De vijf hebben meer plezier in debat dan hun voorganger

De vijf potentiële opvolgers van Job Cohen verschillen echt wel van elkaar. Dat bleek gisteren tijdens de start van de spoedcampagne van de PvdA. De leden waren na afloop tevreden.

Het was tegen het eind van de avond dat de verschillen tussen de kandidaten voor het partijleiderschap van de PvdA zich uitkristalliseerden. De vraag was, van een lid uit de volle zaal: met welke wet zou de kandidaat kiezers duidelijk maken hoe zij de waarden van de PvdA echt willen beschermen?

Het antwoord van Nebahat Albayrak: zij zou de verschillen in levensverwachting tussen arm en rijk op een of andere manier terugdringen.

Martijn van Dam zou de positie van consumenten ten opzichte van bedrijven versterken.

Lutz Jacobi schermde met een groot plan om alle problemen op het gebied van woning, zorg en arbeid op te lossen.

Diederik Samsom wil leraren, agenten en verplegers een hoger salaris geven dan hun managers.

Ronald Plasterk wil een hoger belastingtarief voor rijke mensen.

Het tekende de kandidaten. Albayrak kwam, alsof zij het zelf had bedacht, met een thema dat concurrent Plasterk net een dag eerder in zijn videocolumn had opgeworpen. Van Dam liet zich zien als een wat liberale individualist. Jacobi kon niet helemaal duidelijk maken wat ze precies in gedachten had. Samsom presenteerde zich als de man met radicale vernieuwingsdrang. En Plasterk greep terug op traditionele, volgens sommigen ouderwetse, middelen van de sociaal-democratie.

In een spoedcampagne van twee weken probeert elk van de vijf kandidaten de partijleden ervan te overtuigen dat hij, of zij, de beste opvolger van Job Cohen is. Wat in ieder geval nu al duidelijk is: plezier in debat en zichtbare energie hebben ze allemaal meer dan de man die ze willen opvolgen. En verschillen tussen de kandidaten zijn wel degelijk zichtbaar, ondanks het uitblijven van scherpe onderlinge kritiek.

Net als verschillen in stijl: Samsom blijft een vat vol ideeën en feiten, maar toonde gisteren weer iets van de verbetenheid die hij de afgelopen dagen van zich af had geschud. Zijn verhalen heeft hij zo goed in het hoofd, dat de spontaniteit er onder lijdt.

Albayrak baseert haar campagne op haar persoonlijke kwaliteiten en is minder overtuigend als het over beleid of concrete maatregelen gaat. Zo weigerde ze te zeggen waar ze zou snijden als ze moest bezuinigen, „want Rutte luistert mee!” En de vraag hoe heilig het ontslagrecht is ontweek ze door applaus te vragen voor fractiegenoot Mariëtte Hamer, die dat recht in de vorige coalitie „als een leeuwin” verdedigde.

Martijn van Dam nam duidelijk afstand van sommige traditionele PvdA-punten, om zich zo op te werpen als jongerenvertegenwoordiger. Het leverde hem, als enige, een klein boetje uit de zaal op, toen hij zei dat jongeren niet voor alle kosten van de oudere generatie kunnen opdraaien.

Lutz Jacobi speelde haar kaart als nuchtere buitenstaander uit de provincie, maar liet ook de indruk achter dat ze de materie niet helemaal beheerst. Zoals toen ze zei dat het schrappen van de missie in Kunduz „enkele miljarden” zal opleveren, terwijl die ruim 100 miljoen per jaar kost. Debatleider Frénk van der Linden: „U heeft wel een hele gekke zakjapanner!”

Plasterk was ontspannen, en heeft zijn zaken op orde, maar verraste inhoudelijk niet. Hij toonde zich behoudend, en het lijkt er niet op dat onder hem de PvdA de gedaanteverandering zal ondergaan, waar sommige leden naar snakken. Plasterk had één moment van zwakte, toen hem werd gevraagd naar extra bezuinigingen. Het kostte hem zoveel tijd om concreet te worden, dat Samsom het woord nam en een riedel maatregelen opnoemde, met cijfers erbij.

De kandidaten weigerden antwoord te geven op de onvermijdelijke vraag wie zij (buiten zichzelf) als leider zouden kiezen. Op initiatief van Van Dam zochten de vijf een groepsomhelzing op, die tot een stormloop van de aanwezige fotografen leidde. De leden waren na afloop tevreden. Zo jubelde een aanwezige na afloop: „Geweldig! Dit was één lange reclamespot voor de PvdA.”