ECB dient nieuwe stoot adrenaline toe

Extreem lang en ongelofelijk laag: maar liefst 800 banken krijgen morgen van de Europese Centrale Bank samen een lening met een looptijd van drie jaar en een rente van 1 procent. Ze tekenden in voor 530 miljard euro, 40 miljard euro meer de bij vorige lening van december. Maar helpt het voor de eurocrisis? Last van liquiditeitsproblemen hebben banken voorlopig niet. Maar hun financiële fundament verbetert er niet van.

Het is opnieuw een formidabel bedrag: 529.530.810.000 euro, ofwel een kleine 530 miljard. Zoveel leent de Europese Centrale Bank (ECB) per morgen aan elke Europese bank die maar wilde. 800 banken schreven in voor zo’n krediet met een looptijd van drie jaar en een rente van slechts 1 procent.

Met deze nieuwe lening prolongeert de ECB het nieuwe beleid van de Italiaanse topman Mario Draghi die vorig najaar aantrad. In december verraste Draghi de Europese financiële sector met de eerste zogenoemde Long Term Refinancing Operation (LTRO). De bankenmarkt in Europa zat door de eurocrisis volledig op slot. Veel banken konden niet of nauwelijks meer geld aantrekken op de financiële markt of van elkaar, zoals zij onder normale omstandigheden doen. Draghi nam de drastische stap om Europese banken te lenen wat zij wilden, bij een extreem lange looptijd van drie jaar en een rente van slechts 1 procent. 523 banken tekenden toen in voor 489 miljard euro, tegen onderpand dat zij bij de ECB moesten stallen.

De gevolgen daarvan werden snel zichtbaar. Met name zuidelijke banken leenden fors. Italiaanse en Spaanse banken namen 46 procent van het totale bedrag voor hun rekening. Met het geld werden bestaande kredieten bij de ECB vervangen en aflopende leningen die banken in de markt hadden uitstaan afgelost. Maar een flink deel ging ook als investering naar de eigen staatsschuld. Lenen bij de ECB tegen 1 procent en daarmee bijvoorbeeld Italiaans staatspapier koopt waarvan de rente door de crisis was opgelopen tot zo’n 6 procent, is zeer winstgevend.

Afgelopen maandag bleek dat Italiaanse banken in januari netto voor 20,6 miljard euro aan staatsschuld hadden gekocht in januari, de eerste volledige maand waarin zij van het extra ECB-geld konden genieten. Spaanse banken kochten netto voor 23,1 miljard. Door die koopgolf daalde de rente op Italiaanse tienjarige staatsleningen, die op het hoogtepunt van de crisis rond de 7 procent schommelde, naar 5,36 procent vanmorgen. De rente op Spaanse staatsleningen daalde naar 5,01 procent.

Zo deed Draghi via de banken wat de ECB zelf maar mondjesmaat mocht: het steunen van de staatsschuld van eurolanden die in de gevarenzone dreigde te komen. De centrale bank deed in de afgelopen anderhalf jaar zelf ook voor bijna 220 miljard euro steunaankopen, maar vooral de weerstand van de monetaire puristen in Duitsland daartegen werd te groot.

Van de vanmorgen gelanceerde LTRO-2, met de genoemde 530 miljard, wordt een zelfde effect verwacht. Maar er zijn kanttekeningen bij te plaatsen. Allereerst is er onzeker wat er gebeurt als het effect op de staatsschuld is uitgewerkt. Gaan de Italiaanse en Spaanse rentes dan weer omhoog, of moet er nóg een LTRO komen om dit weer op te vangen? Daarnaast wordt de balans van de ECB wel erg groot. Want een bank die leent, moet daar wel onderpand voor geven: staatsleningen, financiële instrumenten, verpakte hypotheek- of bedrijfskredieten enzovoort. Aangezien het onderpand langzamerhand op raakt, wordt er spul van steeds mindere kwaliteit aan de ECB als onderpand aangeboden. En de Europese centrale banken, ook de Nederlandse, lopen daarmee een groeiend risico op verliezen.

Dan is er de recent veel gehoorde klacht dat door deze steun een noodzakelijke herstructurering van de banksector uitblijft, waardoor er – net als in Japan in de jaren 90 – 'zombiebanken’ dreigen rond te gaan lopen in de duistere zone tussen leven en dood. Die klacht mag gegrond zijn, er is nog altijd het hogere doel van het heropstarten van de financiële hartslag van de eurozone zelf. Ook daar werkt LTRO maar ten dele.

De hoop dat zo de kredietverlening aan burgers en bedrijven weer op gang komt is niet helemaal gegrond. Banken moeten sinds de kredietcrisis meer eigen vermogen gaan aanhouden, en leningen aan de private sector (zoals hypotheken) vergen ook nog eens meer van dat vermogen. Een hogere solvabiliteit is de nieuwe prioriteit.

Meer geld in de vorm van leningen van de Euroepse Centrale Bank helpt daar niet voor. Het lost wel het probleem van liquiditeit in de banksector op, maar niet dat van solvabiliteit. Hooguit kan de overwinst die banken maken door goedkoop van de ECB te lenen en tegen hoge rentes uit te lenen aan de Spaanse of Italiaanse overheid, helpen om het vermogen verder op te bouwen. Maar dat duurt een geruime tijd.

Zo is ook de LTRO, die vandaag zijn vervolg kreeg, een lapmiddel. Een adequaat lapmiddel, dat wel. Het bloeden is gestopt, maar dat garandeert niet dat financiële sector en de eurozone al aan de betere hand zijn. Daar is meer voor nodig: een inspanning die boven de macht gaat van de Europese Centrale Bank, die met het nieuwe beleid van Draghi nu al opereert op de rand van het toelaatbare.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel