Liever gewond in Syrië dan thuis

Een 31-jarige journalist uit Frankrijk is onderdeel van het diplomatieke spel om een humanitaire corridor in Syrië op te zetten.

Foto AFP

Op een filmpje dat Syrische activisten vorige week woensdag op YouTube plaatsten, vroeg de Franse journalist Edith Bouvier of ze snel geëvacueerd kon worden uit de stad Homs, die het toneel is van bloedige gevechten tussen het Syrische regime en opstandelingen. Bouvier vertelde dat ze een dubbele beenbreuk heeft en snel geopereerd moet worden.

Maar vanmorgen zat ze er nog, in een geïmproviseerd perscentrum in de wijk Baba Amro, beschermd door gewapende activisten. Ze wil toch niet weg, zei een hoge Franse diplomaat op het Elysée. Ze is bang dat er een ramp gebeurt in Homs als alle westerse journalisten weg zijn. Ze wil pas worden geëvacueerd als er een akkoord is bereikt over een humanitaire corridor.

Zo is de 31-jarige freelancejournalist een argument geworden in de diplomatieke discussie over de vraag of er een humanitaire corridor komt. Het Rode Kruis had daar vorige week donderdag om gevraagd: iedere dag twee uur de tijd om medicijnen en voedsel naar Homs en andere belegerde steden te brengen. De Franse regering probeert ook Rusland en China achter dit voorstel te krijgen.

Het is onduidelijk of Bouvier bewust heeft gekozen voor een activistische rol als journalist door een voorwaarde te stellen aan haar evacuatie; nog steeds zijn voor de meeste berichten uit Syrië geen onafhankelijke bronnen beschikbaar. Voor zover bekend heeft Bouvier geen direct contact met buitenlandse media.

Feit is dat een collega van Bouvier die in hetzelfde gebouw zat, de 47-jarige Britse journalist Paul Conroy, gisteren wel door activisten over de grens met Libanon werd gesmokkeld. President Sarkozy meldde aanvankelijk dat ook Bouvier in Libanon was. Hij moest dat later op de avond herroepen.

„Bouvier voelt zich moreel verantwoordelijk” voor wat er verder in Homs gebeurt, vertelde een hooggeplaatste Franse diplomaat gisteravond tegen een groepje buitenlandse journalisten.

Dat past in het beeld dat Franse collega’s de afgelopen dagen van Edith Bouvier hebben geschetst. Hyperactief. Bezeten van het Midden-Oosten. Onstuitbaar. Militant soms. Ze heeft al eerder gewerkt in onder andere Irak, Somalië, Tunesië en Iran.

„Ze gaat waar ze naar toe moet gaan en soms nog net wat verder, maar het is geen heethoofd” zei de chef buitenland van Le Figaro, de krant waarvoor ze in Syrië is. Bouvier heeft ook veel gewerkt voor Radio France International. Die stuurt geen journalisten naar Syrië omdat de situatie daar zo gevaarlijk is.

Voor zover nu duidelijk is, is Bouvier gewond geraakt toen het Syrische leger vorige week woensdag het geïmproviseerde perscentrum in Homs bombardeerde, een gebouw dat ook wordt gebruikt door activisten. Volgens niet-bevestigde berichten waren dat gerichte beschietingen. Daarbij werden de Amerikaanse journalist Marie Colvin en de Franse fotograaf Rémi Ochlik gedood.

In het gebouw in Homs zouden naast Bouvier nu nog twee andere journalisten zitten: een Brits/Franse fotograaf met wie Bouvier in Syrië was en een verslaggever van het Spaanse dagblad El Mundo. Deze laatste twee zouden niet gewond zijn.

    • Marc Leijendekker