Expo met de ene verrassing na de andere

‘Lenteavond (Het smelten van het ijs)’ uit 1897 van de Fin Hugo Simberg. Olieverf op doek, Ateneum Art Museum, Helsinki.

Dreams of Nature. Symbolisme van Van Gogh tot Kandinsky. T/m 17 juni in het Van Goghmuseum, Paulus Potterstraat 7, Amsterdam. Inl: vangoghmuseum.nl

Onder de titel Dreams of Nature geeft het Van Goghmuseum een overzicht van de symbolistische landschapsschilderkunst. Wat zou dat zijn?

Het symbolisme is een moeilijk te definiëren stroming. Het bestond tussen ongeveer 1880 en 1910 in de beeldende kunst, de muziek en de literatuur. Terwijl wetenschap en industrie zich razendsnel ontwikkelden, hielden de symbolisten zich met minder concrete zaken bezig. Met angsten en fantasieën. Met gevoelens van mensen die hun wereld snel – misschien wel te snel – zagen veranderen. Die mensen voelden zich nietig in een heelal dat veel groter en ouder was dan ze altijd hadden gedacht, maar bij al hun nietigheid hadden ze toch maar mooi het vermogen om te denken en te dromen.

Het symbolisme was een vervolg op de Romantiek van eerder in de negentiende eeuw en liep vooruit op zweverige stromingen in de twintigste. Denk hierbij aan de vaak wat hysterisch kijkende personages van Jan Toorop en Fernand Khnopff en de engelachtige mensen van Pierre Puvis de Chavannes. Sprookjesachtige figuren die geëxalteerd doen in lange gewaden. Het landschap is in die schilderijen vaak niet meer dan een decor: veel rotsen in de mist met hier en daar een griezelige treurwilg. De mensen en hun gevoelens staan voorop. Toch was juist het landschap voor de symbolisten ‘een ideaal onderwerp’, zo beweren de samenstellers van Dreams of Nature in de catalogus.

Op de tentoongestelde schilderijen komen daarom maar weinig figuren voor. Deze keer moeten de landschappen het werk doen. Die moeten ‘een stemming, een emotie of een diepzinnige gedachte oproepen’. Geen probleem: goede landschapsschilderkunst kan dat. Maar niet alle goede landschapschilderkunst uit de periode 1880-1910 is daarom symbolistische landschapschilderkunst. Dat begrip wordt in Dreams of Nature wel erg ver opgerekt.

Zo is Claude Monet, de beroemdste impressionist, voor deze gelegenheid bij de symbolisten ingelijfd. Zijn Hooibergen, sneeuweffect (1891) is ontegenzeggelijk een stemmig landschap. Warme en koele kleuren zijn er zo meesterlijk in samengebracht dat je als kijker meteen aanvoelt: dit is koud land in warm licht. Maar dat het schilderij uit het museum in Edinburgh nu in het Van Goghmuseum hangt, komt waarschijnlijk vooral omdat Dreams of Nature deze zomer doorreist naar Edinburgh. Daar krijgen ze dan een stel Van Goghs uit Amsterdam als wisselgeld, al is Van Gogh ook niet de eerste schilder aan wie je denkt als het over symbolisme gaat.

Een ander uitgeleend topstuk uit Edinburgh is Visioen van de preek (Jacob in gevecht met de engel) van Paul Gauguin. Met een beetje goede wil kun je Gauguin een symbolist noemen, maar de halve boomstam tussen de figuren maakt het schilderij nog geen landschap. Intussen is het wel te begrijpen dat de samenwerking met Edinburgh is aangegrepen om een van de beroemdste werken van Vincents vriend naar het Van Goghmuseum te halen.

Aan de samenwerking met het museum in Helsinki, de derde locatie van Dreams of Nature, zal het te danken zijn dat er relatief veel Scandinavische schilders in de tentoonstelling zijn opgenomen. Van de Fin Hugo Simberg hangt er bijvoorbeeld een mooi grafisch schilderijtje van een meer met smeltend ijs, van de Zweedse Prins Eugen een schemerig bos en van de Deen Laurits Andersen Ring een vergezicht met veel modder en kale takken in kraakhelder voorjaarslicht.

De ene verrassing na de andere. Wat kan ons het dan eigenlijk schelen of er wel of geen symboliek in die landschappen gelezen moet worden?

Dat de tentoonstellingsmakers het symbolisme zo breed opvatten heeft de definitie van het begrip misschien geen goed gedaan, maar de tentoonstelling wel.

    • Gijsbert van der Wal