'We moeten de pioniers in de kunstwereld zijn'

Directeur Defne Ayas wil van Witte de With een ‘denktank’ maken waar over politiek gediscussieerd kan worden. „Cultuur wordt niet alleen door kunstenaars gemaakt.”

Ze is wat je noemt een geboren kosmopoliet. Defne Ayas, de nieuwe directeur van kunstcentrum Witte de With, is pas 36 jaar oud maar heeft nu al een loopbaan op drie verschillende continenten achter de rug. Ze maakte naam als curator van Performa, de performancebiënnale die iedere twee jaar in New York plaatsvindt. In de oneven jaren verbleef ze in Shanghai, waar ze in samenwerking met het Prins Claus Fonds het platform Arthub Asia uit de grond stampte. Ook organiseerde ze regelmatig kunstprojecten in Istanbul, de stad waar ze opgroeide en waar haar ouders nog steeds wonen. Ze spreekt vloeiend Turks, Chinees, Engels en Duits en ze is van plan snel Nederlands te leren.

„Wil je het echt allemaal weten?” zegt ze lachend, wanneer ik naar haar achtergrond vraag. „Ik ben verwekt in Parijs, geboren in het Ruhrgebied, opgegroeid in Istanbul. Daarna ging ik in Amerika studeren, en kreeg ik een baan bij een ontwerpbureau dat de campagnes voor de Democratische Partij verzorgde. Vervolgens kon ik terecht bij het New Museum in New York en werd ik gevraagd voor Performa. O ja, en tussendoor heb ik de curatorenopleiding bij De Appel in Amsterdam gevolgd.”

Ayas praat als een wervelwind. Regelmatig vraagt ze of ze niet te snel gaat. Ze ziet zichzelf als een culturele diplomaat, een bruggenbouwer. „De taak die eigenlijk door de overheid vervuld zou moeten worden, wordt nu opgevangen door curatoren zoals ik. Lang heb ik gedacht dat ik de diplomatenroute zou gaan volgen. Maar ook kunst gaat over leven, over politiek, zo ontdekte ik. Een kunstenaar als Ai Weiwei heeft de mogelijkheid om de publieke opinie echt te beïnvloeden. Ik heb nooit begrepen waarom een zakenman meer respect verdient dan een kunstenaar. Kunstenaars hebben vaak zoveel meer wijsheid in pacht. Het is bizar om rechtse politici te horen praten over kunstenaars alsof het parasieten zijn, zoals Mao Zedong dat deed tijdens de Culturele Revolutie.”

Ze is vast van plan zich zo snel mogelijk in de Nederlandse culturele wereld in te werken. „Wie zijn de sleutelfiguren, met wie moet ik afspreken? De nationale kunstscene ken ik wel. Maar ik wil ook journalisten ontmoeten, columnisten en opiniemakers. Cultuur wordt niet alleen door kunstenaars gemaakt. Mijn doel is om Witte de With meer als denktank te laten opereren, waar sociale en politieke onderwerpen bediscussieerd kunnen worden.”

Een van de eerste gasten die ze uitnodigde voor een debat was de Zwitsers-Egyptische filosoof Tariq Ramadan, die in gesprek ging met socioloog Willem Schinkel. „Zij hadden het over ‘superdiversiteit’, maar ook over de liefde, en hoe die in verschillende religies wordt gezien. Dat laatste zou je als kitscherig onderwerp kunnen zien, maar het was zo’n interessante avond. De helft van het publiek was nog nooit eerder in Witte de With geweest. Tegen hen heb ik gezegd: dit is ook jullie huis, jullie platform.” Want het lijkt wel, zegt ze, of Witte de With in het buitenland bekender is dan in Rotterdam zelf. Ook dat is een prioriteit: dat Witte de With in Rotterdam weer op de kaart komt te staan.

Het idee om over religie te spreken, kwam door de gesprekken die Ayas had met Rotterdamse taxichauffeurs. „Door die gesprekken begreep ik dat religie hier nog steeds een grote rol speelt, zowel bij Nederlanders als niet-Nederlanders. Maar waarom is het dan in de kunstwereld nauwelijks een onderwerp?”

Ze wist dat Rotterdam een enorme smeltkroes was, met 160 talen die gesproken worden door 500.000 mensen. „Maar dat er zoveel extremen zouden zijn, had ik niet verwacht. Ik zei tegen mijn ouders: ‘Jullie denken dat je in Turkije woont, maar het echte Turkije is hier, in Rotterdam.’” Anderzijds is ze gechoqueerd dat de Rotterdamse kunstwereld zo weinig etnisch divers is. „De scene is hier volkomen blank. Dat vind ik onbegrijpelijk.”

Verschillende werelden bij elkaar brengen is Ayas’ voornaamste missie. Haar motto: „De som der delen is altijd beter.” Al Ayas’ projecten draaiden tot nu toe om samenwerking. In New York liet ze tachtig verschillende kunstplekken samen warmlopen voor performancekunst. En voor het project Blind Dates bracht ze kunstenaars en niet-kunstenaars uit het vroegere Ottomaanse Rijk bij elkaar. Turken, Armeniërs en Koerden, Palestijnen en Israëliërs werden door haar gestimuleerd om samen onderzoek te doen of een kunstwerk te maken. „Ik speelde de rol van matchmaker. Ik keek naar hun sterrenbeelden, hun opleiding, hun werk en probeerde zo ‘huwelijken’ te smeden.” Ze grinnikt. „Dat ging heel goed. Van de veertien relaties is er maar één in een scheiding uitgemond.”

Dat ze in Rotterdam een moeilijke tijd tegemoet zal gaan, met alle kunstbezuinigingen op lokaal en nationaal niveau, wist ze toen ze solliciteerde. Maar Ayas is geen type dat zich gemakkelijk uit het veld laat slaan. „Populisme steekt nu eenmaal eens in de twintig jaar de kop op. Het is een cyclus die ook weer voorbij gaat. Aan de andere kant heb je een grote groep hoogontwikkelde Nederlandse denkers, die wel degelijk het belang van kunst in een samenleving inzien. Zij moeten nu samen een front vormen.

„Kunst is een van de belangrijkste Nederlandse exportproducten. En het is onlosmakelijk verbonden met onze geschiedenis, onze cultuur. Waarom zouden we niet de pioniers in de kunstwereld kunnen zijn? Daar moeten we op mikken. Dat zeg ik ook tegen mijn staf: ben je bereid Witte de With nationaal en internationaal ten volste te verdedigen en te promoten? Want al onze banen staan op de tocht, de toekomst van dit instituut. We moeten meer dan ooit onze positie claimen.”

    • Sandra Smallenburg