'Benoeming Donner mistig'

De Nationale Ombudsman heeft forse kritiek op de benoeming van Piet Hein Donner tot vicepresident van de Raad van State. De ombudsman, Alex Brenninkmeijer, stelt dat het breed gedeelde ongenoegen over de procedure terecht is, en hij vindt dat de overheid openheid van zaken moet geven over de politieke invloed op hoge benoemingen.

Brenninkmeijer heeft in de benoemingsprocedure van Donner tot vicepresident „een grote spanning” geconstateerd tussen de formele gang van zaken en „dat wat ze de achterkamertjes noemen”.

De ombudsman verwijst in zijn bevindingen naar de manier waarop kartelvorming binnen bedrijven plaatsvindt: er worden geen harde afspraken op papier vastgelegd, maar de hoofdrolspelers zoeken wel onderling afstemming. „De wrevel die hierover is ontstaan in de Tweede Kamer, maar ook in veel bredere kring, is dan ook goed te verklaren”, zegt Brenninkmeijer.

Vanwege de „gevoeligheid van de kwestie” deed Brenninkmeijer geen formeel onderzoek naar dit specifieke incident: „Er heeft immers nu een benoeming plaatsgevonden”, zegt hij. Donner is aangetreden als opvolger van Herman Tjeenk Willink. Maar een volgende keer moet duidelijk zijn of het gaat om een openbare procedure of niet, zegt Brenninkmeijer.

Oppositiepartijen in de Tweede Kamer en vijf sollicitanten voor de functie hadden Brenninkmeijer gevraagd onderzoek te doen naar de benoeming van Donner.

Premier Rutte hield vol dat alles volgens de procedure was verlopen, terwijl duidelijk was dat andere kandidaten geen kans zouden maken, omdat toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Donner benoemd zou worden. Daarom had ook minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) de coördinatie rond de benoeming overgenomen, en ook daar had het kabinet een formele redenering voor: Opstelten was de enige binnen het kabinet die niet voor de functie in aanmerking zou komen.

De ombudsman roept Donners opvolger op Binnenlandse Zaken, Liesbeth Spies (eveneens CDA), op om in gesprek te gaan met de Tweede Kamer om de gang van zaken rond hoge benoemingen transparanter te maken. Brenninkmeijer: „Op dit moment is onduidelijk welke invloed politieke partijen hebben en er zijn onvoldoende waarborgen voor procedures. De buitenkant verhult vaak hoe het in werkelijkheid gaat, en dat kan niet meer in deze tijd.”

Dat probleem geldt voor veel meer functies dan alleen die van de vicepresident, zegt hij. Ook bij benoemingen van bijvoorbeeld burgemeesters en bestuurders bij organen zoals het UWV of de Belastingdienst kunnen partijpolitieke voorkeur en partijlidmaatschap een rol spelen.