Mauro, Sahar en de anderen

Mauro en Sahar waren de meest recente namen die symbool werden voor het door velen als hardvochtig ervaren asielbeleid van Nederland: kinderen die hier al acht jaar of langer verblijven en toch naar hun land van herkomst dreigen te worden teruggestuurd. Publieke en politieke verontwaardiging leidde ertoe dat Mauro (althans voorlopig) niet naar Angola werd uitgewezen en Sahar niet naar Afghanistan. Het lot van kinderen in eenzelfde situatie voor wie burgers of politici niet op dergelijke wijze in de bres sprongen, is onbekend.

Op diverse fronten wordt actie gevoerd om te voorkomen dat er nieuwe Mauro’s en Sahars ontstaan. Bekende Nederlanders, van actrice/presentatrice Daphne Bunskoek tot journalist Peter R. de Vries, van voetballer Khalid Boulahrouz tot zanger Marco Borsato, hebben de petitie ‘Kinderpardon nu!’ op internet geplaatst, die vanmiddag om één uur door 127.070 mensen was ondertekend.

In tientallen gemeenteraden zijn moties aangenomen, waarin steun wordt uitgesproken voor een initiatiefwetsvoorstel van PvdA en ChristenUnie. Die steun komt soms ook van CDA-raadsleden en, in mindere mate, van VVD’ers. In Maastricht is de CDA-fractie zelfs de initiatiefnemer van een motie die vanavond in de raad wordt besproken. Daarin wordt er bij minister Leers (Immigratie en Asiel, CDA), oud-burgemeester van Maastricht, op aangedrongen om een oplossing voor asielkinderen te zoeken, bij voorkeur door het voorstel van PvdA en ChristenUnie te volgen.

Deze twee oppositiepartijen zetten hun initiatief voort, ondanks gefundeerde kritiek van de Raad van State die gisteren openbaar werd. De Raad vreest onder meer voor een aanzuigende werking. Dat risico bestaat en inderdaad kan Nederland niet het opvangland worden voor kinderen die door hun ouders op het vliegtuig zijn gezet, hopend op een betere toekomst voor hen elders op de wereld.

Niettemin: Mauro en Sahar waren evidente gevallen van hier ‘gewortelde’ kinderen waarin strikte toepassing van de regels tot onmenselijke situaties leidden. Waar de discretionaire bevoegdheid van de minister tekortschiet, juist omdat hun gevallen niet ‘uitzonderlijk’ genoeg waren, is het duidelijk dat een regeling voor deze groep kinderen de voorkeur verdient. Met overigens de kanttekening dat er ook dan schrijnende gevallen zullen zijn die er net niet voor in aanmerking komen.

Het moet niet kunnen voorkomen dat kinderen na acht jaar alsnog worden uitgewezen, er moet al veel eerder absolute duidelijkheid zijn geschapen. Dan zou het voorstel van PvdA en ChristenUnie overbodig zijn. Zolang die situatie niet is gerealiseerd, verdient het steun.