'Van iedere euro die we in Nederland verdienen, komt zeventig cent uit het buitenland'

Lynn Berger

Nederland, Rotterdam, 24-10-2008 Containers staan opgestapeld bij een containeroverslagbedrijf in de haven. Foto: Flip Franssen

De aanleiding

Begin deze maand publiceerde D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold zijn boek Henk, Ingrid en Alexander waarin hij verslag doet van gesprekken die hij voerde met PVV-stemmers. In het boek treedt Pechtold meestal op als interviewer, maar soms wordt hem ook een vraag gesteld, bijvoorbeeld door PVV-stemmer Gerard Agterberg. Op diens vraag „Al die miljarden naar Griekenland? Worden wij daar beter van?” antwoordt Pechtold: „Van iedere euro die we in Nederland verdienen, komt zeventig cent uit het buitenland. Onze welvaart hangt af van de handel die we drijven met andere landen...Het is voor onze pensioenen, onze banen, ons spaargeld van groot belang dat we Europa overeind houden. Daarom helpen we Griekenland.” Lezer Tijmen Schipper vroeg next.checkt na te gaan in hoeverre die zeventig cent klopt.

Interpretaties

Gerard Agterberg is verrast over het antwoord van Pechtold. „Zo wordt het nooit verteld”, zegt hij in Henk, Ingrid en Alexander. „Dat van die zeventig cent wist ik niet, dat zet me aan het denken.” Toch wordt het wel degelijk vaker zo verteld: in een Kamerdebat afgelopen november zei minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) bijvoorbeeld: „Wij moeten het voor 70 procent van onze welvaart hebben van export.” Premier Mark Rutte (VVD) noemde hetzelfde percentage tijdens een bezoek aan het Verenigd Koninkrijk, ook in november, en Maxime Verhagen (CDA) zei in 2009 al „dat we 70 procent van ons geld in het buitenland verdienen.”

‘Verdienen’ betekent volgens Van Dale ‘als winst of loon verkrijgen’. Nederland ‘verdient’ aan het buitenland door goederen en diensten te exporteren. Ook toeristen pompen buitenlands geld in de Nederlandse economie, maar Pechtold heeft het in zijn boek specifiek over „de handel die we drijven met andere landen” – de export dus. Die zou goed zijn voor 70 procent van al het geld dat in Nederland wordt verdiend.

Hoe is er gemeten?

Pechtolds woordvoerder licht toe dat „de totale waarde van onze export even groot is als 70 procent van ons bbp”. Het bbp, het bruto binnenlands product, is de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die een land produceert: „Wat we in Nederland verdienen dus”. De woordvoerder stuurt een tabel mee van het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarin de „bijdrage van de export van goederen en diensten aan de Nederlandse economie” becijferd is voor 1990, 2000 en 2009. Hieruit blijkt dat de totale exportwaarde van goederen en diensten in 2009 – 396 miljard euro – zo groot was als 69,2 procent van het bbp. Bijna 70 procent dus.

Maar wat zegt die exportwaarde over wat we in Nederland verdienen? Om dat laatste te berekenen, moet je niet naar de totale exportwaarde kijken, maar naar de toegevoegde waarde van die export: de waarde van de export minus die van de in de export verwerkte producten uit het buitenland. Dat zit zo: wanneer een Nederlandse handelaar een computer inkoopt in China en die vervolgens in Duitsland verkoopt, dan is niet de verkoopprijs, maar de winst uiteindelijk relevant voor het bbp. Volgens het CBS was die toegevoegde waarde in 2009 164,7 miljard euro: dát was dus de bijdrage die de export aan de Nederlandse economie leverde. En die bijdrage komt neer op 28,8 procent van het bbp. Dit betekent dat niet zeventig cent van elke euro die we in Nederland verdienen uit het buitenland afkomstig is, maar ‘slechts’ 29 cent.

Conclusie

Alexander Pechtold zegt dat de gezondheid van de Griekse economie ook voor Nederland belangrijk is, omdat van iedere euro die we in Nederland verdienen, zeventig cent afkomstig is uit het buitenland. Hij baseert zich op cijfers van het CBS. De totale waarde van de geëxporteerde goederen en diensten in 2009 was volgens het CBS inderdaad gelijk aan 69 – bijna 70 – procent van het bbp. Maar Pechtold heeft het over verdienen, winst, en niet over omzet. Uit dezelfde cijfers van het CBS blijkt dat de toegevoegde waarde van de export niet 69 maar 28,8 procent van het Nederlandse bbp is. Daarom beoordelen we de bewering dat „van elke euro die we in Nederland verdienen 70 cent uit het buitenland komt” als onwaar.