tijdelijk en bij het opleggen van de maatregel hoeft niet per se sprake te zijn van een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis, zoals dat bij tbs wel het geval is.

Een PIJ-maatregel duurt maximaal zes jaar, met als uitloop één jaar verplichte nazorg. Daarna is het wettelijk niet mogelijk om de behandeling te verlengen. Stanley A. stond daarom in 2007 weer buiten.

Hard gezegd past het geval-Stanley – juist vanwege zijn eerdere behandeling in een jeugdinrichting – precies in het straatje van staatssecretaris Teeven. Die heeft namelijk een wetsvoorstel in de maak om in „uitzonderlijke gevallen” de PIJ-maatregel te kunnen omzetten in volwassenen-tbs.

Deskundigen in de forensische psychiatrie zijn het erover eens: in sommige gevallen zou die omzetting van jeugd-tbs naar volwassenen-tbs uitkomst kunnen bieden. Hoogleraar forensische psychiatrie Hjalmar van Marle van de Erasmus Universiteit vertelt dat van de jongeren die een PIJ-maatregel krijgen, later ongeveer 5 procent de reguliere tbs instroomt. Bovendien is bekend dat jongeren met een PIJ-maatregel soms minder openstaan voor behandeling en hulp, omdat ze wéten dat die PIJ eindig is.

Maar de overige 95 procent komt dus niet in volwassenen-tbs terecht. Van Marle: „De grote angst van kinderrechters is dat iemand van veertien een delict pleegt, en tot zijn zestigste vervolgens in tbs zit.”

Dat laatste is precies waarom juristen vraagtekens plaatsen bij het voorstel van Teeven. Het zou betekenen dat een kind van veertien dat een zwaar delict begaat, uiteindelijk als meerderjarige op een longstay-afdeling terecht kan komen. En dat is tegen het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties: daarin staat dat een ‘levenslange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid van vrijlating’ niet aan criminelen van onder de achttien mag worden opgelegd.

De vraag blijft of in Stanley A.’s geval de rechter ook het oordeel had geveld dat hij van PIJ naar reguliere tbs had gemoeten, en dus of deze misdaad dan was voorkomen. Want misschien ging het juist aan het einde van die behandeling wel goed met hem, zegt ook Peter van der Laan van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Voor jongeren die nú uit een jeugdinrichting komen, zal de kans op recidive al beter te voorspellen zijn dan vijf jaar geleden, volgens Van der Laan. Maar die risico-inschatting blijft lastig, omdat elke justitiële inrichting zo zijn eigen behandelingen gebruikt. Die laten soms te wensen over. De recidivecijfers liggen niet voor niets hoog. Na twee jaar is 43 procent van de ex-jeugd-tbs’ers opnieuw in aanraking geweest met politie. Na zes jaar is dat percentage zelfs 70 procent. Maar dat zijn vaak lichtere delicten, niet van dezelfde zwaarte als de misdaden waarvoor ze als kind jeugd-tbs kregen.

Ondanks de verbeteringen die mogelijk zijn in begeleiding weten deskundigen binnen de forensische wereld: het is een illusie dat je alle vreselijke incidenten kunt voorkomen. „Tenzij we besluiten om mensen die een delict hebben gepleegd, de rest van hun leven in een hok te zetten en er niet meer uit te laten.”