Gezellig hè, samen zwanger zijn?

Vrouwen die geen kind hebben, maar wel zouden willen, kunnen het heft in eigen hand nemen. Hoe doen ze dat? En hoe gaan ze om met kinderstress?

Pregnant Woman --- Image by © Jan Bengtsson/Etsa/Corbis © Jan Bengtsson/Etsa/Corbis

Freelance Journalist

Een vrouw komt een leuke man tegen. Ze worden verliefd en gaan na twee jaar samenwonen en Kindjes Maken. Een nieuw gezinnetje is geboren. Voor veel mensen is dit nog steeds ideaal, maar het gebeurt steeds minder. Dit blijkt onder andere uit cijfers van vruchtbaarheidsklinieken: zwanger worden gaat niet vanzelf. Dat beseffen vrouwen met een kinderwens maar al te goed.

Voor de ene vrouw tikt de klok harder en eerder dan voor de andere. Maar voor allemaal geldt een leeftijdsgrens. Bovendien is een kinderwens aanstekelijk. Hoe meer vrouwen in haar omgeving zwanger zijn hoe meer een vrouw geconfronteerd wordt met haar ‘latente kinderwens’.

Het verlangen naar een kind wordt niet alleen aangewakkerd door de natuur en de omgeving, ook de statistieken helpen mee. Uit demografische gegevens blijkt dat er een tekort aan mannen is in de stad. In Utrecht moeten gemiddeld 130 vrouwen, in de leeftijd van 18 tot 29 jaar, het doen met 100 mannen, net als in Amsterdam en Rotterdam. Behalve in steden met vooral technische opleidingen zoals Delft, Eindhoven en Enschede; daar zijn meer mannen.

Gelukkig hebben vrouwen „altijd wel een manier gevonden om hun voortplanting (…) veilig te stellen. Wanneer ze geen man kunnen vinden die aan hun eisen voldoet, (…) zullen vrouwen vroeg of laat het heft in eigen handen gaan nemen.” (NRC Handelsblad, 28 januari 2012)

Maar hoe doen vrouwen dat? „Op mijn 36ste besefte ik opeens dat ik de afslag naar de vinexwoning had gemist”, vertelt Isabelle de Jong (38). Ze woont in een Amsterdamse woongroep en is zzp’er. „Ik ben omringd door mensen, heb mijn talenten ontwikkeld, ben economisch zelfstandig, maar moeder zijn heb ik voor me uit geschoven.” Ze had weliswaar gedaan wat veel van onze oma’s niet konden, maar ze was niet gelukkig . „Steeds meer vriendinnen hadden een kind. Ik wilde ook!”

De Jong werd van de een op de andere dag een ‘wensmoeder’. Net als Sara Coster (46), auteur van het net verschenen boek De wens en de vaders. Coster beschrijft hierin haar zoektocht naar een vader. Na verschillende ontmoetingen klikte het met een homostel met kinderwens. „Mijn eerste eurekamoment was: ik ga het niet doen met een partner. Het tweede was, ik kan het ook doen via co-ouderschap.” Deze homomannen wilden net als Coster „alles delen, de luiers, de opvoeding, de dagelijkse dingen”. Een bijzondere vriendschap ontstond. Na drie miskramen bleef het homostel haar trouw. Coster heeft nu twee zoons, biologisch van elke vader één. Zij noemt haar situatie ‘ideaal’. „De helft van de week doe ik eigen dingen en de andere helft geniet ik van mijn gezin.”

Een man in haar leven mistte zij niet. „Maar tijdens mijn zwangerschap had ik wel een vriend, dat liep mis. Ik besloot me volledig op mijn gezin te richten. Mijn nieuwe vriend bemoeit zich niet met de opvoeding. Drie vaders is weer wat veel.”

Isabelle de Jong leerde via www.meerdangewenst.nl een homostel en een heterostel kennen. Beide stellen „haakten helaas halverwege het proces af. Ik bleef er maar over praten. Mijn vriendinnen werden gek van me. Ga naar de spermabank, zeiden ze, en dat heb ik gedaan.”

De wachtlijst van de spermabank was acht maanden en ze kreeg een gesprek met een psycholoog. „Wat zeg je als het kind naar zijn vader vraagt? Dat soort vragen. Als je niet sterk in je schoenen staat, kun je alsnog afgewezen worden.” De Jong heeft inmiddels een vriend, maar zij blijft bij haar plan. Ze toont een internationale spermabank op internet, met kinderfoto’s van donoren, hun opleiding, hun hobby’s. Anoniem zaad is het goedkoopste en gewassen sperma, sperma waarvan de gezonde spermacellen overblijven, is het duurste. De prijzen variëren van 24 tot 750 euro. De Jong: „Gek, een spermabank heeft iets afstandelijks, terwijl een kinderwens zo persoonlijk is.”

