Waterschapsbank helpt bij redding van Vestia

Een lening van 1,7 miljard van de Waterschapsbank geeft tijd om Vestia te redden. De spanning is nog niet weg.

31-01-2012, Den Haag. Nieuwbouw van Vestia, Hof van Scheveningen. Foto Bas Czerwinski

Het rijtje grote getallen in de Vestia-affaire is opnieuw aangevuld. De noodlijdende woningcorporatie uit Rotterdam krijgt een lening van 1,7 miljard euro van De Nederlandse Waterschapsbank (NWB), zo werd gisteren bekend. Zes vragen over de redding van Vestia.

1Is Vestia nu gered met de nieuwe lening van 1,7 miljard?

Met het geld van de Waterschapsbank kan Vestia een deel van haar bestaande leningen herfinancieren. Het geeft Vestia „de tijd en de ruimte” om haar financiële positie veilig te stellen, zegt woordvoerder Ronald Florisson van Vestia. Achter de schermen is de ‘doorzakoperatie’ van Vestia nog in volle gang, zoals het heet in jargon. Dat ‘doorzakken’ is het onschadelijk maken van de risicovolle financiële producten die tot een miljardentekort hebben geleid. Onder meer de ministeries van Binnenlandse Zaken en Financiën en De Nederlandsche Bank zijn al maandenlang betrokken. Circa 500 miljoen euro van de totale schade is inmiddels weer teruggevloeid naar Vestia. Maar het aanhoudende zwijgen van de verschillende partijen die bij de zaak betrokken zijn, toont dat de spanning nog niet weg is.

2 Hoe is Vestia in zulke grote problemen geraakt?

De grootste woningcorporatie van Nederland (79.000 huurhuizen) had grote ambities. Een van die ambities was het lenen tegen een zo laag mogelijke rente. Hoe goedkoper je geld kunt aantrekken, des te meer je kunt bouwen. Oud-directeur Erik Staal en zijn financiële man Marcel de Vries sloten in 2010 grootschalig rentecontracten (derivaten) af om in de toekomst een lage leenrente te hebben, tot soms wel vijftig jaar vooruit. Het werkte zo: Vestia betaalde de banken een vaste rente en kreeg in ruil de variabele marktrente terug. Maar toen deze marktrente in 2011 door de eurocrisis verder daalde, liep het fout. Vestia betaalde meer rente dan het ontving en de banken eisten meer garanties. In totaal heeft Vestia al zeker 1,6 miljard euro moeten bijstorten als tijdelijk onderpand.

3Wie moest toezicht houden op de financiën van Vestia?

Het toezicht op de corporatiesector is verdeeld over verschillende partijen. Het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) houdt toezicht op de financiële gezondheid van corporaties, maar doet dat slechts één keer per jaar aan de hand van de jaarverslagen. Op die manier is er zicht op de solvabiliteit van de corporaties. Toezicht op de liquiditeit op korte termijn is de verantwoordelijkheid van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Corporaties moeten het WSW ieder kwartaal informeren over hun derivatenpakket. Intern was er zoals gebruikelijk een raad van commissarissen die moest meekijken. Extern vallen de corporaties uiteindelijk onder de minister van Binnenlandse Zaken. Wie waar en wanneer gefaald heeft, zal ongetwijfeld nog onderzocht worden.

4Waarom schiet de Waterschapsbank Vestia nu te hulp?

De Waterschapsbank kan makkelijker bijspringen dan reguliere banken door haar bijzondere positie. De bank heeft een AAA-kredietstatus, het hoogst mogelijke rapportcijfer voor kredietwaardigheid. De bank wordt als een verlengstuk van de overheid gezien, mede door het voorrecht om leningen met staatsgarantie aan corporaties te mogen verstrekken. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s noemt „de impliciete steun van het ministerie van Financiën”, de belangrijkste kracht van de bank. De bank wil niet ingaan op de voorwaarden van de lening van 1,7 miljard aan Vestia. Met de lening breidt de bank haar leningen aan corporaties met 6,4 procent uit.

5Door wie wordt de lening van de Waterschapsbank gedekt?

Voor alle leningen van de Waterschapsbank aan corporaties staat in de regel het Waarborgfonds Sociale Woningbouw garant, en dat is in dit geval ook zo. Het WSW geniet eveneens een AAA-kredietstatus, omdat deze status gekoppeld is aan die van het Rijk. De overheid (en gemeenten) staan na de corporatiesector namelijk weer garant voor het waarborgfonds. Volgens Standard & Poor’s is het „vrijwel zeker” dat de Nederlandse overheid zal bijspringen als de Waterschapsbank in moeilijkheden zou raken. Of het Rijk de huidige kredietwaardigheid behoudt, is echter ook onzeker. Daalt het rapportcijfer van Nederland, dan kan het cijfer van het WSW meedalen.

6Hoeveel risico lopen andere corporaties door Vestia?

Sinds begin dit jaar is Vestia naar eigen zeggen liquide en is er geen acute nood. Mochten banken hun rentecontracten ineens opeisen of mocht de rente extreem dalen, dan is er wel een probleem. Als Vestia zou omvallen, zijn de andere corporaties verplicht om bij te springen. De vrees in de sector was een vicieuze cirkel van faillissementen. Om dit scenario te voorkomen willen circa twintig corporaties borg staan voor een eventuele noodlening van ruim één miljard euro. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft al borg gestaan voor de 1,6 miljard aan bijstortingen en zit aan haar limiet. Voor de nieuwe lening van de Waterschapsbank kan het WSW wel garant staan, omdat het al borg stond voor de bestaande leningen die met de 1,7 miljard geherfinancierd worden.

Eppo König en Jeroen Wester

    • Jeroen Wester
    • Eppo König