Column

Lot en Toeval

Op een vrijdag, tegen twaalf uur, breekt de beroemde rieten hangbrug in Peru, op de weg tussen Lima en Cuzco, hoog in de Andes. De vijf mensen, twee vrouwen en drie mannen, die op dat moment op de brug lopen, storten in de diepte, hun dood tegemoet. Het is 20 juli 1714. Met deze gebeurtenis opent het bekroonde boek van Thornton Wilder, The Bridge of San Luis Rey, dat hij als dertigjarige in 1927 schreef. Is de ramp met de brug een ongeluk of heeft dit een hogere bedoeling? Op de rand van de kloof, op het punt de brug te betreden, net gered van een wisse ondergang, staat de Italiaanse broeder Juniper. Hij beseft dat hij niet zomaar getuige is van deze gebeurtenis. Zijn opdracht lijkt nu onmiskenbaar. Middels wetenschappelijke methoden zal hij eindelijk de centrale vraag van het geloof kunnen beantwoorden: zijn leven en dood toeval of deel van een goddelijk plan?

Het boek draait vervolgens om Juniper’s zoektocht naar de rechtvaardiging van de ogenschijnlijk toevallige dood van deze vijf mensen, waarom juist zij en op dit moment in hun leven moesten sterven. Alle feiten en getuigenverklaringen verzamelt hij in een omvangrijk boekwerk. Hij bouwt zelfs een wiskundig model van de karakteristieken die de slachtoffers verbinden, in de hoop het lot van ieder mens te voorspellen. Maar uiteindelijk blijft twijfelachtig of alles weten alles verklaart. Broeder Juniper eindigt zijn leven als een afvallige en het enige exemplaar van zijn boek wordt verbrand – of zou in een stoffige bibliotheek toch een tweede exemplaar bewaard gebleven zijn?

De vraag of ons leven van te voren vastligt of een samenloop is van toevallige omstandigheden, klinkt voor de meeste mensen vandaag ouderwets. We zijn toch allemaal zelf actieve spelers in het grote toneelstuk van het leven, die ons lot grotendeels in eigen hand hebben? Vroeger was de overtuiging dat ons leven min of meer vastlag, het exclusieve terrein van de orthodoxe religie. God had alles bepaald en het lijden dat onredelijk of wreed leek, had een betekenis, ook al konden gewone mensen die zelden bevatten.

Deze religieuze interpretatie is door bijna iedereen in de Noord-Europese joods-christelijke cultuur verlaten. In een onverwachte, wetenschappelijke vorm duiken de laatste jaren parallelle denkbeelden op onder cognitiewetenschappers en neurobiologen. Wij zijn ons brein en in ons brein ligt alles vast. In die zin leeft en sterft een ieder volgens een biologisch en genetisch plan. Dat geldt zelfs voor de keuze van wie niet verder wil leven.

Als niet alles of zelfs niets vastligt, in de goddelijke wil of in het brein, dan worden mensen teruggeworpen op hun eigen verantwoordelijkheden. De lust tot roken of de zin in vette boterkoek is dan niet al in de baarmoeder bepaald, maar een kwestie van opvoeding en wilskracht. Daar kun je als samenleving hoogstens wat voorlichting en belastingen tegenaan gooien, zodat onverstandig gedrag ontmoedigd wordt. Maar zelfs wie verantwoordelijk leeft, wordt niet gevrijwaard van het toeval, het noodlot of de domme pech. De paradox van onze opvatting dat wij vrij zijn, zelfs baas in eigen brein, is dat we het toeval – die ultieme dobbelsteen – steeds minder accepteren.

Toch hangt het leven in hoge mate van toeval af. Het meest bepalend zijn het tijdperk en de plaats van geboorte. Wie driehonderd jaar geleden in Nederland werd geboren, werd meestal niet ouder dan veertig, net als wie vandaag in Somalië geboren wordt. Wie in de achterbuurten van Athene opgroeit, heeft weinig kansen op een lucratieve baan. Op je eigen afkomst heb je als individu geen enkele invloed.

Maar het zijn niet alleen afkomst of noodlot die het leven bepalen. Het is ook het geluk van de juiste persoon op de juiste plaats zijn. Politici krijgen onverwachtse kansen als een andere leider wegvalt en blijven aan de macht omdat er geen alternatief is – zie Poetin en vele anderen.

We zijn de afgelopen dagen geconfronteerd met het lot van een prins, een partijleider en een columnist. Hoe ongelijksoortig ook de levens van prins Friso, Job Cohen en Anil Ramdas zijn verlopen, in alle drie zit iets van een klassiek noodlot. Leven en dood, toeval en pech: net die ene helling, net die seconde... net niet genoeg doortastendheid... net dat moment van dodelijke twijfel.

Wie er bij stilstaat, ziet ook in haar of zijn eigen leven die tweesprongen, waarop het net wel goed ging, door eigen toedoen of door een gelukkige samenloop van omstandigheden – of niet. Veel meer dan ons lief is, hangt ons leven aan elkaar van toeval.

Erg is dat niet. Zoals Thornston Wilder ons leert over de toevallige slachtoffers van The bridge of San Luis Rey: de herinnering aan die vijf levens zal uiteindelijk verdwijnen, maar wat blijft en betekenis geeft in ieder leven, is de liefde.