RIVM voorspelt meer Q-koorts-doden

Het aantal doden als gevolg van de Q-koortsepidemie die van 2007 tot 2009 in Nederland woedde, is officieel opgelopen naar 24. Het werkelijke aantal sterfgevallen ligt „misschien twee, drie keer zo hoog”. Dat zei directeur Roel Coutinho van het Rijksinsitituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gisteravond in het actualiteitprogramma Nieuwsuur.

Coutinho baseert zich op een onderzoek onder bloeddonoren, in 2009 gehouden op het hoogtepunt van de epidemie, in het hart van de uitbraak in het noorden en oosten van Brabant. Q-koorts heerste onder geiten en schapen. De bacterie die de ziekte veroorzaakte, Coxiella burnetii, verspreidde zich vanuit de boerderijen door de lucht en infecteerde ook mensen.

Uit het bloedonderzoek bleek dat het aantal mensen dat daadwerkelijk was besmet ruim tien keer groter was dan eerder geschat, op basis van mensen die zich bij hun huisarts hadden gemeld met klachten. Onderzoekers van bloedbank Sanquin publiceerden hun verslag in januari van dit jaar in het medisch-wetenschappelijke blad Transfusion.

Bij 66 van de 543 onderzochte bloeddonoren werden antistoffen tegen de Q-koortsbacterie aangetroffen, een aanwijzing dat zij ooit met de bacterie in aanraking zijn geweest. Bij drie op de duizend donoren werd ook het DNA van de bacterie in het bloed gedetecteerd.

„Dat kan betekenen dat deze mensen nog levende bacteriën bij zich droegen, maar het is niet zeker of zij ook besmettelijk waren”, licht epidemioloog Yvonne van Duijnhoven van het RIVM toe. Wel is duidelijk dat ten minste twee patiënten die bloed ontvingen van deze donoren later ook positief testten op Q-koorts. „Maar of de besmetting via de bloedtransfusie was gekomen, is niet te achterhalen”, zegt zij. „In ieder geval woonden deze mensen ook in het gebied waar Q-koorts veel voorkwam, dus ze kunnen het ook via inademing hebben opgelopen.”

Het onderzoek wijst erop dat er onder de Nederlandse bevolking veel verborgen Q-koortsbesmettingen zijn geweest. Omgerekend naar heel Nederland schat het RIVM dat 50.000 mensen besmet zijn geraakt.

„Omdat de epidemie nu voorbij is, zullen er geen nieuwe acute gevallen meer bij komen”, zegt Yvonne van Duijnhoven, „maar er zullen wel nieuwe chronische gevallen opduiken.”

Vooral bij mensen die al kampen met hart- en vaatziekten kan de bacterie zich in het lichaam schuilhouden en dan jaren later alsnog toeslaan. Om hoeveel mensen het daarbij gaat is lastig te voorspellen, temeer omdat 60 procent van de mensen die besmet raken er niets van merkt. Maar het is zeker dat er de komende jaren Q-koortsslachtoffers bij komen. Volgens Van Duijnhoven betreft „95 procent” van de besmettingen geen veehouders, maar grotendeels omwonenden van de bedrijven waar Q-koorts is aangetroffen.