Ötzi's DNA lijkt op Sardijns DNA

Ruim vijfduizend jaar na zijn dood is het DNA van ‘ijsman’ Ötzi ontcijferd. De prehistorische man, die in 1991 op een gletsjer in Tirol is gevonden, blijkt het meest verwant aan de Europeanen die nu op Corsica en Sardinië leven. Hij had bruine ogen, bloedgroep O, een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en hij verdroeg geen melk.

Dit meldde een internationale groep genetici gisteren in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications. Het team staat onder leiding van Albert Zink, directeur van het Instituut voor Mummies en de IJsman in Bolzano (Italië). In 2010 haalde Zink DNA uit het bekken van Ötzi. Hoewel het DNA al sterk gefragmenteerd was, kon het gereconstrueerd worden. Dat gebeurde eerder al met oud DNA van onder meer Neanderthalers.

„Een goed artikel”, vindt hoogleraar humane genetica Peter de Knijff van het Leids Universitair Medisch Centrum. Met de publicatie komt er inzicht in de verwantschap van de IJsman. Ötzi’s DNA lijkt nog het meest op dat van moderne inwoners van Corsica en Sardinië. Die wijken genetisch vrij sterk af van andere Europeanen. Ötzi lijkt genetisch dus niet op de huidige Alpenbewoners.

Ötzi leefde 5.300 jaar geleden, en stierf waarschijnlijk door een pijl – de pijlpunt zat nog achter zijn linker schouderblad. De vondst van de ijsmummie is wetenschappelijk bijzonder omdat in het ijs niet alleen zijn lichaam, maar ook zijn complete uitrusting en kleding goed bewaard bleef. Hij moet ruim veertig zijn geweest, en had vlak voor zijn dood nog rendiervlees en granen gegeten. Hij had tijdens zijn leven ribben gebroken en had sporen van gewrichtsslijtage en aderverkalking.

Ötzi had een tweemaal zo sterke genetische aanleg voor hart- en vaatziekten als gemiddeld, schrijft Zink in Nature Communications. „Hier wordt wel een heel vertekend beeld gegeven van de ijsman”, werpt genomics-hoogleraar Cecile Janssens van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam tegen. Volgens Janssens overschat Zink het hartrisico van Ötzi door naar te weinig genetische factoren voor hartziekten te kijken. „Hij wist al dat Ötzi aderverkalking had, en gaat dan geloven dat het ook in de genen zit.”

Zink denkt ook dat Ötzi geïnfecteerd was met de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Hij vond in Ötzi’s bekken een klein gehalte aan DNA-fragmenten van die bacterie.

Zaterdag in Wetenschap: interview met Ötzi-onderzoeker Albert Zink