Jeugd-tbs duurt maximaal zes jaar

Stanley A. kwam uit de jeugdinrichting omdat de maximale duur erop zat. Hij ging weer in de fout. Krijgt staatssecretaris Teeven gelijk? Hij wil ‘jeugd-tbs’ kunnen omzetten in volwassenen-tbs.

Archiefbeeld uit de gymzaal van forensisch centrum Teylingereind in Sassenheim, de justitiële jeugdinrichting waar ook Stanley A. verbleef. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold

Valt te voorkomen dat jongens als Stanley A. na een eerder misdrijf opnieuw de fout in gaan? Ook als dat járen later gebeurt?

Rond dit specifieke geval, de jongen die heeft bekend het vijftienjarige meisje Ximena te hebben vermoord, is nog veel onduidelijk. Niet voor niets vroegen PvdA en CDA gisteren aan staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) om een brief met een feitenrelaas over het incident. „Had deze persoon nog een behandeling moeten hebben en heeft hij zich daaraan onttrokken?” vroeg CDA’er Madeleine van Toorenburg gisteren in de Tweede Kamer.

Stanley A. werd tien jaar geleden al eens veroordeeld omdat hij iemand had neergestoken. A. was toen vijftien, en had een PIJ-maatregel opgelegd gekregen. PIJ staat voor ‘plaatsing in een inrichting voor jeugdigen’, en wordt ook wel jeugd-tbs genoemd.

Toch bestaan er belangrijke verschillen tussen een PIJ-maatregel en reguliere tbs voor volwassenen. PIJ is tijdelijk en bij het opleggen van die maatregel hoeft niet per se sprake te zijn van een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis, zoals dat bij tbs wel het geval is.

Een PIJ-maatregel duurt maximaal zes jaar, met als uitloop één jaar verplichte nazorg. Daarna is het wettelijk niet mogelijk om de behandeling te verlengen. Stanley A. stond daarom in 2007 weer buiten.

Hard gezegd past het geval-Stanley – juist vanwege zijn eerdere behandeling in een jeugdinrichting – precies in het straatje van staatssecretaris Teeven. Die heeft namelijk een voorstel in de maak om in „uitzonderlijke gevallen” de PIJ-maatregel te kunnen omzetten in volwassenen-tbs. „De beveiliging van de samenleving staat hierbij nadrukkelijk als doel voorop”, schrijft Teeven in zijn wetsvoorstel.

Deskundigen in de forensische psychiatrie zijn het erover eens: in sommige gevallen – zoals misschien wel in dit geval van Stanley A. – zou die omzetting van jeugd-tbs naar volwassenen-tbs uitkomst kunnen bieden. Hoogleraar forensische psychiatrie Hjalmar van Marle van de Erasmus Universiteit vertelt dat van de jongeren die een PIJ-maatregel krijgen, later ongeveer 5 procent ook in de reguliere tbs instroomt. Voor die kleine groep betekent het dat „inderdaad gerede aanleiding bestaat”, zoals Van Marle het zegt, om een overgangsregeling te bepleiten tussen PIJ en tbs. Bovendien is bekend dat jongeren met een PIJ-maatregel soms minder openstaan voor behandeling en hulp, omdat ze wéten dat die PIJ eindig is.

Maar er bestaat dus een overgrote groep die níet in volwassenen-tbs terechtkomt nadat ze een PIJ-maatregel hebben gehad: de overige 95 procent. Van Marle: „De grote angst van kinderrechters is dat iemand van veertien een delict pleegt, en tot zijn zestigste vervolgens in tbs zit.”

Dat laatste is precies waarom juristen vraagtekens plaatsen bij het voorstel van Teeven. Het zou namelijk betekenen dat een kind van dertien dat een zwaar delict begaat, uiteindelijk als meerderjarige op een longstay-afdeling terecht zou kunnen komen, als de rechter daartoe besluit. En dat is tegen het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties: daarin staat dat een ‘levenlange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid van vrijlating’ niet aan criminelen van onder de achttien mag worden opgelegd.

De vraag blijft of in Stanley A.’s geval de rechter ook het oordeel had geveld dat hij van PIJ naar reguliere tbs had gemoeten, en dus of deze misdaad dan alsnog was voorkomen. Want misschien ging het juist aan het einde van die behandeling wel goed met hem, zegt ook Peter van der Laan van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. „Dat probleem geldt voor de hele tbs-populatie. Al is de laatste jaren de risico-inschatting ver vooruit gegaan, het blijft een heel lastige klus om te voorspellen of iemand opnieuw de fout in zal gaan of niet”, zegt Van der Laan.

Voor jongeren die nú uit een jeugdinrichting komen, zal de kans op recidive al beter te voorspellen zijn dan vijf jaar geleden, toen de PIJ-maatregel van Stanley A. afliep. En, zegt Van der Laan, bij die lastige risico-inschattting van een individu komt nog eens dat de behandelingen in inrichtingen hier en daar te wensen over laten: „Natuurlijk blijft eigen verantwoordelijkheid van groot belang, maar de behandelingen verlopen ook lang niet altijd optimaal.”

Elke justitiële inrichting gebruikt zo zijn eigen behandelingen, en het effect van die behandelingen is niet of nauwelijks aangetoond. De recidivecijfers liggen niet voor niets hoog. Na twee jaar is 43 procent van de ex-jeugd-tbs’ers opnieuw in aanraking geweest met politie. Na zes jaar is dat percentage zelfs 70 procent. Maar dat zijn vaak lichtere delicten, niet van dezelfde zwaarte als de misdaden waarvoor ze als kind jeugd-tbs kregen.

Ondanks de verbeteringen die mogelijk zijn in begeleiding, zorg en ook wetgeving, weten deskundigen binnen de forensische wereld: het is een illusie te denken dat je alle vreselijke incidenten kunt voorkomen. „Tenzij we besluiten om mensen die een delict hebben gepleegd, de rest van hun leven in een hok te zetten en er niet meer uit te laten.”