En de economen zingen: doe het niet, Jan-Kees!

Ook de nieuwste economisch prognoses van het Centraal Planbureau gezien vanmorgen? Vergeet ze direct: ze zijn het papier niet meer waard waarop ze geschreven zijn.

Dat is het CPB niet aan te rekenen. Het bureau heeft naar beste eer en geweten de economie voor de eerstvolgende drie jaar voorspeld. Maar de gevolgen van de eigen ramingen zullen er voor zorgen dat de werkelijke cijfers er radicaal anders uit zullen gaan zien. Het begrotingstekort dat voorzien is voor 2013 bedraagt 4,5 procent. Om de door de Europese Commissie verplichte 3 procent te halen zal er 9 miljard euro af moeten. Plus een miljard als marge, want je wil niet net op 3,1 procent uitkomen.

Plus, en daar zit de grootste onzekerheid, een onbekend bedrag daar bovenop. Want dergelijke bezuinigingen en ombuigingen drukken de economische groei en zorgen voor minder inkomsten en hogere (sociale) uitgaven. Noem het 3 miljard, maar dat getal is, toegegeven, boterzacht. ‘Uitverdieneffect’ was vandaag het woord van de dag: het negatieve effect van een ombuiging op de economie en de begroting, dat er voor zorgt dat die ombuiging nog veel groter moet worden om het beoogde doel te realiseren. Geschat wordt dat het ergens tussen de 35 procent en 40 procent ligt. Dat komt overeen met die extra 3 tot 4 miljard.

Samen is dat dus 13 miljard aan ombuigingen, maar het ligt er zeer aan hoe die worden gerealiseerd. De krap anderhalf jaar die het kabinet-Rutte nog heeft zijn veel te kort om ‘slim’ te bezuinigen – wat daar dan ook voor door mag gaan. Er zal stevig op losgehakt moeten worden en de inkomsten moeten drastisch omhoog. De voorspelde economische groei van 1,25 procent in 2013 gaat dan vrijwel zeker niet op. De koopkrachtdaling van 1,75 procent in 2012 en de stagnerende koopkracht (nul procent) in 2013? Wordt erger. Dat geldt ook voor de werkloosheid en vrijwel alle andere parameters van de economie. Eigenlijk gaat alleen de arbeidsproductiviteit er op vooruit, en zelfs dat is niet zeker.

Het kabinet vaart dus in de mist, langs een onbekende kust. Rondom klinken de lokkende geluiden van vrijwel alle economen die zingen: doe het niet, onverstandig. Minister De Jager hoort ze wel, maar heeft zichzelf aan de mast laten binden. De overige leden van de regering roeien stug door, de oren dichtgestopt met Oropax. Op de oever staan de Grieken, die handenwrijvend wachten tot de Hare Majesteit Rutte zelf eens meemaakt hoe angstaanjagend het is om langs op de klippen te schuren.

Terwijl het vanmorgen al een beetje begon te schuiven in Den Haag, want wat is die 3 procent nou eigenlijk, zou het beter zijn om verschillende scenario’s door te nemen. Het kabinet zal zulke scenario’s zeker doorwerken. De Kamer zal er vroegtijdig in gekend worden. Maar mag het publiek ook wat? Bezuinigingen op deze schaal, ook al worden ze misschien iets afgezwakt, zijn van een maatschappijveranderend karakter. Het zou mooi zijn als ook de buitenwereld op de hoogte wordt gesteld van de uitwerking van de verschillende scenario’s.

Het CPB kan dat als geen ander. Deel die kennis met het publiek. Dan stellen de cijferlijsten straks weer wat voor: de keuze in welke maatschappij we komen te leven. Wie de prognose van vanmorgen doorrekent, merkt dat het volume van de Nederlandse economie pas in 2014 weer op het niveau is van dat van 2008 – het jaar van de kredietcrisis. Dat zijn zes verloren jaren. Maar de bezuinigingsbijl kan er zomaar zeven of acht van maken. Dat is ongekend.

Maarten Schinkel