Vestia was de eerste, maar welke corporaties volgen?

Woningcorporatie Vestia is in grote financiële problemen geraakt door de handel in derivaten. Voor nog ruim 20 corporaties dreigt hetzelfde. De politiek vreest het einde van het garantiestelsel.

Eppo König

Er is niet één Vestia, er zijn mogelijk nog 23 Vestiaatjes die de woningcorporatiesector in Nederland ondermijnen. Dat is het schrikbeeld dat opdoemt uit de brief die minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) gisteren aan de Tweede Kamer heeft geschreven.

Hoeveel corporaties gevaar lopen door hun eigen financiële producten, was tot nu toe niet duidelijk. Het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), de toezichthouder, ging op verzoek van Spies eens tellen en komt in maart met een eindrapport. Eén van de conclusies: het risico dat corporaties lopen, is „niet altijd even gemakkelijk terug te vinden” in hun jaarverslagen, aldus CFV-directeur Jan van der Moolen.

Om welke 23 corporaties het gaat, is nog onbekend. Dat hun problemen minder groot zijn dan die van Vestia, is waarschijnlijk. De grootste woningcorporatie van Nederland verdubbelde in 2010 het aantal rentecontracten (derivaten) met onderpandverplichting tot een som van tien miljard euro. Andere corporaties hebben (veel) minder exotische producten in huis.

De zorg in Den Haag is er niet minder om. Als de leenrente laag blijft of verder daalt, blijft het risico dat corporaties aan banken meer onderpand moeten geven voor hun rentecontracten op leningen. „Ze blijven in de gevarenzone”, aldus PvdA-Kamerlid Jacques Monasch. „En als een klein deel van die corporaties in de problemen komt, stort het hele corporatiestelsel in elkaar.”

Het gevaar voor de sector als geheel zit in een domino-effect. Als één corporatie omvalt, moeten andere corporaties bijspringen. De toezichthouder, het CFV, kan collecteren voor noodsteun of het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) kan een heffing vorderen. „De fundamenten onder het waarborgfonds beginnen te wankelen”, zegt Kees Verhoeven van D66. „Het WSW kan na Vestia niet nog een aantal corporaties overeind houden. Het draagvlak onder andere corporaties zal ook minder worden.”

Na beide fondsen en de corporaties staan uiteindelijk Rijk en gemeenten garant voor de woningcorporaties. „Dan draait de belastingbetaler straks op voor bestuurders die boven de wet hebben geleefd”, zegt Betty de Boer van de VVD.

Het begrip ‘parlementair onderzoek’ gaat rond in de Vestia-affaire. D66 wil erover nadenken, de VVD sluit het niet uit, de PvdA vindt het te lang duren. Een aantal Kamerleden wil van hun zwijgplicht over Vestia af en zo snel mogelijk een Kamerdebat over de zaak nu het krokusreces in Den Haag voorbij is.

Dit voorjaar debatteert de Kamer over de herziene Woningwet, waarin ook een strenger toezicht op corporaties is opgenomen. Maar dat is onvoldoende, verwacht Spies in haar brief van gisteren. Ze wil een onafhankelijke commissie laten kijken of toezicht goed is geregeld.

Het WSW geeft geen commentaar over individuele corporaties en wil niet reageren op de opmerkingen van de Kamerleden, zegt de woordvoerder van het waarborgfonds.

Marc Calon, voorzitter van corporatiekoepel Aedes, ziet Vestia als een „eenmalig, groot incident”. Hij pleit voor „niet meer, maar beter toezicht”. „De controle is nu nog achteraf. Maar je moet tijdig kunnen ingrijpen. Solidariteit onder corporaties kan niet zonder disciplinering.”

    • Oscar Vermeer
    • Eppo König