Bemoei je niet met mijn eetgewoonte. Dat is discriminatie!

Het leek zo’n aardig idee: om de rattenplaag in het New Yorkse metrostelsel te stoppen moet eten onderweg verboden worden. Toch kreeg senator Bill Perkins de wind van voren. Mensen ervaren eten in het OV als een culturele gewoonte. Het wetsvoorstel landde deze maand op een sociaal mijnenveld.

Foto Unsuckdcmetro.blogspot.com. Website zet publieke eters te kijk

Het leek zo’n aardig idee: om de rattenplaag in het New Yorkse metrostelsel te stoppen moet eten onderweg verboden worden. Toch kreeg senator Bill Perkins de wind van voren. Mensen ervaren eten in het OV als een culturele gewoonte. Het wetsvoorstel landde deze maand op een sociaal mijnenveld.

Als Perkins echt zijn zin krijgt (250 dollar boete voor een croissantje verorberen) dan verliezen straatverkopers en eetkraampjes een groot deel van hun klandizie. De vertegenwoordiger van de staat New York raakt met zijn rattenaanpak dus niet alleen eetgewoonten, maar laat ook nog eens een hele industrie in elkaar donderen. Zo luiden althans de kritieken.

Hongerige kinderen en haastige forenzen gedupeerd

Joseph Lhota, directeur van de Metropolitan Transportation Authority, hield zelfs een schrijnend betoog over kinderen die noodgedwongen met bagels en muffins ontbijten in zijn toestellen. “Een verbod zou een ernstige impact op minderheidsgroeperingen hebben. Ik wil een kind niet zijn schaarse eetmoment onthouden.” Daarmee maakte Lhota er onbedoeld een etnische kwestie van. Alsof kinderen van immigranten allemaal naar school gestuurd worden zonder een ontbijtje vooraf aan de keukentafel.

Maar ook drukbezette, haastige forenzen verzetten zich tegen het voorgestelde eetverbod. Die hebben echt geen tijd om ’s ochtends boterhammen te smeren of ’s avonds nog te koken. Eten doen zij bij uitstek onderweg. Of neem de diabetici: zij vallen flauw als ze niet op tijd eten. Dat wil je als senator toch niet op je geweten hebben?

‘De ratten lopen over ons heen’

In ieder geval, zo blijkt uit een reizigersenquête van Perkins, zijn er ook veel mensen die OV-eters onfatsoen verwijten: het blijft volgens hen niet bij kruimelen alleen, sommigen gooien etensresten en verpakkingen gewoon van zich af. “Mensen moeten opgevoed worden”, schrijft iemand. “Ik zag twee ratten gisteren”, noteert een andere respondent. “Afval in de prullenbak gooien of uit egoïsme je omgeving vervuilen, dat is een individuele beslissing.” De schoonmakers werken hard, geeft een reiziger toe. “Maar het is moeilijk als passagiers niet meewerken.”

Enkelen van Perkins respondenten gaan verder dan een pleidooi voor bewustwordingscampagnes en boetes. Briljant is het idee om handschoenen, bezems en vuilniszakken uit te delen op perrons. “Wie wacht op de metro kan ondertussen schoonmaken. Ik denk dat veel mensen mee zouden doen.” Volgens de inzender zijn de metro’s in andere wereldsteden brandschoon. “Die van ons zijn zo vies, de ratten lopen over ons heen. We verliezen de controle!”

‘Ideale omgeving voor overdraagbare ziektes’

Van de 15.000 ondervraagde mensen vulden er 5.011 het enquêteformulier in. Een overweldigende respons dus, maar het geeft mogelijk wel een vertekend beeld: de publieke eters hebben wellicht niet gereageerd. 58 procent van de respondenten zegt dagelijks een rat in het metrostelsel te zien, 29 procent wekelijks. De laatste keer ontdekten de respondenten een rat op het spoor (52 procent), op de perronvloer (34 procent), op perronbankjes (7,4 procent), in het toestel (3 procent) of elders (4 procent). Op het veelbezochte nieuwsblog The Huffington Post verschijnen regelmatig filmpjes van reizende ratten. Op één daarvan zien we een slapende man beklommen worden door het knaagdier.

Juist dat contact baart senator Bill Perkins zorgen. “Ratten kunnen via urine, ontlasting of beten ziekten overbrengen die fataal zijn voor mensen”, schrijft hij in zijn enquêteverslag. “De knaagdieren dragen ook parasieten bij zich, zoals vlooien, wormen en mijten.”

