Kind heeft het zwaar in de stad

In 2020 wonen 1,4 miljard mensen in sloppenwijken, zo blijkt uit een rapport van Unicef. De armoede daar is onderbelicht vergeleken bij die op het platteland.

Rotterdam. De meeste mensen die aan arme kinderen denken, zien als eerste een hongerend kind op het platteland van Afrika voor zich, zegt directeur Anthony Lake van Unicef. Maar er is volgens hem te weinig aandacht voor de armoede van kinderen in sloppenwijken. In het gisteren verschenen jaarrapport The State of the World’s Children toont de kinderrechtenorganisatie aan dat de trek naar de stad het leven lang niet altijd beter maakt. In veel gevallen leidt de stap alleen tot een ander soort armoede, die niet alleen nieuw is voor de betrokkenen zelf, maar ook voor overheden en hulporganisaties.

Cijfers die de omvang van het probleem aantonen, zijn er volop: de helft van de wereldbevolking woont in steden, eenderde van hen woont in sloppenwijken. In Afrika is dat meer dan 60 procent. In 2020 zullen 1,4 miljard mensen op sloppen of zogeheten illegale nederzettingen zijn aangewezen. Jaarlijks groeit de stedelijke bevolking met 60 miljoen. In 2050 woont 70 procent in de stad.

In ontwikkelingslanden leidt dit tot een wildgroei aan sloppenwijken. Volgens Unicef zijn ondervoeding en sterfte bij kinderen onder de vijf jaar in deze wijken vaak even groot als op het platteland, of groter. Medische voorzieningen en andere vormen van hulp zijn vaak om de hoek te vinden, maar even onbereikbaar als in een afgelegen dorp.

In de stad is vaak meer betaald werk dan op het platteland, en er zijn meer kansen voor een opleiding. Maar er zijn ook allerlei gevaren die op het platteland net iets minder bedreigend zijn: in de sloppen wordt het leven bepaald door slechte hygiëne, onveiligheid en illegaliteit.

De belangrijkste doodsoorzaken voor kinderen onder de vijf jaar – longontsteking en diarree – worden bevorderd door de overbevolking en slechte sanitatie in sloppenwijken. Luchtvervuiling binnenshuis zorgt jaarlijks voor de dood van twee miljoen kinderen jonger dan vijf, zegt Unicef. De vuurtjes waarop sloppenwijkbewoners koken, dragen daar aan bij. Ook luchtvervuiling door het verkeer en verkeersongelukken zijn belangrijke doodsoorzaken in de stad.

Kinderarbeid en kinderprostitutie zijn in hoge mate stedelijke problemen. Kinderen die werken op het platteland doen dat over het algemeen op de boerderij van hun ouders; in de stad werken ze vaak in de huishouding van rijke families, waar ze onbeschermd zijn tegen mishandeling en seksueel misbruik.

De armoede in steden is onderbelicht, vindt Unicef. Een belangrijke oorzaak daarvan is de illegaliteit van sloppenwijken. De inwoners worden vaak niet opgenomen in de statistieken en sloppenwijken worden zoveel mogelijk uit het zicht gehouden. Eenderde van de stedelijke geboortes wordt niet geregistreerd, in Afrika en Zuid-Azië geldt dat voor bijna de helft. Deze kinderen bestaan officieel niet. Vergelijkingen tussen de stad en het platteland geven dus vaak een vertekend beeld.

Er wordt vaak minder geïnvesteerd in armoedebestrijding in de stad dan op het platteland. Terwijl het aantal water- en toiletvoorzieningen in dorpen sneller toeneemt dan de bevolking, blijft die in de stad achter bij de bevolkingsgroei. Vaak is de dreiging dat een sloppenwijk geruimd wordt reden om er geen geld in te steken. Het aantal stedelingen dat in de open lucht poept, is tussen 1990 en 2008 met 20 procent gestegen, de risico’s op de verspreiding van ziekten daarmee ook.

    • Hanneke Chin-A-Fo