opinext@nrc.nl

Lezers van glossy’s kunnen zelf nadenken

Het beeld dat in de glossy bladen wordt opgeroepen, is inderdaad een ‘happy world’, zoals correct opgemerkt wordt in het artikel ‘Geen happy end? Dan ook geen stuk’ (Cover, 22 februari).

De freelancers die in het artikel worden opgevoerd, vinden dat lezers over de echte wereld geïnformeerd moeten worden. Waarom? Het heeft iets belerends. Lezers kopen een vrouwenblad niet om iets te leren over de echte wereld, maar zich juist over te geven aan de geïdealiseerde happy world. De lezers van glossy’s worden in dit artikel gezien als mensen die zelf niet kunnen nadenken. De lezer verdient enig krediet.

Jeske Zonneveld

Amsterdam

Ziekenhuissoap

In de discussie over medische ethiek rondom de ziekenhuissoap 24 uur: tussen leven en dood valt me op dat één aspect nauwelijks aan de orde komt.

Het VUmc wordt net als andere academische instellingen in Nederland in toenemende mate gerund vanuit de neoliberale filosofie van de huidige regering. Ze moeten de boer op om inkomsten te verwerven. Het gevolg is een regelrechte vercommercialisering van wetenschap en onderwijs. Tegenwoordige bestuurders worden dan ook geselecteerd op hun vermogen geld te genereren en politieke netwerken te bespelen, en steeds minder op hun vakinhoudelijke kennis. In plaats van een academisch medisch onderzoeksinstituut als het VUmc te beschermen tegen de aasgieren van de entertainmentindustrie, gaan bestuurders er zonder al te veel scrupules mee in zee.

Thijl Sunier

Hoogleraar antropologie aan de VU

Positieve discriminatie

Regeringspartij CDA en oppositiepartij D66 willen het verschil in ontslagbescherming tussen ambtenaren en gewone werknemers opheffen. Vorige week dienden de twee partijen daarom een wijziging van hun initiatiefwet uit 2011 in.

De ontslagbescherming voor ambtenaren is doorgeschoten. Ambtenaren kunnen een ontslag tot het hoogste rechtscollege voor bestuurszaken uitvechten. In de praktijk leidt dit tot dure en tijdrovende procedures. Een gewone werknemer heeft geen mogelijkheid om tegen een ontslagvergunning van het UWV of een beslissing van de kantonrechter in beroep te gaan.

In zijn advies op het wetsvoorstel legt de Raad van State echter in hoogdravende bewoordingen uit dat de ambtenaar een groot democratisch plichtbesef heeft en niet bang moet zijn voor ontslag op politieke gronden. Het overtuigt allemaal niet. Waarom weegt het dienen van het publieke belang in de huidige tijd zwaarder dan het dienen van de private zaak? De motor van de economie? Een ander veelgehoorde bewering luidt dat het vanwege bestaande vooroordelen voor ex-ambtenaren lastig is om naar de private sector over te stappen. Dit is een achterhaalde gedachte. Door niet te tornen aan de ontslagbescherming voor ambtenaren werkt de overheid vooroordelen juist in de hand. Daar komt bij dat in een tijd waarin van werkgevers en werknemers wordt verwacht dat zij zich flexibel opstellen, de overheid het goede voorbeeld zou moeten geven. Of het nu gaat om iemand die bij de overheid werkt of iemand die in de private sector werkt: beiden zijn werknemers die een leidinggevende hebben. Praktisch gezien is er geen verschil. Men moet niet vasthouden aan achterhaalde theorieën die tot (positieve) discriminatie aanleiding geven. Het woord is aan de Tweede Kamer.

Diederik Briedé

Advocaat, Enschede