Een fikse dosis wanorde en destructie

Punk drong begin jaren tachtig door in het theater. Op het podium werd het vaak een vrolijk, anarchistisch ‘zooitje’.

De voorstelling ‘Theater Fantastico’ van Alex d’Electrique uit 1987 Foto Ton Poortvliet

Nooit eerder in de theaterzaal gezien en plots was het er allemaal: kettingzagen, vuur, water, acrobatiek. Er kwam rond 1980 een fikse dosis destructie op het podium terecht. Een punkachtige theatergroep als Nieuw West bracht de voorstelling Bildbeschreibung van Heiner Müller. Een rauw stuk over een „landschap tussen steppe en savanne”. De acteurs namen dat lege landschap letterlijk: ze sloegen tafels en stoelen kapot, urenlang.

In het begin van de jaren tachtig maakte punk zijn entree in het Nederlandse theater. Acteur en performer Ko van den Bosch richtte in 1980 het woeste, rauwe clubje Alex d’Electrique op. Van den Bosch zocht zijn inspiratie in dada, B-films, absurdisme en rock-’n-roll. Hij was zowel beeldend kunstenaar en tekstschrijver als acteur. In een heus Manifest schrijft hij met kenmerkende punkbravoure: „Alex d’Electrique maakt theater dat overal te zien is. Is het ergens te klein dan zagen we een stuk van het decor af. Maar gespeeld zal er worden.”

In het punktheater is de tekst ondergeschikt aan de fysieke speelstijl. Een koelkast vol drank die naar beneden tuimelt, behoeft geen tekst. Een titel als A Well Fucked Up Play spreekt boekdelen. Dogtroep was ook zo’n gezelschap, net als de Mexicaanse Hond. Dogtroep trad regelmatig op in de Amsterdamse Melkweg, niet alleen in de theaterzaal, door het hele gebouw. In het trappenhuis stonden vuurspuwers. Clowns leken op brandende lampenkappen. Het was een vrolijk, anarchistisch „zooitje”, zoals Van den Bosch die speelstijl betitelde. Of liever sprak hij van „puinhooptheater”.

De verrassing school altijd in de decors. Waren die in het gangbare theater statisch en al te vaak een brave illustratie bij de voorstelling, bij het punktheater kon alles ontploffen, tot leven komen. Schoenen vlogen in brand en deden dienst als aansteker. In deze wanorde stroomde ook bloed en ander vocht. Alex d’Electrique verwierf naam als een bende ongeregelde punks „die het theater achterwaarts dweilend verlieten”.