Annan: ík bemiddel in Syrië

Kofi Annan, Syrië-gezant van de VN, begon zijn werk gisteren met een waarschuwing aan Rusland én de oppositie in Syrië.

Mannen wachten in de regen bij een bakkerij in het Syrische stadje Al-Qusayr, vlakbij de belegerde stad Homs. Foto Reuters

Wil mijn missie slagen, dan moet iedereen accepteren dat er één bemiddelingsproces is: het mijne. Met die duidelijke boodschap begon voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan gisteren zijn poging een einde te maken aan de crisis in Syrië en een vreedzame machtsoverdracht bewerkstelligen.

„Wanneer je meer dan één [bemiddelaar, red.] hebt en mensen beginnen hun eigen initiatief, dan spelen de partijen met de bemiddelaars”, zei hij in New York op een persconferentie met secretaris-generaal Ban Ki-moon. „Als de ene bemiddelaar iets zegt wat hun niet bevalt, dan gaan ze naar de andere.”

Annans boodschap wordt gezien als waarschuwing aan Rusland, dat de zijde van het regime van president Bashar al-Assad heeft gekozen, én aan de Arabische Golfstaten die juist 100 procent aan de kant van de oppositie staan. Rusland, dat samen met China vorige maand in de VN-Veiligheidsraad een veroordeling van Assads bewind blokkeerde, zegt zich nu bij het regime hard te maken voor toegang van humanitaire hulp tot belaagde burgers zoals die in de belegerde stad Homs. De Golfstaten, Saoedi-Arabië en Qatar voorop, willen niets anders dan verdere bewapening van de oppositie.

„Wanneer de internationale gemeenschap met één stem spreekt”, zei Annan, „dan is die stem machtig. We moeten onze inspanningen bundelen en samenwerken.”

De 73-jarige Ghanese diplomaat leidde van 1997 tot 2006 de Verenigde Naties. Bij zijn aantreden als topman van de VN erfde hij de last van mislukte VN-missies in Rwanda en Bosnië. Daarvoor was hij zelf deels verantwoordelijk; hij was in een voorgaande functie bij de VN hoofd vredesoperaties. Na zijn vertrek bemiddelde hij met wisselend succes in diverse complexe crises, waaronder de dodelijke burgerlijke onrust in Kenia na de presidentsverkiezingen in 2007. In Kenia lukte het hem een deling van de macht tussen oppositie en regering te bereiken.

Annan is uitdrukkelijk van plan om zowel het regime van Assad als de oppositie bij zijn missie te betrekken. Hij verwacht „tamelijk snel” naar Syrië te gaan. Sommige analisten zijn van mening dat westerse leiders te snel Assads regime hebben afgeschreven als oorlogsmisdadigers met wie geen dialoog mogelijk is. Maar Annan is speciaal gekozen omdat hij voor zowel bewind als oppositie aanvaardbaar is – Ban Ki-moon zocht eigenlijk een Arabische bemiddelaar, maar kon er geen vinden die bij beide partijen genade vond.

Annan zei gisteren dat het zijn allereerste taak is het geweld te beëindigen en humanitaire organisaties toegang te geven tot burgers in nood. In opstandige wijken van Homs bijvoorbeeld, die al meer dan drie weken onder zwaar vuur van het regeringsleger liggen, zijn volgens de oppositie groeiende tekorten aan levensmiddelen en medicijnen. De hulpcoördinator van de VN, Valerie Amos, zei gisteren dat Syrië haar nog steeds niet in het land toelaat. De Amerikaanse VN-ambassadeur Susan Rice betitelde dat als „schandelijk”, op een moment dat „de barbaarse Syrische regering haar slotaanval op de stad Homs voorbereidt”. De mensenrechtenraad van de VN riep het regime vanochtend opnieuw op humanitaire organisaties „ongehinderd” toe te laten.

Maar Annan had ook een boodschap voor de Syrische oppositie, die elke dialoog met het regime afwijst en in toenemende mate voor een militaire oplossing kiest. Hij onderstreepte dat alle spelers in Syrië met elkaar in gesprek moeten raken. „Ik weet dat er mensen zijn die andere ideeën hebben, dat een dialoog niet de juiste weg is en dat andere middelen moeten worden gebruikt. Maar ik denk, in het belang van het Syrische volk dat tussen twee vuren zit, dat een vreedzame oplossing, door middel van een dialoog, een snelle dialoog, de juiste weg is.”