Weinig nieuwe orders voor ingenieurs

Gisteren kondigden DHV en Haskoning een fusie aan. Geen defensief huwelijk, maar gericht op groei. Hoeveel last hebben zij werkelijk van de recessie?

Ze zeiden het gisteren met droge ogen: de voorgenomen fusie tussen de ingenieursbureaus DHV en Royal Haskoning was niet defensief en zeker niet uit nood geboren. Nee, het voorgenomen huwelijk was puur opportunistisch, verklaarden de bestuursvoorzitters van beide bedrijven herhaaldelijk. Met gecombineerde krachten kunnen zij de wereldconcurrentie beter aan.

Dat de markt voor oer-Hollandse ingenieursbureaus het zwaar heeft werd maar mondjesmaat erkend. Ja, de omzet en winst waren in het afgelopen jaar wel wat teruggelopen, maar dat was niet de reden voor de heimelijk opgetuigde fusie. En ja, de lastige economische omstandigheden in met name West-Europa leiden tot overheidsbezuinigingen, maar daar hebben DHV en Haskoning niet zo gek veel last van. „Dat speelt vooral op lokaal niveau”, zei Haskoning-topman Erik Oostwegel. „Wij werken vooral met centrale overheden.” Alsof die níet de hand op de knip houden.

De beweringen van Oostwegel en zijn collega Bertrand van Ee laten zich lastig verifiëren. Financiële resultaten over het afgelopen boekjaar deelden zij niet mee. Beide bedrijven zijn niet-beursgenoteerd, waardoor zij een veel minder vergaande publicatieplicht hebben.

Volgens analist Teun Teeuwisse van ABN Amro, die de beursgenoteerde branchegenoten Arcadis en Grontmij volgt, zijn de verklaringen van DHV en Haskoning niet erg geloofwaardig. „De hele markt van ingenieursbureaus heeft erg veel last van overheidsbezuinigingen, vooral in Europa.” Voor met name de afdelingen die zich met infrastructuur en waterprojecten bezighouden, zijn (centrale) overheden de belangrijkste opdrachtgevers. Ook bij DHV en Haskoning.

Bestaande grote infrastructurele projecten zoals verbreding van snelwegen lopen nog wel even door, maar nieuwe werken worden volgens Teeuwisse vaak uitgesteld of geannuleerd. Bij een gelijkblijvend aantal marktpartijen zal de concurrentie dus enorm toenemen.

Als overheden bepaalde projecten nog wel doorzetten maken zij er bij voorkeur ‘publiek-private samenwerkingen’ van. Waarbij die tweede ‘p’, de private financiering, vooral van de betrokken bedrijven wordt verlangd. Wie een grote klus wil krijgen, zal moeten meelopen met het risico. Dat vergt een flinke aanpassing van de bestaande bedrijfsvoering. Ingenieurs worden projectontwikkelaars.

In de al wel gepubliceerde jaarrekeningen over 2010 schetsen DHV en Haskoning een realistischer beeld dan zij gisteren deden. Beide bedrijven kampen inderdaad met precies die problemen die de markt als geheel teisteren. „Gelet op de stevige prijscompetitie in de publieke sector en overcapaciteit in de publieke sector”, schrijft DHV, „zijn de resultaten in Nederland significant gedaald.” Onder aan de streep smolt de nettowinst van 5 miljoen uit 2009 weg tot een verlies van ruim 9 miljoen in 2010.

Bij Haskoning hadden „overheidsbezuinigingen en overcapaciteit een negatieve effect in de watersector”. Daarnaast is er ook economische ontij op andere terreinen. „Door de recessie zagen we een scherpe terugval van onze West-Europese markten, vooral in de utiliteits- en woningbouw.”

Uit de weinige financiële data die de twee fusiepartners gisteren gaven blijkt dat de nieuwe combinatie in 2011 pro rato minder heeft gedraaid dan in het jaar ervoor. Gezamenlijk zal de omzet op 700 miljoen euro uitkomen. In 2010 was dat nog ruim 800 miljoen. Dat komt volgens een woordvoerder in belangrijke mate door een omvangrijke desinvestering van DHV. Dat stootte in de eerste helft van 2011 een belang in een Canadese dochtermaatschappij af.

Voor de nabije toekomst, stelden beide bedrijven gisteren, zal de groei vooral van buiten Europa moeten komen. Hoewel ook in de Verenigde Staten overheden flink moeten bezuinigen op weg- en waterbouwwerkzaamheden, wordt de krimp in dat land volgens Teeuwisse van ABN Amro in het algemeen goed gecompenseerd door opdrachten uit de private sector.

Toch zal het nieuwe concern – dat Royal Haskoning DHV gaat heten mits het koninklijke predikaat opnieuw zal worden toegekend – ook in Nederland flink aan de slag moeten om omzet en winstgevendheid op peil te houden. Bij beide bedrijven wordt in het eigen moederland iets meer dan de helft van de inkomsten gehaald. Leg daarop de verdeling per marktgroep (36 respectievelijk 46 procent uit de sector ‘government’) en het laat zich raden dat de verkoopafdeling vooral goede ingangen bij (rijks)overheden moet onderhouden.

Geen wonder dat de banden tussen Den Haag en ingenieursbureaus van oudsher hecht is. Bij veel grote firma’s zit, of zat, een prominente ex-politicus in directie of raad van commissarissen (zie inzet).