Protesten en schijnvrijheid

Al maanden discussiëren mensen in de hele wereld over twee afkortingen: ACTA en SOPA. Het betreft geen nieuwe ziekte in de binnenlanden van Bolivia en ook geen briljante vondst in Wordfeud. De echte betekenissen zijn stukken minder lollig.

Het Anti-Counterfeiting Trade Agreement en de Stop Online Piracy Act zitten niet alleen slecht in elkaar, maar beknotten bovenal de vrijheid op internet van Henk, Ingrid en hun Amerikaanse boezemvriend Joe the Plumber. En wat doen verlichte, ‘vrije’ burgers als onze vrijheid beknot wordt door de Amerikaanse overheid? Dan trekken we ten strijde. Niet met treurige spandoeken op gure pleintjes, maar op Twitter en Facebook, met teksten die er niet om liegen.

Hulde. Althans, zo dacht ik aanvankelijk. Inmiddels hebben de verwoede protesten bij mij twijfels opgeroepen. De protesten zijn namelijk een beetje hypocriet of op zijn minst selectief. De Amerikaanse regering heeft immers het aantasten van burgerlijke vrijheden tot kunst verheven. Wie in New York op een veerboot wil, mag nog net z’n onderbroek aanhouden. Hoezo vrijheid en westelijke waarden? En wat te denken van Facebook, dat zonder blikken of blozen onze gegevens doorverkoopt? Is hier dagelijks hevig protest tegen? Nee, blijkbaar hebben we deze onvrijheden geaccepteerd.

In mijn laatste column voor deze krant wil ik met heroïsche woorden een strijd voor echte vrijheid ontketenen. Witte Huis, Facebook, ACTA en SOPA? We lusten jullie rauw!