Frivoliteit maakt weer plaats voor stabiliteit, Oranje wint op Wembley

Bondscoach Van Marwijk laat het Nederlands elftal net als op het WK weer behoudend spelen. Na drie mindere duels volgde tegen Engeland een positief resultaat. Met Arjen Robben als uitblinker.

Stabiliteit en resultaat. Of creativiteit en vermaak. Bondscoach Bert van Marwijk heeft de discussie over de speelwijze van het Nederlands elftal na het vriendschappelijke duel gisteravond in Engeland (3-2 winst) teruggebracht naar de zomer van 2010. Oranje werd destijds op het WK in Zuid-Afrika vicewereldkampioen, maar had volgens critici ‘de Hollandse School’ verloochend. Op weg naar het EK in Polen en Oekraïne wist Van Marwijk met enkele aanpassingen wél aantrekkelijk voetbal en resultaat aan elkaar te koppelen. Tot Duitsland het Nederlands elftal vorig jaar november in Hamburg met 3-0 te kijk zette.

Na een nederlaag tegen Zweden en een gelijkspel tegen Zwitserland deelde Duitsland zo’n harde klap uit, dat de stemming omsloeg. De ploeg die de afgelopen jaren bijna onoverwinnelijk leek en even de nummer 1 van de FIFA-ranking was, bleek kwetsbaarder dan gedacht. De euforie nam nog verder af, toen begin december de tegenstanders van Nederland op het EK bekend werden: Duitsland, Portugal en Denemarken. Voor Van Marwijk het signaal terug te keren naar de basis. Het ‘goede gevoel’ moest hoe dan ook terugkeren, vond de bondscoach.

Van Marwijk hield voor de ontmoeting met Engeland zijn spelersgroep een spiegel voor. Nederland is volgens hem op het EK alleen kansrijk als de ploeg ‘compact en georganiseerd’ speelt. Dat betekende in de praktijk dat de twee controlerende verdedigende middenvelders Mark van Bommel en Nigel de Jong terugkeerden als duo voor een defensie van vier man. Het opkomende talent Kevin Strootman bleef de hele wedstrijd op de bank. In de aanval ruimde Van Marwijks naast de creatieve Arjen Robben, Wesley Sneijder en spits Robin van Persie een plaats in voor de harde werker Dirk Kuijt. Klaas-Jan Huntelaar, de spits die tijdens de EK-kwalificatie maar liefst twaalf keer scoorde, begon opnieuw als reservespeler.

Daarmee speelde het Nederlands elftal op Wembley in vrijwel dezelfde formatie als tijdens de afgelopen WK-finale tegen Spanje. Alleen de backposities waren anders ingevuld – met Erik Pieters en Khalid Boulahrouz in plaats van Giovanni van Bronckhorst en Gregory van der Wiel. Het Nederlands elftal gaf met deze speelwijze aan vooral niet te willen verliezen tegen het verzwakte Engeland, waar sterspelers als Wayne Rooney, Frank Lampard, Rio Ferdinand en John Terry ontbraken.

In de saaie eerste helft doemden dezelfde problemen op als twee jaar geleden. Van Bommel noch De Jong wist een soepele verbinding tussen de verdediging en de aanval tot stand te brengen. Met voorspelbaar voetbal als gevolg. Voorin worstelde Van Persie opnieuw met zijn rol als diepste spits van Oranje. Daar waar hij bij zijn club Arsenal wekelijks tot grote hoogte stijgt en vrijwel altijd scoort, komt het er in het Nederlands elftal niet uit. Van Persie kwam niet verder dan een schot hoog over het Engelse doel. Maar het zal Van Marwijk juist deugd hebben gedaan dat Oranje voor rust vrijwel geen kans weggaf.

In de tweede helft hield de bondscoach vast aan zijn ‘controleurs’ Van Bommel en De Jong. Met het inbrengen van de gretige Huntelaar kreeg de ploeg toch een ander gezicht. De spits van het Duitse Schalke 04 is veel meer een aanspeelpunt en een afmaker dan Van Persie, die in Oranje niet alleen wil scoren, maar ook zijn acties wil maken. Dit laatste soms tot ergernis van Robben en Sneijder, die zelf zo graag bepalend zijn.

Robben was na rust de grote man met het winnende doelpunt in de slotminuut als bekroning van een prachtige comeback. De wijze waarop de aanvaller van Bayern München vlak na rust de score opende was magistraal. Robben profiteerde van een goede ingreep van Nigel de Jong en begon vanaf zijn eigen helft aan een rush die eindigde in een doelpunt. Met dank ook aan Huntelaar. Hij liep precies op het juiste moment in een diagonale lijn weg bij de Engelse verdedigers en bood zo Robben een vrije ruimte. Twee minuten later zorgde Huntelaar met een steenharde kopbal uit een voorzet van Kuijt voor 2-0. Bij zijn 31ste doelpunt in zijn vijftigste interland kwam Huntelaar in botsing met verdediger Chris Smalling. Een hersenschudding werd gevreesd, maar de blessure valt mee.

Invaller Huntelaar werd na ruim een uur spelen noodgedwongen zelf vervangen door Luuk de Jong, maar in de achttien minuten die The Hunter speelde, maakte hij als spits veel meer indruk dan Van Persie. Daarmee wordt Van Marwijk in de aanloop naar het EK opnieuw voor de keuze geplaatst: Van Persie of Huntelaar. Eigenlijk de twee enig aanvallend ingestelde spelers van Oranje, die de afgelopen tijd bij hun clubs in topvorm verkeerden. Al moet het Van Marwijk goed hebben gedaan dat Robben zijn oude niveau nadert en Kuijt ondanks zijn verloren basisplaats bij FC Liverpool in het Nederlands elftal goed speelde.

Tot zover de luxeproblemen van de bondscoach. De wijze waarop Nederland vlak voor tijd twee doelpunten weggaf, was zorgelijk. Feyenoorder Ron Vlaar bewees met een korte invalbeurt dat hij het internationale topniveau niet aankan. Ook het experiment met middenvelder Stijn Schaars als gelegenheidslinksback was geen succes.

Maar vooral de gebrekkige vorm van spelmaker Wesley Sneijder moet Van Marwijk zorgen baren. De middenvelder is geen schim van de scherpe en fitte voetballer die een half jaar geleden nog de onbetwiste leider van Oranje was.

Zijn sterallures buiten de lijnen heeft hij nog wel. Als enige weigerde Sneijder met de pers te praten en schreeuwde hij zijn ploeggenoten en perschef Kees Jansma vanaf een afstand toe, dat ze moesten opschieten in de mixed zone. Ze luisterden nu nog gedwee naar de kleine leider.