Verloren vriend

Zo gaat dat dus: een vriend reageert al drie dagen niet op mijn sms’jes, en inmiddels lijkt mij de enige logische verklaring dat hij in slaap is gevallen in een trein, zodoende terechtkwam in Brussel, aldaar geld voor een overnachting moest verdienen als mimeclown, in een beschimmelde hotelkamer verliefd werd op een arm Ghanees kamermeisje, met haar naar Afrika reisde om een gezin te stichten, in Ghana erachter kwam dat ze er de vervelende gewoonte op nahield om de hele dag Smurfs Village te spelen op haar telefoon, hij van haar wegliep en eindigde in een klein dorpje als elektricien, alwaar hij door de mysterieuze chromen moneyclip die hij toevallig bij zich had een groot respect genoot.

In werkelijkheid maak ik me zorgen. Mijn ‘is alles oké’-sms bleef onbeantwoord, net als mijn ‘wil je please even iets van je laten horen, ook al is het maar ‘koekjes’, dan hoef ik me niet zo’n zorgen te maken’-berichtje. Natuurlijk denk ik: drie dagen is niet veel. Ook niet in deze altijd bereikbare ‘ik heb je ge-sms’t om te zeggen dat ik je voicemail heb ingesproken’ en ‘ik zie heus wel aan die twee Whatsappvinkjes dat je mijn bericht gekregen hebt’-wereld. Het is goed mogelijk dat je drie dagen achter elkaar druk bent en vergeet te reageren. De gedachte die zich echter veel sterker opdringt is: als hij nu in het ziekenhuis zou liggen, zou ik dat dan weten?

Die vraag blijft me obsederen. Als je een ongeluk krijgt en buiten bewustzijn bent, hoe snel wordt je identiteit dan achterhaald? Bij mij zou het makkelijk zijn: ik heb haast altijd een tasje bij me dat meer over me vertelt dan mijn eigen moeder zou kunnen: een paspoort, allerlei pasjes en lidmaatschapkaarten, een telefoon en tientallen verfrommelde bonnetjes, briefjes en visitekaartjes.

Maar een jongen? Niet in het bezit van een handtas, wellicht te laks om zijn paspoort mee te sjouwen, geen agenda, een telefoon met een onverbiddelijke toegangscode? Ik bel de politie om ernaar te vragen. Zij vertellen me dat ze op zo’n moment een onderzoek naar de identiteit beginnen: kleding, bezittingen, telefoon. „Maar meestal wordt iemand wel gemist”, vertelt de agent. „En worden wij zelf gebeld.” Hierdoor doemt er een nieuwe situatie op: de vriend ligt in het ziekenhuis, zijn familie is erbij, maar wie belt alle vrienden en kennissen? Bij de meeste vriendengroepen stel je je een dominosysteem voor, waarbij je één persoon belt en het nieuws dan langzaam uitwaaiert. Bij de meeste groepen, maar niet bij allemaal: ik ken zijn andere vrienden nauwelijks, ik heb zijn broer één keer gezien. In dit dominosysteem ben ik een steentje dat helemaal aan de andere kant van de kamer staat. Zou het echt mogelijk zijn om in zo’n vriendenvacuüm te zitten dat je zoiets vreselijks kan missen?

Ik krijg een sms: ‘Mijn telefoon was een paar dagen gedeactiveerd. KOEKJES.’

De volgende keer dat ik hem zie, vraag ik toch maar even het nummer van zijn broer.

    • Renske de Greef