Over ombuigen en in- en uitverdieneffecten

Bij onderhandelingen over bezuinigingen is jargon onvermijdelijk. Een woordenboek.

Ombuigingen

Uitgaven van het Rijk groeien bijna altijd. Bezuinigingen zijn dus strikt genomen niet altijd bezuinigingen. Wie ombuigt geeft niet minder uit, maar zorgt ervoor dat uitgaven minder snel stijgen dan hij had begroot.

Lastenverzwaringen

Belastingverhoging of het verlagen van toeslagen. Netto resultaat: burgers kunnen minder geld uitgeven. Formeel taboe voor dit kabinet, in de praktijk al regelmatig gebruikt om de begroting op orde te brengen. Gevaarlijk in tijden van recessie. Want hoe minder het geld rolt, hoe slechter de economie draait.

Hervormingen

Maatregelen die pas op de lange termijn tot vermindering van rijksuitgaven leiden, en ook nog eens de economie soepeler laten draaien. Politici gebruiken de term om aan te geven dat ze geen ‘kille boekhouders’ zijn, maar het land echt beter willen maken. Gevoelige voorbeelden zijn aanpassingen van het ontslagrecht en de hypotheekrenteaftrek. Twee dingen die deze coalitie (nog) niet wil.

Brede heroverwegingen

Begin 2010 kwamen twintig ambtenarenwerkgroepen elk met een rapport over de „mogelijkheden om te bezuinigen op collectieve voorzieningen”. De studies waren aangevraagd door de toenmalige coalitie van CDA, PvdA en de ChristenUnie, die vanwege de bankencrisis tussentijdse onderhandelingen voerden over aanvullende bezuinigingen. De rapporten gelden nog steeds als handboek voor politici met bezuinigingswensen.

Houdbaarheid

Naast alle acute problemen voor de begroting doemt er over tien jaar een nog veel groter probleem op: Nederland vergrijst waardoor zorgkosten toenemen. Tegelijk neemt de arbeidspopulatie af, en dus dalen ook de belastinginkomsten. Discussies over de ‘houdbaarheid’ van de overheidsfinanciën, hebben bijvoorbeeld geleid tot verhoging van de pensioenleeftijd.

Loonmaatregel

Het afdwingen van loonmatiging met een wet. Het idee is dat Nederland dan beter kan concurreren met andere landen, gunstig voor de export en dus de economische groei – en voor de schatkist omdat ambtenarensalarissen dan ook minder hard stijgen. Loonmatiging regelen via een akkoord tussen werkgevers en werknemers is nu onwaarschijnlijk. De vakbonden zijn vooral met zichzelf bezig. Dan maar een wet.

Signaalwaarde

Het kabinet heeft afgesproken dat het begrotingstekort uiteindelijk in 2015 op 0,9 procent uitkomt. Op weg daar naar toe mag het tekort in 2014 maximal 1,4 procent zijn, in 2013 1,8 procent. Een kleine afwijking, van 1 procentpunt, toegestaan. Als het kabinet die signaalwaarde overschrijdt, dan is extra bezuinigen verplicht. Als het tekort in 2013 dus hoger uitvalt dan 2,8 procent, wordt extra gesneden. Volgens de laatste schatting van De Nederlandsche Bank, komt het tekort in 2013 op 3,7 uit.

Inverdieneffecten

Een maatregel die geld kost, kan ook geld opleveren. Verlaagt het rijk belastingen, dan nemen inkomsten af. Maar belastingverlaging heeft een positief effect op economische groei, waardoor belastinginkomsten toch minder afnemen dan zou worden verwacht – en volgens sommige scholen zelf toenemen.

Uitverdieneffecten

Bezuinigen kost geld. Ontsla je ambtenaren, dan stijgen de uitgaven aan uitkeringen. Omdat Nederland een grote collectieve sector heeft, vertalen overheidsbezuinigingen zich al snel in lagere groei, en dus lagere belastinginkomsten. Het Centraal Planbureau hanteert de regel dat je 40 procent van je bezuinigingen kwijtraakt aan dit effect. Volgens schattingen moet het kabinet in 2013 de overheidsuitgaven met zeker 7 miljard verlagen. Dat betekent dus: 9,8 miljard bezuinigen.

Incidentele bezuinigingen

Bijna altijd praten politici over structurele bezuinigingen. Dat betekent dat maatregelen voor langere tijd doorwerken in de begroting. Maar soms kan een incidentele bezuiniging ook helpen, bijvoorbeeld als je binnen een jaar onverhoopt veel moet bezuinigen, zie 2013. Het niet kopen van het gevechtsvliegtuig JSF zou bijvoorbeeld eenmalig veel geld opleveren.

Derk Stokmans

    • Derk Stokmans