Opinie

    • Maarten Schinkel

Kijk door de olie op de golven heen

Die 1,80 voor een liter Euro 95 wisten ze dit weekeinde nog net te vermijden bij de benzinepomp, maar 1,799 euro blijft een schok. Maar wat voor een schok? Dat is een van de vragen die de wereldeconomie van tijd tot tijd beheersen als de olieprijs piekt. Zoals nu.

Vandaag stond de prijs op bijna 125 dollar per vat Brent-olie. De andere standaard, West Texas Intermediate staat veel lager, op nog geen 109 dollar. Het verschil tussen die twee is te wijten aan de bijzondere omstandigheden in de Amerikaanse olie-infrastructuur en heeft op de rest van de wereld niet zo veel invloed. Brent, en vergelijkbare soorten, zijn op dit moment belangrijker.

Pieken in de olieprijs zijn vaak vooraf gegaan aan een laagconjunctuur: 1973 (Opec), 1979-1980 (Iran), 1990-1991 (Golfoorlog), 2000 en 2008. Er zijn uitzonderingen. De inval in Irak van 2003 veroorzaakte wel een prijspiek maar geen recessie. En met de prijspieken van 2000 en 2008 is iets bijzonders aan de hand: zij werden weliswaar gevolgd door een recessie, maar de causaliteit lag hier anders dan normaal. De eerdere toppen in de olieprijs kwamen door een aanbodschok. Geopolitieke gebeurtenissen veroorzaakten een sterke vermindering van het aanbod, waardoor de prijs omhoog schoot en de wereldeconomie schurend tot stilstand kwam. In 2000 en 2008 werd de prijspiek juist veroorzaakt door een vraagschok. Het ging dermate goed met de wereldeconomie dat het aanbod van olie de exploderende vraag niet bijhield, en dus schoot de prijs omhoog.

Van deze vraagschokken werd vaak gezegd dat ze veel minder schadelijk zijn. De oorzaak is immers heugelijk, en de economie kan juist dan wel een stootje hebben. De ervaring leert inmiddels dat dit theoretisch misschien wel waar is, maar in de praktijk weinig uitmaakt. De recessies van begin deze eeuw en recessie waar we nog middenin zitten behoren tot de venijnigste van de recente geschiedenis.

De prijspiek van nu heeft alles van een aanbodschok, of in ieder geval de angst daarvoor. De sancties van de Verenigde Staten en Europa (per 1 juli) tegen Iran beginnen te bijten, er is twijfel over de reservecapaciteit van Saoedi-Arabië en paraatheid de Amerikaanse strategische oliereserves. En er hangt het onheil in de lucht van een daadwerkelijk aanval op Iraanse nucleaire installaties of het afsluiten van de Straat van Hormoez door Iran.

Speculaties over een olieprijs van 150 dollar per vat gonzen dan ook door de financiële markten. De vraag wordt dan hoe schadelijk dat is. Dat hangt er van af hoe lang de piek duurt. Europa kan een olieschok missen als kiespijn omdat die de door de bezuinigingsdrift versterkte recessie alleen maar dieper maakt. In de Verenigde Staten zou een terugval grote invloed kunnen krijgen op de uitslag van de presidentsverkiezingen, waarin de ontwikkeling van de werkgelegenheid doorslaggevend belooft te worden.

Dure olie kan op de korte termijn misschien ontwrichtend werken, maar op de lange duur lijkt er weinig aan de hand. Gas wordt steeds belangrijker, en overvloediger. De gasprijzen volgen de olieprijzen niet of nauwelijks omhoog.

Jim O’Neill, de belangrijkste strateeg van zakenbank Goldman Sachs had dan ook onlangs een welkome, ontnuchterende, kijk op de mogelijke olieschok. Kijk naar de termijnprijzen voor een periode van vijf jaar. Waar bewegen die zich? Keurig tussen de band van 80 dollar en 100 dollar.

    • Maarten Schinkel