Bedwantsen

Hoe een krantenartikel je leven op z’n kop kan zetten.

Mijn vrouw wees me op een onthullende reportage in Trouw over bedwantsen. Vroeger heetten ze wandluizen, maar ze kruipen nu liever in bedden dan tegen wanden. Een epidemie van mondiale omvang is gaande, volgens verslaggever Saskia Bosch. Alleen al het aantal bedwantsen in Londen neemt per jaar met 20 procent toe. Een Noorse toeriste meldde over een Londens hotel: „De hele familie werd gebeten door bedwantsen. Het hotel was weerzinwekkend.”

In New York hangen overal aanplakbiljetten waarop mensen zich als bed bug killer aanbieden. Ook in Nederland is het aantal meldingen van bedwantsen de laatste jaren explosief gestegen.

Reizigers wordt geadviseerd hun hotelkamer uitgebreid te inspecteren, vooral rond hun bed. Kijk of er in de randen zwarte vlekjes zitten, dat zijn de uitwerpselen. Haal het matras eraf en bekijk de hoeken van de bedombouw, zet je bagage niet op de grond, pak je koffer thuis buiten uit, was je kleren op 60 graden, maak je koffer goed schoon, bewaar hem in schuur of kelder.

Terwijl ik dit allemaal las, voelde ik hoe een ontzaglijke reismoeheid bezit nam van mijn lichaam. Wat stond de hedendaagse reiziger wel niet allemaal te wachten? Daar stond hij voor zijn gespreide bedje, na een lange, zware reisdag. Files, uitgestelde vluchten, onbereikbare taxi’s (in Amsterdam), hij had het allemaal overleefd, maar wat zag hij daar op zijn bedombouw? Zwarte stipjes. En meteen wist hij: die nacht zou hij tot jeukens toe gebeten worden door een bijna onzichtbare vijand, de Cimex lectularius, oftewel de bedwants.

Reizigers doen er goed aan eerst de website Tripadvisor.com te bezoeken alvorens een hotel te boeken. Mijn vrouw had de omgekeerde volgorde aangehouden: eerst boeken, dan advies vragen. Ze wilde zonder mij naar Parijs, wat op zichzelf al een onverstandig besluit was. Ik hield dat voor me, maar dankzij het artikel in Trouw kon ik nu de retorische vraag stellen: „Wat heb je liever in bed: mij of een wants?”

„Misschien valt het mee”, mompelde ze verschrikt, terwijl ze zich tot Tripadvisor.com wendde. Daar kunnen ze je laten zien welke klachten over hotels zijn binnengekomen – ook bedwantsklachten.

Haar hotel bleek, met een tussenpoos van vijf jaar, twee klachten over bedwantsen te hebben gekregen. De tweede klacht was van vorig jaar en afkomstig van een hysterisch klinkende Californiër, die uitriep: „But the worst part of this hotel was: I swear they had bed bugs! I woke with new bug bites each morning and we stayed there for four nights!”

De manager van het hotel reageerde uitgebreid en furieus. De klacht was niet geuit tijdens het verblijf, men had de bewuste kamer inmiddels grondig geïnspecteerd en geen spoor van het ongedierte gevonden. Dat kon ook niet, want de kamers werden twee keer per jaar door een professioneel bedrijf onderzocht.

„Wat nu?” vroeg mijn vrouw, „een ander hotel?”

We haalden herinneringen op aan al die matige hotels waar we ooit tijdens geïmproviseerde reizen lukraak voor gekozen hadden – omdat we moe waren en de reisdag zat. Van die louche Portugese bed-zonder-breakfast tot een snikhete kamer in Sneek. Hoe slecht ook, nooit waren we gebeten door de bedwants.

„Waag het er maar op”, zei ik, „en ga straks in dat hotel niet meteen die hele kamer overhoop halen. Misschien bijten ze trouwens wel erg lekker.”