Het kind in de stadswoestijn

Grote steden zijn broeinesten van creativiteit, onderwijs en onderzoek, ondernemingszin, arbeid en sociale mobiliteit. De grote stad is ook een plek waar de tegenstellingen tussen arm en rijk, gezond en ziekelijk, of jong en oud explosieve vormen kunnen aannemen.

Sinds de Industriële Revolutie is de stad daarom ook vaak afgeschilderd als een ‘poel van verderf’, waarin de mens niet alleen in anonimiteit vrij kan leven maar in die anonimiteit ook ten onder kan gaan.

Dat geldt zeker voor de zwaksten in de stad, schrijft Unicef in zijn jaarrapport Children in an Urban World. Het beeld dat het kinderfonds van de Verenigde Naties dit verslag schetst, is ronduit alarmerend.

Over een paar jaar zal de meerderheid van alle kinderen ter wereld in de grote stad wonen. De omstandigheden waaronder die stadskinderen dan leven, zullen slecht zijn. In de periferie van de megapolen, die in de Azië, Latijns-Amerika en vooral Afrika uit hun voegen barsten, hebben veel kinderen geen veilig dak boven hun hoofd, geen schoon water, geen hygiënisch sanitair. Laat staan toegang tot gezondheidszorg of onderwijs. Een derde van de ruim 1 miljard kinderen in die steden wordt niet eens geregistreerd in zoiets als een burgerlijke stand. Ze bestaan dus niet.

Maar ze zijn er wel, al dan niet dag en nacht over straat zwervend. Ze kunnen dus ook met hun eigen ogen zien hoe andere stadsbewoners wel toegang hebben tot de geneugten van het stedelijke leven.

Door het ontbreken van elementaire sociale voorzieningen worden de tegenstellingen alleen maar scherper. Zeker voor het kwetsbare kind. Voor de armsten is de megapolis geen emancipatiemachine meer. Voor hen is het een jungle waar de ‘survival of the fittest’ geldt. Ze wonen niet in een stad maar in een met stenen en golfkarton bebouwde woestenij.

Dit perspectief is niet alleen om sociale redenen ondraaglijk, het is ook een politiek gevaar. Deze ongeremde grootstad produceert geen moderne burgers die betrokken zijn bij de samenleving. De stad die Unicef schildert, wordt bevolkt door een nieuw type slaven die voor een fooi onbeschermd werken zonder toekomst. De kinderen in deze wereld zullen die toekomst dus elders zoeken: in bijvoorbeeld Europa. En daar zal geen immigratiebeleid tegen zijn opgewassen.

Het antwoord moet in de megapolis worden gezocht. Daar moeten de kinderen eerst worden beschermd tegen ziekte, exploitatie en geweld. Daar moeten de zwerfkinderen van straat worden gehaald en naar school gestuurd. Zoals in Europa in de negentiende eeuw gebeurde. De les daarvan is dat lokale elites zich dan wel moeten bekommeren om de kinderen aan de onderkant. En daar ziet het helaas nog niet naar uit.