De wilde bonobo gedraagt zich als gezellig huisdier

Het jeugdige gedrag van de bonobo zou door ‘zelfdomesticatie’ komen. Dat kan gebeuren als er genoeg voedsel is.

De bonobo, die mensaap die vroeger ‘dwergchimpansee’ werd genoemd, lijkt uiterlijk sterk op zijn grote broer. Maar een bonobo is, in menselijke termen, een stuk gezelliger dan een chimp. Bonobo’s bijten elkaar en elkaars jongen niet dood. Bonobo’s vinden het geen probleem om voedsel te delen. Bonobo’s nemen vaak het initiatief om met elkaar te spelen en seks te hebben.

Er is iets gemeenschappelijks aan het gedrag van bonobo’s, betogen twee bekende primatologen in het maartnummer van Animal Behaviour. Bonobo en chimpansee verschillen van elkaar zoals hond en wolf van elkaar verschillen, zo luidt de hypothese van de drie. Oftewel: hoewel een bonobo onmiskenbaar een wild dier is, lijkt hij op een huisdier.

Brian Hare en Richard Wrangham (en Victoria Wobber, een promovenda) denken dat de typische gedragingen van bonobo’s het gevolg zijn van zelfdomesticatie. Ze denken dat bonobo’s tijdens hun evolutie terechtkwamen in een gebied waarin voedsel ruim voorhanden was, waardoor het voordeliger was voedsel te delen in plaats van erom te vechten.

Toen agressie verminderde, veranderden andere eigenschappen mee – innerlijk en uiterlijk, net als bij domesticatie. Honden doen niet aan infanticide. Honden blaffen, zoals bij wolven alleen de welpen doen. Honden hebben een kleinere schedel dan wolven. Hoe dat hele complex van eigenschappen ontstaat, is grotendeels onbekend, al valt op dat de gedomesticeerde dieren jeugdige eigenschappen van hun wilde familie vertonen.

Hare, Wobber en Wrangham zien het ook bij bonobo’s. De vorm van de hersenpan lijkt op die van een jonge chimpansee. Verder zijn de tanden van de bonobo kleiner en hebben ze lichtere lippen – pigmentverlies is ook een kenmerk van huisdieren.

En de mens? Darwin al hintte er in zijn boek The descent of man (1871) voorzichtig op dat wij op huisdieren lijken. Zie ons sociale gedrag, onze ronde schedels, kleine tandjes en niet-seizoensgebonden vruchtbaarheid.

De primatologen wijden er in hun artikel één instemmend slotzinnetje aan. Zelfdomesticatie is een nuttig concept om allerlei dierlijke kenmerken in één keer te verklaren, schrijven ze, „ook in mensen”. NRC