Op dit moment strijdt de Maleisische regering tegen leptospirose, de rattenziekte die dit jaar al honderd mensen het leven heeft gekost.” New York City is niet Maleisië, geeft Perkins toe, maar het probleem aldaar onderstreept volgens hem wel het gevaar van een uit de hand gelopen rattenpopulatie. “Voor het metrostelsel in New York City in het bijzonder, want hier zitten we dicht op elkaar in gesloten ruimtes. De ideale omgeving voor de verspreiding van overdraagbare ziektes.”

‘New Yorkers horen zittend aan tafel te eten’

Voor Perkins, een zwarte Democraat, is het dus uitsluitend een volksgezondheidskwestie. Maar zijn voorstel wordt gesteund om uiteenlopende motieven. Schoonmakers steunen hem vanwege de rommel. En collega-senator Suzi Oppenheimer vanwege haar eigen idee over beschaving. “New Yorkers horen zittend aan tafel te eten”, zei ze. “Onderweg eten voegt niets toe aan onze beschaafde samenleving.”

Pas op met die argumentatie, waarschuwt Annia Ciezadlo, een internationaal georiënteerd journaliste. Oppenheimer zou met het propageren van haar tafelmanieren andere culturen als onbeschaafd afdoen. De mediterrane, bijvoorbeeld. Of de Levantijns Arabische. Immigranten uit die gebieden kun je in New York niet zomaar hun gewoonten ontzeggen.

Het is volgens haar ook niet de eerste keer dat “sociale hervormers” ageren tegen eten in de publieke ruimte. “In het Victoriaanse tijdperk (19e eeuw) probeerden zij openbare eters en straatventers te koppelen aan ellende, ziekte en schaamte”, schrijft ze in The New York Times. De eigenlijke agenda was volgens Ciezadlo een racistische: openbare eters behoorden vooral tot de arbeidersklasse en minderheidsgroeperingen. Eten op straat werd in die tijd afgeschilderd als een zonde, als ondermijning van de publieke moraal. “Maar eigenlijk was het een eufemisme voor een meer concrete dreiging: de aanwas van Ierse, Duitse, Italiaanse en Joodse mensen.”

Tegen het einde van de negentiende eeuw kantelde de publieke opinie van de elitaire bovenlaag. De allochtone straatventers waren inmiddels gezichtsbepalend, op elke straathoek stalden verkopers appels, peren en sinaasappels uit. “Het is vooral aan de Italianen te danken dat fruit eten nu een gewoonte is”, zo citeert Ciezadlo een krant uit 1895. Toch duurde het volgens haar tot ver in de 20ste eeuw dat sociale hervormers ophielden met hun strijd tegen de allochtone handkar. Al dat eten op straat vonden zij maar onhygiënisch, het zou cholera veroorzaken.

Al dat gediscussieer leidt af van het rattenprobleem

Nu zijn we weer terug bij af, constateert Ciezadlo. “U hoort momenteel de echo van de Victoriaanse zedenpredikers.” In plaats van het criminaliseren van een biologische noodzaak pleit ze ervoor om wetten tegen rommel te handhaven. New Yorkers zijn volgens haar “globale eters”. Dankzij de smeltkroes van culturen zou iedereen nu gevarieerder dan ooit consumeren. “We moeten mensen niet schuldig en beschaamd laten voelen, maar hun publieke eetgewoonten vieren en manieren vinden om dat schoner en handiger te maken.”

New Yorkers zijn van nature een opstandig volkje, besluit Ciezadlo. “Ik wens de wetgever die de Danish-broodjes, shoarma, bagels en churro uit onze hongerige handen wil wrikken veel succes!”

Zo bezien is het New Yorkse eetverbod voer voor sociologen en antropologen. Maar het is de vraag of die culturele consternatie recht doet aan het pragmatische wetsvoorstel ‘Ratten voeden is ratten broeden’.

In Amsterdam en Rotterdam hoor je, op een enkeling na, niemand piepen over het eet- en drinkverbod in de metro. Hier maken we ons overigens wel druk, te druk misschien, om een ander transportprobleem: de afwezigheid van toiletten in de nieuwe treinen voor de korte eindjes. Sprinters heten die voertuigen, net metro’s (waarin niemand maalt om de afwezigheid van toiletten) maar dan voor boven de grond.

Volg @stevendejong op Twitter

Eerder in deze serie:
Wees nu eens echt principieel. Eet uit de vuilnisbak
Vegetariërs maken een enorme denkfout
Ruzie in de keuken: magnetronvoer of puur-natuur-schotel?