Kritiek op terughalen vernielde marine-Lynx

De vernielde Lynx, gisteren kort voor vertrek naar de haven van Tripoli. Een jaar na zijn mislukte missie keert het toestel terug naar Nederland. Foto Novum

Van binnen was-ie al leeggeroofd. Nu zijn ook de wieken er afgehaald en is het onderstel losgekoppeld. De vijftien meter lange helikopter ligt erbij als een aangespoelde walvis. Gewikkeld in plastic, klaar voor transport.

Sinds de mislukte evacuatiepoging van 27 februari 2011 stond de Nederlandse Lynx op een Libisch strand weg te roesten. Nu, een jaar later, is de marinehelikopter onderweg naar Nederland, om verschroot te worden.

De Nederlandse ingenieur en de Zweedse vrouw die de marine een jaar geleden van het strand van Sirte probeerde te halen, mochten van het Libische regime vertrekken. De troepen van Gaddafi lieten de drie bemanningsleden na twaalf bange dagen vrij. Op 20 oktober vorig jaar werd de dictator omgebracht en zijn regime omvergeworpen. En nu wordt ook de Hollandse schandvlek van het strand van diens geboorteplaats verwijderd.

Eind goed, al goed.

Maar niet iedereen is blij met de terugkeer. Harry van Bommel, Kamerlid voor de SP, wond zich bij de NOS op over de kosten die gemaakt worden voor het transport van de vernielde marineheli.

Het ministerie van Defensie geeft toe dat de helikopter „nooit meer zal vliegen”, maar omdat deze Nederlands staatseigendom is, is het „onze verantwoordelijkheid om te zorgen dat-ie netjes wordt opgeruimd”.

In Nederland wordt de Lynx ontmanteld om te zien wat er precies mee gebeurd is. Destijds werd gevreesd dat geheime apparatuur uit de heli gestolen zou worden. Defensie wil pas als het transport is afgehandeld, vertellen wat dit kostte.