Een andere manier voor vrouwen is om een man in de kroeg aan de haak te slaan. In Engelse pubs bestaat er zelfs een naam voor, de zogenaamde gene robbers (‘genenstelers’). Communicatiemedewerkster Marieke Groot (38) deed het op haar manier. „Mijn kinderwens was altijd al latent aanwezig, die ontstond niet zomaar van de een op de andere dag.” Haar vriend wilde geen kinderen, dus maakte ze het uit op haar dertigste. Op haar tweeëndertigste was ze twee maanden met een man. „Hij wist dat ik niet aan de pil was. In alle passie hebben we nergens op gelet. Toen het al uit was, zag ik dat ik zwanger was. Ik wilde het kind houden.” Ze vertelde het hem, maar hij wilde er niets mee te maken hebben. Zij vond het zwaar alleen: „Maar het is alsof je superpower krijgt als je zwanger bent. Mijn vader overleed, het huis moest ik verbouwen, alles lukte. Ik ben ook beter in mijn werk, omdat ik veel meer focus heb.”

Is de pijn van kinderloos zijn nu voorbij? Groot: „Gelukkig wel. Vroeger werd ik overspoeld door emoties als ik het pasgeboren kind van een vriendin in mijn armen had. Het gevoel was heel sterk. Toen wist ik, dat wil ik ook.” Coster vult aan dat zij vroeger kraamvisites ontweek en dat zij precies wist wie zij moest bellen om naar het theater te gaan.

En natuurlijk zijn er ook alleenstaande vrouwen met kinderwens die uiteindelijk besluiten kinderloos verder te leven, zonder (klinisch) ingrijpen. Want IVF of andere kunstmatige manieren om zwanger te worden, heeft voor sommige vrouwen iets tegennatuurlijks. Maar is dat erg? Coster ging door, zelfs na drie miskramen. „Ik kreeg daar inderdaad commentaar op. Dat doet de natuur niet voor niets, riep men als troost. Maar vanaf dat moment draag je een pijn bij je. Nu ik kinderen heb, voel ik die pijn niet meer”, zegt Coster. „Uiteindelijk kan toch niemand voor jou bepalen wat jij in stilte zelf moet beslissen?”

Die stilte is vaak ver te zoeken. Alleen al door een alom aanwezige ondergrondse conversatie tussen vrouw-met en vrouw-zonder kind.

Vrouw-met: „Ik heb ze wel, waarom jij niet, wat is er mis met jou?”

Vrouw-zonder: „Maar zoals jij het doet, met een vent die er nooit is, zo wil ik het niet.”

Vrouw-met: „Maar ik voel me compleet, ben nooit alleen, ik krijg er veel voor terug.”

Vrouw-zonder : „Okay, ik geef het toe, ik ben stinkend jaloers op je.”

Vrouw-met: „Maar ik kan geen carrière meer maken. Jij wel. En uitslapen is er niet bij.” Vrouw-zonder: „Daar heb je zelf voor gekozen. En kijk niet zo leeg, je moet hoop geven, anders is al mijn kinderstress voor niets.”

Vrouw-met: „Ach, alleen moeders snappen hoe zwaar het is.”

Als je je verdiept in de wereld van de wensmoeder worden veel situaties op zijn zachtst gezegd bizar. Zoals de kinderloze vrouw die tegen een andere kinderloze vrouw zegt tijdens een plechtigheid : „Ik ga lekker naast jou zitten, dan ben ik niet de enige loser in de zaal.” Of erger, exen die er zich mee gaan bemoeien: „Ben je niet … tiktiktik? Eicellen invriezen wellicht?”

Vrouwen met kinderwens blijken eigenlijk, net als de oma’s van vroeger, overgeleverd aan het lot. Uit cijfers van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie blijkt dat in de dertien grootste vruchtbaarheidsklinieken in Nederland in 2010 gemiddeld 20 procent van de behandelde vrouwen (door kunstmatige inseminatie, IVF, inbrengen van eicel) de zwangerschap door kan zetten en een kind krijgt.

Ik stel daarom voor om de druk voor alle wensmoeders van de ketel te halen en in het vervolg te spreken over moeders-met kinderen en moeders-zonder kinderen. Dat al die keren dat een vrouw buurjongetjes aan haar rokken heeft hangen, dat ze haar beste vriend troost die zijn vader is verloren, dat ze kookt voor overspannen vriendinnen, of dat ze fysieke offers doet om zelf wel of niet zwanger te worden, dat ze dan, los van of het lukt of niet lukt, allang goed genoeg is. Dan kan ze op elke vergadering, ieder feestje zeggen tegen al die trotse dikke buiken, zeurende exen, behoeftige grootouders of meelijwekkende blikken: „Ik heb misschien (nog) geen kinderen, maar ik ben wel een goede moeder.”